Opinie

    • Wilfried de Jong

Zo buitenaards goed is Mathieu

Vanaf nu wordt alles anders in het cyclisme. De oude sport moet op de schop. Of eigenlijk is het al zover: een wonderlijke jongen met een eeuwige blos op zijn wangen slaat de maat in het peloton. Mathieu van der Poel bepaalt hoe een wielrenner zich voor, tijdens en na een wedstrijd gedraagt.

Ik meld u wat vandaag bij het groot vuil kan: trainingsschema’s uit de vorige eeuw, de hartslagmeter, te kleine zonnebrillen, de klassieke zwarte koersbroek, een bidon met warme thee, bang en afwachtend fietsen.

Er was tijdens de Amstel Gold Race nog enige argwaan; ach, die arme Mathieu, had hij zich ruim veertig kilometer voor de finish toch uit de tent laten lokken met een demarrage uit het peloton. Het avontuurtje leek hem niets op te leveren, hij werd weer ingelopen en had alleen zichzelf ermee gehad.

Nodeloze energieverspilling, zo leek het.

Als een regenworm een stukje van zijn lijf kwijtraakt, voorzie je een spoedige dood van het beestje. Maar van binnen blijft het levensvuur kennelijk branden in zo’n snotterig slangetje. Dan maar gekortwiekt – verder kruipen zal het beestje.

Mathieu van der Poel laat zich niet inperken. Het geloof in eigen kunnen is extreem. Deze jongeman weet beter dan zijn coach, beter dan journalisten, beter dan opa Poupou en vader Adrie wat er voor exceptioneels in zijn borstkas huist.

Het is niet uit te leggen en maar voor een deel te meten via computers. Het is iets nieuws, iets onbenoembaars nog. De andere renners gaan vertwijfeld bij zichzelf te rade: ‘Wat heeft hij wat ik niet heb?’”

Zoveel kracht en herstelvermogen hebben, dat duidt op talent, op lichamelijk surplus en op de juiste genen. Na dit wielervoorjaar, na de uitbarsting van kracht, recuperatievermogen en koersinzicht in Zuid-Limburg, is de enige constatering dat Mathieu van der Poel een nieuw niveau heeft bereikt in het wielrennen.

Zoals een sprinter eindelijk onder de tien seconden finishte.

Zoals een verspringer verder kwam dan acht meter.

Maar laat ik mezelf intomen, het is allemaal nog zo vers en nieuw. Wat is het? Waar eindigt dit?

Mathieu van der Poel zelf blijft nederig en bescheiden. Wars van borstklopperij. Hij is innemend voor zijn collega’s in het peloton, nuchter tegen journalisten.

Op zijn rug liggend, de voeten tegen het frame van zijn gevallen fiets, hapte hij na afloop op het warme asfalt naar adem en greep naar zijn hoofd. Hij kon het allemaal niet begrijpen en lag daar maar.

Even zag ik de eenzaamheid van de snelle roem in zijn foetushouding.

Tien minuten later zat hij kalm op een soort Sinterklaasstoel in een tentje achter de finish. Heerser in het voorjaar. Terwijl hij appjes op zijn mobieltje las, bungelde het oortje tegen het kruis van zijn witte koersbroek.

Lees ook: Mathieu van der Poel: ‘Als hij de finish ruikt, groeit hij boven zichzelf uit’

Mathieu van der Poel ging staan en ontblootte zijn spierwitte torso. Met een washandje gleed hij heen en weer over de ribben, als de hand van een jongetje over een speelgoedxylofoon.

Zo jong, zo dartel nog en al zo buitenaards goed.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.