Recensie

Recensie Beeldende kunst

Sorolla’s licht doet pijn aan je ogen

Tentoonstelling Joaquín Sorolla was een pleaser. Op zijn schilderijen vol zon, strand en zee legt de Spaanse schilder virtuoos beweging vast.

Joaquín Sorolla y Bastida, Jongens op het strand (1909)
Joaquín Sorolla y Bastida, Jongens op het strand (1909) Foto Museo Nacional del Prado, Madrid.

Daar zul je hem hebben, op een zelfportret aan het begin van de tentoonstelling: de Spaanse schilder Joaquín Sorolla, 41 jaar oud, in de bloei van zijn schildersleven. Een man die mooi aan het opdrogen is. Vlot gepenseeld donker haar, stoere frons, zware oogleden, energieke houding. Hij lijkt zich zojuist te hebben omgedraaid omdat we hem een vraag over zijn vak hebben gesteld: hoe doe je dat nou, iemand schilderen die zich zojuist lijkt te hebben omgedraaid? Hoe houd je er toch altijd zo de vaart in?

„Als ik langzaam moest schilderen, zou ik helemaal niet kunnen schilderen”, zei Sorolla in 1909 tegen een leerling. Wat dat betreft is het zelfportret uit 1904 een aardige introductie tot zijn werk. Joaquín Sorolla y Bastida (1863-1923) legde rond de vorige eeuwwisseling in snelle toetsen het goede leven vast. Welgestelde burgers (zichzelf incluis), kinderen op het strand, tuinen met parasols in de zomerzon. Licht, kleur en beweging.

Hij was een geestverwante tijdgenoot van de Amerikaan John Singer Sargent, de Italiaan Giovanni Boldini en de Zweed Anders Zorn. Bij leven werden zij tot de belangrijkste kunstenaars van hun tijd gerekend en internationaal tentoongesteld en verzameld; later in de twintigste eeuw werden ze weggezet als oppervlakkig en modieus. Als handige jongens, die maakten wat goed in de markt lag. De loop van de kunstgeschiedenis was door deze pleasers geenszins verlegd.

In de afgelopen decennia vond er een herwaardering plaats. Aan Sorolla werden tentoonstellingen gewijd in Spanje, Amerika, Duitsland en Frankrijk, en op dit moment is er een overzicht van zijn werk te zien in de National Gallery in Londen.

Vrolijker en losser

Daar blijkt dat hij niet meteen in snelle toetsen en ook niet meteen het goede leven schilderde. Na de inleidende zaal met het zelfportret begint het verhaal met zijn schoolplaatachtige sociaal-realistische scènes uit de jaren 1890. Een gewonde vissersjongen wordt in een vooronder door twee oude vissers verpleegd. Titel van het schilderij: En dan nog zeggen ze dat de vis duur is! Elders zit een geboeide vrouw met twee gewapende bewakers achter haar in een treinwagon omdat ze haar kind heeft vermoord en er is ook een schilderij van een priester die goedkeurend toekijkt hoe een jong meisje de fallusvormige reliekhouder in zijn handen kust. (Het kan ook zijn dat ze eraan ruikt of likt.)

Joaquín Sorolla y Bastida, Het zeil naaien (1896) Foto Galleria Internazionale d’Arte Moderna di Ca’Pesaro, Venetië

Vrolijker en al wat losser geschilderd is Het zeil naaien (1896), een olieverfschilderij met de helderheid van een aquarel. De hoofdrol is niet voor de naaisters, maar voor het zeil zelf, dat als een waterval van grote en kleine plooien en kreukels afwisselend in licht en schaduw ligt. Ernaast zien we het zeil in bedrijf op een ambitieus schilderij uit het Musée d’Orsay in Parijs. Het staat bol van de wind, de zon schijnt er van achteren doorheen. Twee vissers zijn al van hun boot af in het ondiepe zeewater gesprongen, twee ossen trekken de boot aan land. Achter de mensen en dieren schittert de zon op golven en schuim. Een biograaf noemde dit schilderij Sorolla’s ‘eerste Sorolla’.

Want omstreeks 1900 verlegde de schilder zijn aandacht definitief van de werkende klasse naar de beau monde en van binnenskamerse schemering naar zonlicht op stranden en tuinen. En oké, hij was een pleaser, maar zijn beste schilderijen zijn ook wel ronduit pleasing. In een zaal vol voorstellingen van zee en badgasten doet het geschilderde licht bijna pijn aan je ogen. Je krijgt er vitamine D in schilderijvorm toegediend. Honderd jaar oude vakantieherinneringen. Er wordt gespeeld en gespetterd, gerend en gezwommen. Blote jongetjes liggen kletskleddernat in de branding, glinsterend als een visstilleven.

Het zijn vooral deze schilderijen van lachende en bewegende mensen in fel zonlicht die de vraag oproepen of Sorolla naar foto’s werkte. Vooropgesteld: áls hij dat deed, wist hij er veel meer van te maken dan nageschilderde foto’s. Foto’s waren in zijn tijd nog klein en zwart-wit; de schilderijen zijn overtuigend van kleur en ruimte. Maar zo’n jongetje dat tot zijn middel in het water tegen de zon in staat te kijken, een hand boven zijn ogen en zijn bolle buik vooruit, of de drie rennende kinderen op de voorgrond in hetzelfde schilderij, hun houdingen, de hooglichten en de harde schaduwen rond hun gespannen spieren – dat doet toch allemaal erg fotografisch aan.

Joaquín Sorolla y Bastida, De witte boot, (1905). Foto Privéverzameling

Fototoestel of fotografisch geheugen

Dat Sorolla niet per se vies was van het gebruik van foto’s blijkt onder meer uit een groepsportret van zichzelf en zijn gezin (niet op de tentoonstelling) dat hij baseerde op een foto die was gemaakt door zijn schoonvader, een beroepsfotograaf. Sorolla en zijn echtgenote hadden zelf ook een camera, die te zien is op het schilderij Snapshot (1906). Aan de kust bij Biarritz zit Clotilde, gekleed in een witte jurk en met een hoed die op afwaaien staat, een lens op een Kodak-fototoestel te schroeven.

Maar uitgerekend van dit tafereel is zeker dat Sorolla het buiten naar de waarneming schilderde: achterin de tentoonstellingscatalogus staat een foto waarop we zijn vrouw ter plekke zien poseren terwijl hij aan het doek zit te werken. En zo is er ook een foto van hem op het strand, bezig aan het schilderij van de spekgladde jongetjes in de branding.

Misschien is het idee dat zoiets niet zonder foto kan een hedendaags misverstand. Foto’s zijn nu overal en bijna alle figuratieve schilders werken ermee, maar mogelijk doen we een virtuoos als Sorolla met deze aanname tekort. Het kan zijn dat hij het schilderij van de jongetjes met behulp van een foto opzette of afmaakte. Maar het is ook niet ondenkbaar dat hij ze naar het leven opzette en, toen ze het poseren zat waren, kon afmaken dankzij een fotografisch geheugen. Dat hij kortstondige momenten inderdaad wonderbaarlijk vlug kon bekijken en vastleggen. Haast zo snel als de sluiter van een camera.