Arie Oostlander (1936-2019): geestelijk vader van oud-premier Balkenende

CDA-politicus Oostlander was directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA toen Balkenende daar in 1984 kwam werken.

Arie Oostlander in 1985
Arie Oostlander in 1985 Foto Cor Mulder/ANP

Oud-premier Jan-Peter Balkenende (CDA) noemde hem meerdere malen zijn „geestelijk vader”: de afgelopen zondag op 83-jarige leeftijd overleden Arie Oostlander. Hij was directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA toen Balkenende daar in 1984 als stafmedewerker kwam werken. Ze waren allebei van gereformeerde huize, en het klikte direct.

Oostlander werd in 1980 de eerste directeur van de denktank van het CDA, de partij die dat jaar formeel werd opgericht. Een belangrijke functie want aan hem de taak het ideologische profiel van de fusiepartij waarin de Katholieke Volkspartij (KVP) en de protestants-christelijke Anti Revolutionaire Partij (ARP) en Christelijk Historische Unie (CHU) waren opgegaan te bewaken en verder vorm te geven.

Het was een verre van gemakkelijke taak na de eindeloze gesprekken die aan de fusie waren vooraf gegaan. Daarbij ging het in de kern telkens om een voor buitenstaanders zo nu en dan onnavolgbare strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. De anti-revolutionaire stroming waar Oostlander uit voortkwam had altijd gehamerd op een principiële christen-democratische koers. In 1978 speelde Oostlander als rapporteur een belangrijke rol bij de totstandkoming van het rapport ‘Grondslag en politiek handelen’ waarin de vraag werd beantwoord of een niet-christen lid kon zijn van het CDA. Het rapport beantwoordde de vraag bevestigend mits een niet-christen de christelijke grondslag van de partij maar aanvaardde.

Als directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA was Oostlander verantwoordelijk voor het in die partij zeer invloedrijke rapport ‘Van verzorgingsstaat naar verzorgingsmaatschappij’ dat in 1983 werd gepubliceerd. Hierbij kreeg het bezuinigingsbeleid van de kabinetten-Lubbers een ideologische basis.

Oostlanders ‘leerling’ Balkenende kwam tijdens zijn premierschap dat in 2002 begon ook weer met diverse bezuinigingsmaatregelen en propageerde ook de terugtredende overheid. Dat leverde hem in 2006 zware verwijten op van Oostlander die vond dat Balkenende zich veel te veel had laten meeslepen door de VVD en te ver was doorgeschoten in het marktdenken.

In 1989 werd Oostlander lid van het Europees Parlement namens het CDA. Als rapporteur van het Europees Parlement was Oostlander nauw betrokken bij de toetredingsgesprekken met Turkije. Een lidmaatschap dat inmiddels verder weg is dan ooit.