Recensie

Recensie Beeldende kunst

De magische, kleurig vibrerende borduurwerken van Alighiero Boetti

Recensie De Italiaanse Alighiero Boetti woonde in de jaren zeventig in Kabul in Afghanistan, waar hij met lokale borduursters samen kleurige schaakbord-achtige werken maakte, die nu in het Haags Gemeentemuseum te zien zijn.

Grote en kleinere borduurwerken van Boetti in het Haags Gemeentemuseum
Grote en kleinere borduurwerken van Boetti in het Haags Gemeentemuseum Alice de Groot

De parallellen tussen de levens van Boetti Sheik Mansur en zijn verre nazaat, de kunstenaar Alighiero Boetti (1940 – 1994), beiden 51 jaar oud geworden met precies tweehonderd jaar ertussen, zijn treffend.

Giovanni Battista Boetti was een Italiaanse dominikaner pater die in 1771 naar Mosul in Afghanistan ging als missionaris, en zo’n tien jaar later zich bekeerde zich tot het soefisme, de mystieke stroming binnen de islam. Hij leidde met het Ottomaanse leger vijf jaar veldslagen tegen de Russen. Hij groeide uit tot de epische held Boetti Sheik Mansur (‘overwinnaar’).

In 1791 werd hij gevangen genomen afgevoerd naar een beruchte gevangenis in een orthodox klooster in Solovetsk, bij de Noordelijke IJszee. Daar overleed hij drie jaar later, 51 jaar oud.

Koninklijke Borduurschool

In maart 1971 reisde de Italiaanse conceptueel kunstenaar Alighiero Boetti naar Afghanistan, dat zijn tweede vaderland werd. Tot 1979, toen de Russen het land binnenvielen, zou hij er twee keer paar jaar een periode doorbrengen. In Kabul opende Ali Ghiero, zoals hij werd genoemd, het One Hotel. In de rust van binnentuin, met de tamme uil Rémè, werkte Boetti aan zijn post-kunst, werken met postzegels, ansichtkaarten en brieven, zoals de reeks 720 Brieven uit Kabul. Hij liet borduursters van de Koninklijke Borduurschool zijn ontwerpen voor borduurwerken uitvoeren.

Borduursel op linnen van Alighiero Boetti, 34 x 34 cm, 1988

© Alighiero Boetti c/o Pictoright Amsterdam 2019

Afghanistan was van 1933 tot 1973 een oase van stabiliteit en vrede, en van vrijheid en tolerantie, waar gelijkheid was voor mannen en vrouwen. Hippies op doorreis naar India kwamen er graag: opium en cannabis waren makkelijk verkrijgbaar. Boetti rouwde tot aan het einde van zijn leven om dit verloren paradijs, en steunde het verzet tegen de Russen.

Maar de oorlog tussen Afghanistan en Rusland betekende niet het einde van zijn samenwerking met Afghaanse borduursters. In Peshawar in Pakistan, aan de grens met Afghanistan, waar gevluchte Afghanen woonden in kampen, vond hij opnieuw borduursters. In de randen van zijn borduursels liet hij teksten weven als ‘In Peshawar gemaakt door Afghaanse mensen’.

Schenking Tanya Rumpff

Het Haags Gemeentemuseum wijdt een tentoonstelling aan tientallen borduurwerken van Boetti, die verzameld zijn door de voormalige galeriehoudster Tanya Rumpff. Rumpff schonk die aan het museum.

Het zijn voornamelijk kleine, vierkante tekst-borduurwerken, en ook een enkele grote, en tekeningen en ontwerpen. De vibrerende, diepe kleurencombinaties, die bepaald werden door de boorduursters, springen in het oog. Het is alsof de wand behangen is met fonkelende juwelen. Het zijn een soort gekleurde schaakborden, taalvierkanten met in ieder vak een letter. De teksten moeten van boven naar onderen worden gelezen, zoals Ordine e Disordine, La Forza del Centro, Inaspettatamente (onverwacht). Boetti meende dat alles zijn tegendeel in zich draagt en dat we altijd het ene moeten zoeken in het andere: orde in wanorde, het natuurlijke in het kunstmatige, schaduw in licht, de kosmos in het detail. Hij produceerde ook grote weefsels en borduursels van wereldkaarten, wandtapijten van ‘duizend kleuren’. Dat ze in samenwerking met anderen ontstonden was voor hem belangrijk.

Letters, cijfers en codes

Boetti, die gerekend wordt tot Arte Povera, een kunstenaarsbeweging in Turijn vanaf de jaren zestig, was geobsedeerd door letters, cijfers en codes, en door het creatieve potentieel van het alfabet. Zijn werk is onder meer verwant met de magische vierkanten die een rol spelen in de middeleeuwse mystiek, en in de Talmud en Kabbala.

De achterliggende gedachte is dat de wereld geschapen zou zijn door de universele regels van de taal, en als we deze regels zouden kunnen achterhalen, de codes zouden kunnen ontcijferen, dan zouden we inzicht verkrijgen in het mysterie van de goddelijke scheppingskracht.

Boetti, borduursel op linnen van 34×34 cm uit 1988: Ze zeggen dat wie in een situatie veinst te negeren die juist zou moeten ondergaan

© Alighiero Boetti c/o Pictoright Amsterdam 2019

Het ging hem niet om een persoonlijk ‘ik’, maar om het onpersoonlijke te vinden in de structuur van de taal.

De twee Boetti’s, Sjeik Mansur en AEB, zoals hij zichzelf wel noemde, zijn complex en raadselachtig: militante strijder of mysticus? Geheim agent of profeet? Katholiek, orthodox, soefi? Of dat alles tegelijk? Beide Boetti’s deelden het idee van een verzoening of een harmonie van tegendelen, zoals die wordt gepropageerd door de ascetische doctrine van het soefisme.

AEB verwoordde zijn kunstopvatting treffend in een interview met de filosoof Sergio Givone in 1991. „Een goed beeld moet op verschillende niveaus werken. Ten eerste, schoonheid (het moet plezier, genot verschaffen bij de kijker). Ten tweede moet het een gevoel veroorzaken, verstorend of prettig. Het derde en laatste niveau is een verborgen dimensie die moeilijk is uit te leggen. Het is alsof, wanneer je een woord in zwart schrijft op wit papier, je de witte vorm zichtbaar kan maken die het zwarte schrift om zich heen creëert. Het is iets wat meestal niet wordt begrepen. Dit zijn de drie niveaus van het kunstwerk. Ze komen overeen met de esoterische doctrine van de Soefi. Het derde niveau, dat veel verder gaat dan subjectiviteit, wordt zelden bereikt”.