De macht van de netmanager reikt helemaal tot aan de presentator

Publieke omroep Netmanagers moeten het profiel van de zender bewaken, maar mogen zich niet met de inhoud van programma’s bemoeien. Dat laatste doen ze wél, en in vergaande mate.

Illustratie Tomas Schats

‘Onzin, onzin.” De gemoederen lopen op in de kamer van Gijs van Beuzekom op het Mediapark in Hilversum. De netmanager van televisiezender NPO 2 reageert geprikkeld op kritische vragen. Over zijn macht, over hoe hij ingrijpt in programma’s, over zijn willekeur, en over de angstcultuur bij omroepen en makers die van hem afhankelijk zijn.

Ook buiten de kamer hangt spanning. Hilversum staat aan de vooravond van veranderingen, alweer. Nog maar drie jaar geleden maakte toenmalig staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) de publieke omroep „toekomstbestendig”. Nu gaat minister Arie Slob (Media, ChristenUnie) opnieuw hervormen. Binnenkort komt hij met zijn visie.

Een van de issues is de verdeling van de zendtijd en het omroepgeld. Zowel het bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) als de individuele omroepverenigingen willen daarbij meer zeggenschap. Gijs van Beuzekom en zijn collega-netmanagers zijn namens de NPO verantwoordelijk voor het verdelen van de tijd en het geld. En daar is kritiek op bij programmamakers, producenten en presentatoren.

Naast Van Beuzekom, aan de overkant van de vergadertafel, zit zijn baas, Frans Klein. Als directeur televisie van de NPO verdeelt hij dit jaar een half miljard euro. Tegelijk is hij netmanager van televisiezender NPO 1. Ook Klein heeft weinig begrip voor de vragen. De kritiek is volgens hem volledig uit de lucht gegrepen.

Klein: „Ik kom niemand tegen die bang is. Maar ik hoor van alles. Ook dat wij bellen over gasten, ons bemoeien met onderwerpen.”

Van Beuzekom: „Het gaat er altijd over dat wij ons bemoeien met de inhoud van programma’s. En dat doen wij niet.”

‘Hij opereert als hoofdredacteur boven de hoofdredacteuren van de omroepen’

Gijs van Beuzekom (61) en Frans Klein (55) zorgen voor de coördinatie en programmering van de televisiezenders. De omroepverenigingen leveren de programma’s en gaan over de vorm en inhoud. Dat staat in de Mediawet en in de Grondwet. En dat blijft zo, beloofde staatssecretaris Dekker in 2016.

In zijn plan kregen de netmanagers méér macht bij het verdelen van het geld en de zendtijd. Maar de omroepen – die bijna honderd jaar lang zelf bepaalden wat er te zien en te horen was – zouden niet „onder curatele van de NPO” komen. De taken van NPO en omroepen waren immers „helder gescheiden”. In de Eerste Kamer gaf Dekker als voorbeeld de keuze van een presentator: „Het is niet zo – ik zou haast zeggen dat dat expliciet niet zo is – dat de NPO beslist wie de presentator is en welke journalistieke keuzes er moeten worden gemaakt. Dat is expliciet de rol van een omroep.”

Niet helder

Drie jaar later blijkt de heldere scheiding helemaal niet helder. Wie bepaalt – om bij het voorbeeld van Dekker te blijven – welke presentator op tv komt? Het antwoord: de netmanager. En het blijft niet bij de presentator.

In februari dit jaar heeft de ‘ambassadeur’ van de Evangelische Omroep (EO) een ‘bila’ met Gijs van Beuzekom op diens kamer op de eerste verdieping van het NPO-gebouw. Bila is jargon voor het periodiek overleg tussen omroepen en netmanagers. De ambassadeurs van de omroepen zijn het die de plannen namens hun organisatie presenteren. Tijdens een bila beslist de netmanager of een voorstel wel of geen zendtijd en omroepgeld krijgt.

Deze dag moet Van Beuzekom beslissen over een docuserie met presentator Arie Boomsma over de Nashville-verklaring waarin gelovigen homoseksuele relaties afwijzen. Titel van de beoogde serie: Er zit een homo in de kerk. Maar Van Beuzekom wil Boomsma niet. Een intern EO-document: „Boomsma is wat hem betreft niet het type presentator dat hij wil verbinden aan zijn zender.”

Van Beuzekom: „Dat de EO Arie Boomsma wil aantrekken is hun zaak, maar ze kennen het profiel van NPO 2. Daar past Arie Boomsma niet in.”

Netmanagers moeten het profiel van de zender bewaken. En de keuze van de presentator is onderdeel van dat profiel, legt Frans Klein uit. „Het profiel is leidend voor wat er in past. Is het een smaakdiscussie? Als het een smaakkwestie was dan zou misschien vijftig procent van de programmering het niet eens redden. Wij zijn professionals die afwegingen maken op basis van onderzoek, ervaring, cijfers en kennis.”

