Aanslagen in Sri Lanka: volgens het boekje van IS

Hoogopgeleide, geradicaliseerde jonge mannen lijken in Sri Lanka werktuig van IS te zijn geweest. Vijf vragen over de vermoedelijke rol van de terreurorganisatie bij de aanslagen.

Sri Lankees beveilingspersoneel houdt de wacht rond het huis van een van de vermoedelijke zelfmoordterroristen in Colombo
Sri Lankees beveilingspersoneel houdt de wacht rond het huis van een van de vermoedelijke zelfmoordterroristen in Colombo Foto Mohd Rasfan/AFP

Steeds sterker worden de aanwijzingen dat de aanslagen van Paaszondag op drie kerken en vier hotels in Sri Lanka het werk zijn van Islamitische Staat, of zijn geïnspireerd door de beweging. Amper een maand na de val van Baghouz, het laatste IS-bolwerk in Syrië, blijkt de beweging in staat tot haar grootste terreurdaad in het buitenland ooit in haar toch al bloedige geschiedenis. Het dodental is inmiddels opgelopen tot 359 en er zijn honderden gewonden. Vijf vragen over de aanslagen, de daders en het verband met IS.

1 Wat weten we van de daders?

Van de negen vermoedelijke daders bestond in elk geval een deel uit goed opgeleide jongemannen, een inmiddels vertrouwd patroon dat zich bij voorbeeld ook voordeed bij de jihadistische aanslagen van 9/11 in de VS. De verdachten kwamen uit welgestelde Sri Lankese families, onthulde onderminister van Defensie Wijewardene woensdagochtend. Een van hen studeerde aan een Britse universiteit en behaalde later een graad in de rechten aan een Australische universiteit.

Volg het laatste nieuws over de aanslagen in Sri Lanka via het blog

Het ging volgens de goed ingelichte Indiase website Firstpost onder meer om twee zoons van de rijke specerijenkoopman Mohammed Yusuf Ibrahim uit Colombo, die op goede voet stond met de voormalige president Mahindra Rajapaksa en zelf linkse sympathieën koesterde.

De ene zoon, de 33-jarige Inshaf Ahmed, zou het Cinnamon Grandhotel zijn binnengegaan en zich daar hebben opgeblazen. Zijn 31-jarige broer Ilham Ahmed, zou hetzelfde hebben gedaan in het Shangri La-hotel. Inshaf Ahmeds zwangere vrouw Fatimah blies zich volgens berichten op toen de politie het grote familiehuis van de Ibrahims wilde onderzoeken. Een jongere broer, Ijas Ahmed Ibrahim (30) was al eerder geradicaliseerd en is voortvluchtig.

De politie vermoedt dat de broers deel uitmaakten van National Thowheeth Jama’at (NTJ), een kleine radicale islamitische groep, die zich eerder vooral tegen boeddhisten had gekeerd. Ze zouden getraind hebben in het afgelegen kamp Wanathawilluwa aan de westkust van Sri Lanka. Daar had volgens Firstpost de politie eerder dit jaar al wapens en explosieven gevonden, die mogelijk waren bestemd voor aanvallen op de befaamde boeddhistische heiligdommen van Anuradhapura.

Voor het eerst zeiden de autoriteiten woensdag ook dat een andere kleine, tot dusverre onbekende lokale islamitische groep, Jammiyathul Millathu Ibrahim, bij de aanslagen was betrokken. Volgens politiewoordvoerder Ruwan Gunasekara zijn er tot dusverre zestig mensen aangehouden, onder wie een zestal Pakistaanse vluchtelingen.

Zondag deden politieagenten van Sri Lanka een huiszoeking in een woning die vermoedelijk de schuilplaats was van de militanten in een woonwijk in Colombo.
Foto Erange Jayawardena/AP
Een speciale ‘task force’ onderzocht maandag een verdacht busje. Het voertuig onplofte voordat het onschadelijk werd gemaakt, in de buurt van een van de kerken waar op zondag een zelfmoordaanslag plaatsvond in Colombo.
Foto Dinuka Linyanawatte/Reuters

2Handelden de daders in opdracht van IS?

IS eiste dinsdag de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen in Sri Lanka. Amaq, het ‘persbureau’ van de beweging, publiceerde een verklaring en later een video waarin te zien was hoe acht mannen trouw zwoeren aan Abu Bakr al-Baghdadi, de geheimzinnige IS-leider die sinds 2014 nooit meer in het openbaar is verschenen. Volgens IS ging het om de daders, allen voor zover bekend Sri Lankezen. Waar ze hun eed aflegden was niet duidelijk. Een van hen, de enige die niet gemaskerd was, was Mohammed Zaharan, de vermoedelijke leider van de groep die zelf ook is omgekomen.

