De Arabische straat heeft na 2011 lessen geleerd - de regimes ook

Autoritaire regimes In Egypte kan president Sisi tot 2030 aanblijven. In Libië wil generaal Haftar een tweede Sisi worden. In Algerije en Soedan zijn zulke types juist verjaagd. Volgt er een nieuwe revolutiegolf of worden de autoritaire regimes juist sterker?

Bewaking voor een stembureau bij het referendum in Egypte maandag over een langere termijn voor president Sisi.
Bewaking voor een stembureau bij het referendum in Egypte maandag over een langere termijn voor president Sisi. Foto Khaled Desouki/AFP

In 2011 en 2012 werd de bezoeker op de luchthaven van Kairo verwelkomd door enorme reclameborden met daarop uitspraken van wereldleiders. Obama: „Wij moeten onze kinderen opvoeden om te worden zoals de jonge mensen in Egypte.” Cameron: „Wij moeten de Egyptische revolutie onderwijzen in onze scholen.”

Het maakte daarbij niet uit dat Obama en Cameron die uitspraken nooit hadden gedaan, of dat het telecombedrijf achter de reclamecampagne kort tevoren nog had meegeholpen aan het platleggen van het Egyptische internet, in een mislukte poging om de opstand tegen president Mubarak in de kiem te smoren. In 2011 en 2012 was iedereen dronken van de Egyptische revolutie.

Sprongetje naar 2019, waar de Egyptische telecombedrijven opnieuw zijn ingeschakeld om 34.000 internetdomeinen te blokkeren. Het doel: een online-campagne (‘Blatel’) in de kiem smoren die opriep om blanco te stemmen in het referendum van afgelopen weekend. Een andere campagne riep juist op om ‘nee’ te stemmen. Ahmed Badawi, een politiek activist, werd gearresteerd omdat hij op straat een ‘nee’-bord ophield.

„Dit is de doodsteek voor al de ambities die wij na de revolutie van 2011 hadden”, zei voormalig oppositieleider Khaled Dawoud tegen persagentschap Reuters over het referendum. De uitslag werd dinsdagavond duidelijk: bij een opkomst van 44 procent van de kiezers stemde volgens de autoriteiten 88,83 procent ‘ja’.

Lees ook: in Egypte maakt de sterke-man-voor-het-leven een comeback

Daarmee wordt een stemming in het pro-Sisi-parlement bekrachtigd die het president Sisi mogelijk maakt tot 2030 aan de macht te blijven. Volgens de grondwet had Sisi in 2022 moeten aftreden wanneer zijn tweede termijn afloopt. De grondwetswijziging geeft Sisi ook meer macht over de magistratuur, en verankert de rol van het leger als de ‘beschermheer van de grondwet en de staat’.

De positie van president Sisi is onwrikbaar, deels omdat politieke oppositie tegen hem zo goed als onmogelijk is gemaakt.

Toch is het voor het regime belangrijk dat de opkomst groot is. Daarvoor zijn grote middelen ingezet. Vooral arme mensen werden aangespoord te gaan stemmen met voedselpakketten en geld, vaak aangeboden door Sisi-getrouwe zakenlui.

Op de achtergrond speelt de voortdurende angst voor een nieuwe opstand. Immers, de redenen waarom de bevolking in veel Arabische landen in 2011 in opstand kwam, zijn niet wezenlijk veranderd. In Egypte is er meer repressie dan ooit, en het land kampt met inflatie, het gevolg van de hervormingen die door het IMF werden geëist.

Coup of revolutie?

Die angst wordt nog gevoed door de recente gebeurtenissen in Algerije en Soedan, waar de lang regerende leiders Bouteflika en Bashir onder druk van de straat zijn verwijderd. Alleen: is dat echt wat er gebeurd is, of gaat zich in die landen juist een Egypte-scenario voltrekken?

Want er is een andere lezing mogelijk. Zowel in Algerije als Soedan heeft het leger de president opgeofferd om het eigen vege lijf te redden. Goed beschouwd, zegt Jalel Harchaoui, een Algerijns expert verbonden aan het Clingendael-instituut, „hebben de legers in beide landen vandaag meer macht in handen dan enkele maanden geleden”.

Die vraagstelling – coup of revolutie? – heeft ook in Egypte altijd gespeeld. In 2013 werden Sisi-aanhangers heel boos telkens wanneer de buitenlandse media het woord ‘coup’ in de mond namen om de omverwerping van president Morsi van de Moslimbroederschap door toenmalig generaal Sisi te omschrijven. Die laatste werd immers gedragen door miljoenen Egyptenaren die tegen Morsi op straat waren gekomen. En waarom hadden wij de afzetting van Mubarak door datzelfde leger in 2011 dan niet als een coup omschreven?

Op straat in Algerije en in Soedan is men zich heel bewust van het risico dat hun ‘revolutie’ uiteindelijk een ‘coup’ zal blijken. Daarom scandeerden de betogers in Khartoum: ‘Overwinning of Egypte’. Daarom bleven ze betogen toen Defensieminister Awad Ibn Auf zich aan het hoofd stelde van een militaire raad, tot die dertig uur later op zijn beurt moest aftreden. Nu lijken de betogers zich ook tegen zijn opvolger te keren.

