Opinie

Otten, Dijkhoff en de broze middenklasse

Tom-Jan Meeus

Het NRC-vraaggesprek met medeoprichter Henk Otten (Forum voor Democratie) trok in het weekeinde duidelijk meer aandacht dan het interne discussiestuk van Klaas Dijkhoff (VVD). Toch hadden die twee meer met elkaar uitstaande dan het misschien leek. Er is in de politiek een kleine revolutie gaande – je ziet dit bij beiden terug.

Dijkhoff breekt in één opzicht spectaculair met het partijverleden. Hij haalt een streep door de VVD-gewoonte in debatten de kant van het bedrijfsleven te kiezen.

Hij schrijft dingen als: wanneer gunstig beleid voor bedrijven door de globalisering „niet meer automatisch leidt tot meer welvaart en welzijn van de gewone Nederlander”, dan zal „een liberaal ander beleid bepleiten”. En: als grote bedrijven te veel marktmacht hebben (denk aan Google, Amazon, etc.), „dan moeten wij dat veranderen”. Hij bepleit een, jawel, „steviger overheidsingrijpen” tegen bedrijven die „winst halen uit de maatschappij’’ maar geen belasting willen afdragen.

Analyses die je in The Economist en The Wall Street Journal al langer leest, inclusief de aanbeveling de marktmacht van techreuzen te breken. Maar voor een partij als de VVD, die vorig jaar rond de dividendbelasting nog het omgekeerde beredeneerde – trek grote bedrijven aan met gunstige fiscale regelingen – is dit geen bescheiden verschuiving.

Aan de andere kant: je kunt Dijkhoff wel volgen. Den Haag luisterde decennia naar VNO-NCW, en nu dit wel tot meer bedrijfswinsten leidt maar niet tot hogere inkomens voor burgers, is het logisch dat ook rechtse partijen zich bezinnen.

Nu stond in dat fascinerende interview met FVD-oprichter Otten een passage die aan hetzelfde raakt. Otten, oud-bankier, maakte zoals bekend duidelijk dat hij weinig op heeft met de benadering van Baudet. „Ik wil echte financiële en fiscale veranderingen. En ik denk: ongeacht waar je vandaan komt, ongeacht ras, iederéén wil minder belasting betalen.”

Het verkiezingsprogramma van FVD stelt dan ook drastische verlaging van de inkomstenbelasting voor – twee tarieven: 20 en 35 procent – om „economische dynamiek” te bevorderen en „de overheid kleiner te maken”. Ook wil FVD „minder regels” en „soepeler ontslagrecht” voor bedrijven.

Los van alle interne FVD-twisten is het interessante natuurlijk: het recept dat de VVD decennia bepleitte, en waar de partij van terugkomt, is nu het recept van FVD.

Dijkhoff redeneert: de middenklasse is onzeker, die verdient steun, vandaar de kritiek op grote bedrijven. Je vraagt je wel af voor wie FVD met zijn enorme belastingverlagingen meent op te komen. Niet de middenklasse, zou ik denken.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.