Waarom superhelden zo immens populair zijn

Populariteit Fans zien vol verwachting uit naar ‘Avengers: Endgame’. De superheldenfilms van de Marvel Studio zijn ongekend populair. Wat verklaart dat succes?

De Avengers krijgen bezoek uit de lucht. Van links naar rechts: Black Widow (Scarlett Johansson), Captain America (Chris Evans), Bruce Banner, Hulk (Mark Ruffalo) en War Machine (Don Cheadle).
De Avengers krijgen bezoek uit de lucht. Van links naar rechts: Black Widow (Scarlett Johansson), Captain America (Chris Evans), Bruce Banner, Hulk (Mark Ruffalo) en War Machine (Don Cheadle).

Aan de stroom superheldenfilms komt maar geen einde. Toch is Avengers: Endgame van de Marvel Studio vanaf donderdag in de bioscoop te zien, een uitschieter, die bij fans over de hele wereld voor opwinding zorgt. De Avengers-reeks is het paradepaardje in de hausse aan superheldenfilms van de Marvel Studios. De eerdere Avengers-films staan inmiddels alle drie genoteerd in de Top Tien van lucratiefste films aller tijden, met op de vierde plaats Avengers: Infinity War (2018, 2 miljard dollar), The Avengers op de zesde plaats (2012, 1,5 miljard) en Avengers: Age of Ultron op plaats acht (2015, 1,4 miljard).

Hollywood draait momenteel vrijwel volledig op blockbusters rond populaire superhelden als Iron Man, Thor, Black Panther, Captain America, Wolverine, Wonder Woman, Spiderman, Superman en Batman. Superheldenfilms zijn op zich niet nieuw, maar de vrijwel volledige dominantie van het genre is dat wel. Waarom zijn superheldenfilms zo populair? Waarom raakt het publiek er maar niet op uitgekeken?

Het succes van superheldenfilms heeft natuurlijk alles te maken met spektakel, avontuur, escapisme, ‘wish fulfillment’ en machtsfantasieën (‘empowerment’). Wie heeft er niet weleens gedroomd over het vermogen om te kunnen vliegen of te beschikken over onuitputtelijke krachten? Maar die verklaring is toch te algemeen. De meeste genres die zich richten op een breed publiek werken met die elementen.

De strips achterna

Dat juist superheldenfilms zo enorm aanslaan, heeft in de eerste plaats te maken met technologie. Zonder de geavanceerde digitale animatietechnologie zouden superheldenfilms nooit zo’n populair filmgenre zijn geworden. De makers van de strips die de grondstof leveren voor de films konden zich altijd troosten met de gedachte dat ze weliswaar werkten voor een kleiner publiek, maar dat ze in hun getekende verhalen dingen konden doen die in film onmogelijk zijn: planeten opblazen, heen en weer schakelen van het ene universum naar het andere, enorme schaaleffecten.

Die tijd is voorbij. Filmmakers kunnen tegenwoordig technisch gezien alles wat de strips ook kunnen. Marvel is erin geslaagd om een filmwereld te scheppen rond superhelden die weliswaar niet realistisch is, maar wel geloofwaardig. Dat laatste is steeds de grote uitdaging met superhelden: hoe zorg je ervoor dat al die helden in hun curieuze pakken niet lachwekkend overkomen? Ironie mag, graag zelfs. Maar camp is dodelijk voor superhelden. Dankzij digitale technologie kan Marvel die valkuil nu omzeilen.

Werelden bouwen

Superheldenfilms zijn steeds meer op strips gaan lijken: in visueel opzicht, maar ook in de structuur van eindeloos in elkaar grijpende verhalen. Avengers: Endgame is de vierde film in de reeks, maar de 22ste film in het zogeheten Marvel Cinematic Universe. Dat ‘universum’ lanceerde Marvel in 2008 met Iron Man. Het was de eerste film die Marvel zelf produceerde onder leiding van studiobaas Kevin Feige – in plaats van de rechten op striphelden door te verkopen aan een traditionele Hollywoodstudio.