Lees ook de reportage uit Soedan, waar betogers eisen dat militairen de macht overdragen

De Egyptenaren hebben gezien hoe de Algerijnen na het vertrek van Bouteflika riepen dat leger en volk nu ‘één hand’ zijn – net zoals zijzelf in 2011 deden en opnieuw in 2013. Zij waarschuwen op sociale media voor al te veel liefde voor het leger. „Algerijnse broeder: verlaat het plein niet vooraleer het leger zich heeft teruggetrokken uit de politiek en de regering”, schreef Gamal Eid, een prominent Egyptisch activist op Twitter.

De betogers in Algerije zijn zich daarvan bewust. Afgelopen vrijdag kwamen zij voor de negende week op straat, wederom met de eis dat het hele regime op de schop moet.

„De betogers hebben geleerd dat het gevaarlijk is de transitie in handen te laten van het oude regime”, zegt Timothy Kaldas van het Tahrir Institute for Middle East Policy in Kairo. „Daarom weigeren zij niet alleen een militair bewind. In Soedan zijn zij ook erg op hun hoede voor de steun van pro-autoritaire landen als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.”

Zondag riepen de betogers in Khartoum inderdaad slogans tegen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, die samen drie miljard dollar hulp hebben aangeboden voor het ‘nieuwe’ Soedan.

Volgens Harchaoui wordt de rol van de Golfstaten zwaar onderschat. „De Amerikanen zijn afwezig, en de Europeanen zijn ingedommeld. Vooral de Emiraten zien daar een kans weggelegd. Zij zien zo’n opstand niet noodzakelijk als slecht nieuws. Het is voor hen ook een kans iets nieuws op te bouwen dat zij geheel naar hun hand kunnen zetten, zeker als de oude leider problematisch was geworden zoals in het geval van Bashir. Zij hebben geld, ze zijn niet geïnteresseerd in de mensenrechten maar ze zijn coherent en zij beschouwen deze landen als hun achtertuin.”

Het probleem in Algerije, zegt Harchaoui, „is dat er geen politieke organisatie bestaat. Er is geen leider achter wie men zich kan scharen. Die beelden van vrouwen in de straten van Algiers, dat is heel mooi vanuit Europa bekeken. Maar als zo’n opstand een politiek vacuüm creëert, volgt daar niet noodzakelijk uit dat de democratie gaat floreren. Anderen gaan dat vacuüm opvullen, en dat zijn op dit moment de twee kampen binnen het leger. Het ene dat momenteel de macht heeft, en het andere dat die macht terug wil.”

Veel deelnemers aan de massale protestbeweging in Algerije hullen zich in de nationale vlag.
Foto Mosa’ab El-Shamy/AP
Soedanese betogers bij het hoofdkwartier van het leger in Khartoum.
Foto’s Umit Bektas/Reuters

Egypte: het model?

Onder één vaststelling kan men niet uit: de Arabische wereld is jong, en zolang aan de verzuchtingen van die jongeren niet wordt beantwoord, gaan er sporadisch opstanden uitbreken. Sinds 2011 is een nieuwe generatie volwassen geworden, die de opstanden grotendeels heeft zien mislukken, maar die evengoed haar lot wil verbeteren. Maar ook de regimes in de regio hebben hun lessen getrokken uit de Arabische Lente, zegt Kaldas.

„Zij hebben, vrees ik, geleerd dat als je de betogers maar lang genoeg kan onderdrukken en marginaliseren dat je op den duur toch wel landen in de regio en in de bredere internationale gemeenschap bereid vindt om zaken met je te doen. Landen die steeds meer bereid zijn om impliciet of expliciet autoritaire regimes in de regio te steunen.”

Dat dit het recept was dat juist heeft geleid tot de opstanden van 2011 lijkt daarbij al vergeten. President Sisi werd begin deze maand met veel egards ontvangen op het Witte Huis. Half april ontving Sisi in Kairo op zijn beurt de Libische generaal Khalifa Haftar, die vaak met hem wordt vergeleken. Kort daarna telefoneerde Trump met Haftar en prees hij de generaal, ook al vecht die nu tegen milities die trouw zijn aan de regering in Tripoli, die wordt erkend door de internationale gemeenschap, ook door het eigen Congres.

Lees ook: het leger brengt nog geen democratie

Gezien de catastrofale gevolgen van de Arabische Lente in landen als Syrië en Libië is het niet gek dat het Egyptische model de voorkeur geniet in sommige Arabische en westerse hoofdsteden. Dat geldt overigens ook voor de bevolking in de landen in kwestie. Sisi geniet nog altijd brede steun, en veel Libiërs geven de voorkeur aan één Haftar boven de chaos van tientallen, mekaar bestrijdende milities.

Het is goed mogelijk, zegt Kaldas, „dat het leger in landen als Algerije en Soedan het Egyptische model ook prefereert omdat zij de prijs hebben gezien van het Libische of Syrische model. Elk land is anders. In Syrië heeft het militair leiderschap wellicht besloten dat het niet kon overleven zonder Bashar al-Assad, terwijl het leger in Egypte de correcte conclusie heeft getrokken dat het perfect kon overleven zonder Mubarak.”