Trouwambtenaar is geen Master of Ceremony

Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: fiscaal recht.

Foto Oleksii Yeremieiev

Ze werkt als zelfstandig trouwambtenaar en ceremoniespreker. Over haar aangifte omzetbelasting krijgt de vrouw het aan de stok met de Belastingdienst. Ze meent dat het lage btw-tarief (toen 6 procent) van toepassing is op haar diensten omdat zij bij ceremonies waar zij geen huwelijken voltrekt, optreedt als uitvoerend kunstenaar. En voor die beroepsgroep geldt het lagere belastingtarief, niet dat van 21 procent. Bij de rechter voert ze aan dat de ceremonies „volledig op maat gemaakt” zijn, met bijvoorbeeld muziek, geluid en licht en dat zij – ook als derden deelnemen aan de ceremonie – over dit alles de regie voert. De vrouw vergelijkt haar rol met die van een Master of Ceremony op festivals of poppodia, en dus, meent ze, is sprake van een artistieke prestatie.

Nee, stelt de fiscus – de diensten van de vrouw zijn geen optredens van een uitvoerend kunstenaar „omdat de modale consument haar diensten niet als zodanig beschouwt”. Bovendien omvat haar dienstverlening meer dan een optreden alleen. Volgens de rechter heeft de vrouw onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een artistieke prestatie verricht en de vergelijking met de Master of Ceremony gaat niet op: in die functie gaat het om een optreden bedoeld om het publiek te vermaken rond optredens van (andere) artiesten, de rol van de vrouw is voornamelijk gericht op het paar en alleen tijdens de ceremonie.

Uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2019:913