Gijs is ‘ronduit blij’

Een bila heeft een hoog informeel gehalte. Netmanagers delen hun besluiten mondeling mee. Argumenten komen doorgaans niet op papier. Van de bila’s maakt de NPO geen notulen. Voormalig KRO-hoofdredacteur Leo Fijen: „Gesprekken met Gijs zijn vaak niet genotuleerd. Daarom zet ik de afspraken zelf op papier.”

De ambassadeurs doen na afloop van een bezoek aan de eerste verdieping van het NPO-gebouw bij hun omroep verslag. NRC heeft zo’n verslag, van eerder dit jaar. „Gijs” blijkt te hebben ingestemd met een nieuwe serie waarin een presentator de kijker meeneemt op een reis. Gijs is „erg tevreden” over een lopende serie, een derde voorstel „spreekt hem aan”. Van een vierde voorstel is hij „niet gecharmeerd” en over een ander plan toont hij zich „ronduit blij”.

Hans Goedkoop, presentator van het NTR-programma Andere Tijden, zette vorig jaar een filmpje op internet toen Gijs van Beuzekom de helft van de zendtijd van Andere Tijden schrapte. Hij zei zich zorgen te maken.

Goedkoop maakt zich nog steeds zorgen. „Elke logica is zoek. Je komt in een Monty Python-wereld terecht.” Vorig jaar ging de eindredacteur van Goedkoop naar Van Beuzekom. Moest Andere Tijden zich zorgen maken? Gijs zag geen probleem. Drie weken later bleek het een van de zwaarst getroffen programma’s te zijn.

Goedkoop ziet hoe de macht van de netmanagers is gegroeid. „Natuurlijk bemoeien ze zich met de inhoud en de vorm van programma’s. Ja, ook met de presentator.” Als voorbeeld noemt hij de geschiedenisquiz Van Alle Tijden. Die werd in 2016 gepresenteerd door Joost Karhof. „Gijs wilde in 2017 wel verder met het programma, maar niet met de presentator. Dat ben ik toen gaan doen.”

Van Beuzekom: „Het programma voldeed niet aan de verwachtingen. De NTR kwam zelf met aanpassingen en een andere presentator.”

Langs Romeinse wegen

Van Beuzekom blijkt persoonlijk programma’s te bedenken, inclusief presentator, externe producent en omroep die het uitzendt. Langs Romeinse wegen – een reisserie met presentator Rick Nieman – is zo tot stand gekomen.

Lees ook: Wie de subsidie geeft? Dat is geheim - Over het NPO-fonds

Dat blijkt uit het relaas van Nieman: „Ik sprak Gijs. We hadden het over de reisseries die hij uitzet. Toen hadden we het erover dat Italië nog niet was geweest. Hij zei: ‘Ik vind dat een cruciaal land voor de toekomst van Europa. Denk je dat jij daar een programma over zou kunnen maken?’ Dat wilde ik wel proberen.”

Nieman maakte een voorstel, dat na gesprekken en aanpassingen werd goedgekeurd door de netmanager, die het benodigde geld en de zendtijd regelde. Omroep WNL zou het uitzenden, maar Van Beuzekom wilde dat het Amsterdamse productiebedrijf De Haaien de serie ging maken.

Geconfronteerd met de gang van zaken ziet Van Beuzekom ook dit probleem niet: „Waarom zou ik tegen een maker niet kunnen zeggen: als jij iets graag wilt, doe een voorstel.”

Reisseries vallen in de smaak bij de NPO, legt Janine van Dijk uit. Zij is kunsthistoricus met twintig jaar ervaring als researcher in Hilversum. „Gijs is dol op het format van een presentator die de kijker meeneemt. Het zorgt immers voor mooie kijkcijfers.” Het leidt ook al jaren tot eenvormigheid op NPO 2, waar al twintig van zulke series te zien waren.

„Je wordt meegenomen in je luie stoel”, zegt Van Dijk. „Daar is niets mis mee, alleen het format waar Gijs zo van houdt dreigt een mal te worden. Met Gijs aan het stuur gaan omroepen doen wat hij mooi vindt. Zij moeten hun voorstel immers ‘langs Gijs’ krijgen. Hij opereert als hoofdredacteur boven de hoofdredacteuren van de omroepen.”

Illustratie Thomas Schats

Dat hij ’s avonds op televisie vooral ziet wat hij zelf graag wil zien, daar wil Van Beuzekom niets van weten. „Wij bedrijven een heel nieuwe vorm van buitenlandjournalistiek die veel mensen aanspreekt. De VPRO is op zondagavond begonnen met die reisseries. We zien dat het een succes is en ik heb in de gaten te houden dat ook andere omroepen die kans krijgen, als zij een goed verhaal hebben.”

Frans Klein vindt het een onzinnig verwijt dat omroepen bij programmavoorstellen rekening houden met de smaak en voorkeur van netmanagers. „Ik geloof er helemaal niks van. Omroepen hebben best in de gaten dat originaliteit, creativiteit en vernieuwingsdrift goed beoordeeld worden. Ik zou niet eens weten hoe je naar mijn smaak toe moet schrijven.”