Voor comics is zo’n universum van zich eindeloos vertakkende verhalen, niet nieuw. Maar verhaaltechnisch is er een verschil: waar de comics uitsluitend een publiek bedienen van nerds en fans moeten de – veel duurdere – films behalve die harde kern óók het brede publiek bereiken. De films moeten functioneren op twee niveaus tegelijk, ongeveer zoals animatiestudio Pixar in hun beste films tegelijk een publiek van kinderen en ouders aanspreekt.

De fans willen zich op een prikkelende manier onderdompelen in het Cinematic Universe. Tegelijkertijd moet elke film ook ‘werken’ voor kijkers die minder fanatiek zijn. In de praktijk komt dat erop neer dat de verwijzingen binnen een film naar een van de andere films altijd tamelijk kort en krachtig zijn en niet op zo’n manier worden ingezet dat het verhaal onbegrijpelijk zou kunnen worden. Scènes zijn op twee manieren te lezen: wie veel achtergrondkennis heeft ziet meer, maar de scène werkt ook zonder al die kennis.

Lees ook: De achtergrond van alle superhelden in de Avengers-films.

In ensemblefilms zoals de Avengers-reeks krijgt iedere individuele superheld als personage niet veel ruimte. Maar veel kijkers vullen de lege plekken zelf in, omdat ze al zoveel weten van Iron Man en Captain America uit eerdere optredens. Dat nieuwe model van vertakkende verhalen was voor de filmwereld een enorme innovatie, zo niet een revolutie. Marvel nam een grote gok door het model van comics te transponeren naar film – en won. Als visuele ervaring overstijgen de films intussen alles wat de stripboeken kunnen bieden. Maar de comics blijven uitstekende laboratoria voor visuele ideeën en narratieve experimenten.

Niet voor volk en vaderland

Er is meer. Superhelden zijn zeer geschikt voor een wereld van globalisering en voor een mondiale filmmarkt. Hoewel van origine Amerikaans, strijden superhelden voor het voortbestaan van de hele planeet, zo niet het universum; niet voor volk en vaderland. Dat maakt ze bij uitstek geschikt voor export. Dat Captain America in een groot deel van de reeks zijn patriottische, op de Amerikaanse vlag gebaseerde outfit kwijt is geraakt, komt daarbij goed van pas. Superhelden veranderen ook voortdurend van gedaante en verschijningsvorm. Dat raakt aan onze hedendaagse preoccupaties rond identiteit.

Superhelden leven daarnaast in een wereld die in het teken van staat van technologie, ze zijn vergroeid met technologie. In hun virtuele wereld schakelen ze routineus tussen verschillende dimensies van ruimte en tijd. Digitale technologie maakt superheldenfilms mogelijk, maar de films weerspiegelen zelf ook een wereld die zich meer losmaakt van de aardse realiteit als gevolg van die digitale technologie.

Superheldenfilms volgen vaste patronen en formules: het publiek weet wat het krijgt. Maar tegelijk bieden superhelden meer dan de meeste andere genres, ruimte voor flexibiliteit en variatie. In de bioscopen dreigt de dominantie van de superheldengenre te leiden tot een monocultuur, maar de wereld van de superheldenfilms zelf is redelijk divers – ook door maatschappelijke druk om niet alleen witte mannen in de hoofdrollen te casten.

Er zijn ook vele films gemaakt over een groep soldaten, cowboys of samoerai die elkaar niet goed liggen, maar die gezamenlijk een haast onmogelijke klus moeten klaren. Maar die personages zijn onderling zelden zo verschillend als de personages in Avengers. Daar bestaat de groep onder meer uit een Noorse God (Thor), een supersoldaat (Captain America), een innovatieve multi-miljonair (Iron Man) en een puber die ooit is gebeten door een radio-actieve spin (Spider-Man). Je kunt met superhelden een fantasyfilm maken of een misdaadfilm, een romantische komedie of een sobere karakterstudie; bijna alles is mogelijk, zolang er maar een superheld in voorkomt. Het zal daarom nog wel even duren voordat de wereld echt uitgekeken raakt op al die superhelden.