Hoewel nog niet definitief vaststaat dat IS bij het bloedbad betrokken was, achten experts dat wel aannemelijk. IS’ers hebben vaker zulke meervoudige, complexe aanslagen gepleegd. Het is niet waarschijnlijk dat onervaren strijders van NTJ dat zo makkelijk zouden kunnen. Veelzeggend is ook dat de aanslagen niet op boeddhistische doelen waren gericht maar juist op christelijke kerken en luxehotels waar veel Westerse toeristen verbleven. Mogelijk richtten de daders hun vizier op de christenen onder druk van IS. „De plegers van de aanslagen die waren gericht op burgers van de coalitie van kruisvaarders en christenen in Sri Lanka eergisteren waren strijders van Islamitische Staat”, aldus Amaq. Met de coalitie van kruisvaarders bedoelt IS de internationale coalitie onder leiding van de VS die in Irak en Syrië IS hielp verslaan.

3 Wat voor hulp heeft IS geboden?

Het is niet duidelijk in hoeverre IS actief heeft meegewerkt aan de aanslagen. De organisatie heeft in het recente verleden ook aanslagen opgeëist waarin ze maar een geringe rol speelde, al vormt haar gedachtengoed dikwijls een belangrijke inspiratiebron voor daders.

De Sri Lankese regering heeft verklaard dat sommige verdachten naar het buitenland waren gereisd maar gaf geen bijzonderheden. De regering sloot evenmin uit dat IS financiële hulp had verleend aan de daders. Het is bekend dat de laatste maanden, toen IS in Syrië bijna was verslagen, nogal wat prominente IS-leden met forse geldbedragen op zak zijn gevlucht naar afgelegen gebieden in Irak, in het bijzonder naar de sunnitische provincie Anbar. Vandaaruit willen ze de strijd ondergronds voortzetten.

Na verlies gaat IS weer ondergronds, analyseerde correspondent Gert van Langendonck

4Is IS dan niet verslagen en kan het ongestoord voortbestaan?

Van het kalifaat, dat IS nog maar vijf jaar geleden zo trots bestuurde, is niets meer over. Baghouz in het oosten van Syrië was de laatste grotere plaats die IS in handen had en ook die is het sinds vorige maand kwijt. Maar veel IS-strijders vochten zich daar niet dood. Ze zonden hun (vaak eveneens geradicaliseerde) familie naar Syrische vluchtelingenkampen en namen zelf de benen naar het buurland Irak en mogelijk naar andere delen van Syrië of elders.

Ook Amerikaanse bevelhebbers koesterden niet de illusie dat het IS-probleem daarmee voorgoed was opgelost. „Vergis u niet: de rol van IS is nog niet uitgespeeld”, verklaarde generaal Paul LaCamera vorige maand kort voor de val van Baghouz. „Zij wachten enkel op het moment dat ze weer kunnen opduiken.” Naar wordt aangenomen beschikken sommige IS’ers nog over veel geld uit de tijd van hun heerschappij over grote delen van Syrië en Irak.

IS was altijd goed georganiseerd en dat is na de nederlaag bij Baghouz niet veranderd. Het beschikt over een uitgebreid internationaal netwerk. Optimaal maakt het gebruik van de mogelijkheden die de sociale media bieden. De Amerikaanse admiraal in ruste en oud-NAVO-bevelhebber James Stavridis sprak in dit verband in een column bij het persbureau Bloomberg zelfs van ‘terrorisme 3.0’. Nadat IS zijn territoriale kalifaat was kwijtgeraakt, stelde hij, „heeft het zich omgevormd tot een op het internet gefundeerde organisatie die doorgaat met het uitvoeren van complexe aanvallen en het opzetten van cellen in de hele wereld.”

Lees ook: aanslagen verstoren het wankele etnisch en religieus evenwicht

5 Waarom moest juist Sri Lanka het ontgelden?

Voor IS zelf is het overwegend boeddhistische Sri Lanka geen belangrijk land. De moslimgemeenschap wordt er niet speciaal gediscrimineerd en leidde tot dusverre een tamelijk onopgemerkt bestaan.

Wel is het een land dat veel geld verdient aan toeristen uit het Westen en elders. Via die toeristen én de christelijke kerken kon IS zijn aartsvijand, het Westen, raken. Op een moment bovendien dat een aanslag in Nieuw Zeeland op twee moskeeën nog vers in het geheugen lag, een daad die volgens IS’ers schreeuwde om wraak. Toen een groepje jonge Sri Lankese moslims bereid bleek de aanslagen uit te voeren, maakte IS klaarblijkelijk graag van hun diensten gebruik. Dat vooral gewone Sri Lankese burgers bij de aanslagen het leven lieten, speelde voor IS geen rol. Tegelijk vormt het bloedbad in Sri Lanka een waarschuwing voor andere landen in Zuidoost-Azië: jonge lokale moslims zijn kwetsbaar voor rekruteringspogingen van IS, met soms fatale gevolgen.