Dat de rol van de omroepen is uitgehold, ligt ook aan de omroepen zelf, zegt zelfstandig regisseur Jaap van Eyck. Ze geven netmanagers de ruimte. Durven niet of nauwelijks te protesteren. „Volgende maand moeten ze weer voor geld en zendtijd aankloppen”, zegt Van Eyck. „De netmanagers zijn de baas. En controle ontbreekt. Ja, er is een raad van bestuur maar die bemoeit zich niet met individuele programmakeuzes.”

Overigens controleert Frans Klein dankzij zijn dubbelfunctie zichzelf: netmanager NPO 1 Klein legt immers verantwoording af aan directeur televisie Klein. Hij en zijn collega-netmanagers zijn voor onbepaalde tijd benoemd. Is het niet verstandig om regelmatig te rouleren, om te voorkomen dat een smaak of opvatting langdurig dominant wordt?

Van Beuzekom: „Ik ga nog iedere dag met veel plezier en energie naar mijn werk. Als het aan mij ligt zit ik hier nog wel even.”

Klein: „Zolang het fris en relevant is, zou ik er ook geen termijn aan willen verbinden. Aan de andere kant: onze raad van bestuur zit ook twee keer vijf jaar. Ik kan me voorstellen dat je dit ook met netmanagers doet.”

Messen op de keel

NRC legt Klein en Van Beuzekom meer voorbeelden voor. Zoals over het (door Van Beuzekom geschrapte) KRO-actualiteitenprogramma Brandpunt+. Dat wilde een documentaire maken over Rutte I, het gedoogkabinet. Toenmalig redacteur Jonathan IJdis: „Eerst leek het erop alsof Gijs positief was, later weer niet. Later hoorde ik dat hij het alleen wilde uitzenden als er ook twee CDA-ministers geïnterviewd zouden worden. Daar sloeg ik steil van achterover, dat een netmanager zich bemoeit met wie je moet interviewen.”

Toenmalig KRO-hoofdredacteur Fijen: „Netmanagers gaan op papier niet over de inhoud van specifieke programma’s, maar uiteindelijk gaan ze er wel over. Het voorbeeld van de ministers die geïnterviewd moesten worden herinner ik mij.”

Stelt hij inhoudelijke voorwaarden? Van Beuzekom, geagiteerd: „Ik stel geen voorwaarden. Ik praat met mensen over de inhoud. En dan proberen we samen tot het beste voorstel te komen.”

Ook redacteuren van het eveneens opgeheven Dossier EenVandaag getuigen van inhoudelijke bemoeienis. Eerst was er een serie zonder dat met Van Beuzekom over de inhoud van elke aflevering gesproken werd.

Na die serie veranderde dat. „We mochten verder, maar dan moesten we elke aflevering vooraf met hem bespreken. Hij wilde zeggenschap over wat wij gingen onderzoeken en welke richting dat onderzoek uitging”, zegt een van de redacteuren.

Van Beuzekom: „Dat waren individuele projecten, geen serie. Vanaf het begin ging het per aflevering erover wat ze wilden maken.”

De invloed reikt tot de titel van een programma. Neem het AVROTROS-programma Zorg.nu op NPO 1. Dat vond Frans Klein geen goede titel, zeggen bronnen bij de omroep. Daarom heet het nu Dokters van Morgen.

Klein: „Jeetje, gaan we nu ook al over titels praten? Staat dat ook in de Grondwet?” Volgens Klein was het een besluit van de omroep. „Ik vond de titel vanaf dag één niks, maar het feit dat die in het begin toch gehanteerd is, zegt wel dat hier niet met messen op de keel wordt gewerkt.”

Invloed nog groter

Thomas Bruning, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), ziet het fout lopen. „De invloed van netmanagers groeit, die van makers en omroepen slinkt.” Ook de vakbond hoort dat de NPO invloed uitoefent op de inhoud van programma’s, bijvoorbeeld bij de keuze van de presentator. „Door meer in te zetten op losse projecten en series kan de NPO haar invloed op de inhoud nog verder vergroten.”

De „informatielijn” tussen de NPO en de makers van programma’s is „pover” vindt de vakbond. Alles wat kan bijdragen aan meer transparantie juicht de NVJ toe. Bruning: „Het lot van journalistieke redacties mag niet in handen liggen van drie netmanagers van de NPO als daar geen serieuze medezeggenschap tegenover staat.”

Klein: „We zijn inderdaad aan het nadenken of we programmamakers kunnen betrekken bij onze afwegingen over de programmering. Maar dan gaat het niet over individuele programma’s.”

Herman Sietsma (ChristenUnie), partijgenoot van mediaminister Slob, was een van de senatoren die in 2016 bij de behandeling van het voorstel van staatssecretaris Dekker bedenkingen had. In een motie wilde hij vastleggen dat de overheid in de gaten moet houden dat de NPO de autonomie van de omroepen respecteert. De motie kreeg geen meerderheid.

Sietsma pleit nu voor een evaluatie van de afspraken uit 2016: „Ook om de grote betekenis van ons vrije omroepbestel eens te laten doordringen tot politieke partijen die altijd voor staatsonthouding zijn, maar de omroepen ondergeschikt hebben gemaakt aan de Staat.”

Reacties of tips? Mail naar onderzoek@nrc.nl.