Opinie

    • Maxim Februari

Conservatief veranderen en progressief behouden

Het is een opmerkelijk verschijnsel dat mensen naar conservatisme neigen omdat ze verandering willen. Je kunt er de spot mee drijven, met dat conservatieve veranderingsverlangen, maar het stelt een wezenlijke vraag aan de orde. Een keuze waarvoor iedereen in een snel veranderende wereld staat: wat willen we behouden, wat willen we meenemen de toekomst in, en wat laten we achter?

Waarschijnlijk is het naïef te zeggen dat de wereld tegenwoordig sneller verandert dan anders. Toch is het onomstotelijk waar dat in deze tijd nieuwe, wezenlijke grenzen worden overschreden. Als een varkensbrein na een paar uur dood te zijn geweest weer tot rudimentair leven wordt gewekt, zoals een onderzoeksteam van Yale claimt in het vaktijdschrift Nature, dan is dat een wezenlijke verschuiving in ons begrip van de dood. En als het bestaan zo ingrijpend verandert, wat moet dan hetzelfde blijven?

Het valt op dat vernieuwende technologie al snel conservatieve verlangens oproept. Zodra wetenschappers een varkensbrein kunnen aansluiten op een machine, krijgen experts het visioen dat het mogelijk wordt „na de dood herinneringen uit het brein te tappen”. Een museaal toekomstvisioen, een droom van behoud, conservatie, fixatie. Je zou het overwinnen van de dood zelf trouwens ook een conservatief verlangen kunnen noemen: de toekomst niet over willen laten aan het nageslacht, maar er bij willen blijven.

Veel nieuwe ontwikkelingen zijn gericht op behouden, beheersen en vastleggen. Zo is gedragsvoorspelling op basis van data een fundamenteel conservatieve techniek, die mensen vastpint op hun gedrag in het verleden. De automatisering van overheidsbeslissingen is net zo conservatief, omdat overheidsregels daardoor moeilijker kunnen worden bijgesteld en veranderd. De mensheid rent vooruit, om nieuwe technieken mogelijk te maken waarmee ze het leven voor de eeuwigheid kan fixeren.

Tegelijk is terugkeren naar het verleden soms zo vanzelfsprekend dat er geen discussie over mogelijk is. De Notre-Dame brandt af en natuurlijk wordt ze heropgebouwd. Dat is al collectief besloten nog voordat het vuur is geblust. De restauratie is al bijna gefinancierd voordat de schade begroot is. De kathedraal is symbool van iets ongrijpbaars, iets Europees, iets ouds, maar behoud voelt als een nieuw begin, een nieuwe kans voor de Franse president, voor Europese solidariteit. Zoals vooruitgang behoudend kan werken, zo kan restauratie vernieuwing zijn.

Het progressieve elan rondom behoud van de kerk is groot. Zelfs zo groot dat in de krant een briefschrijver het erfgoed van de ondergang wil redden met Europees geld, als signaal aan nationalistische populisten, die „kortzichtig terugverlangen naar vervlogen nostalgische tijden”. Maar zonder terugverlangen naar vervlogen tijden zou er helemaal geen geld worden uitgeven aan restauratie; zonder omkijken naar het verleden zou het begrip erfgoed niet eens bestaan.

De vraag wat je meeneemt en wat je achterlaat is dus niet makkelijk te beantwoorden door burgers in twee politieke richtingen te verdelen. Er is conservatieve veranderingsbehoefte en progressieve behoudzucht, en van geval tot geval wisselt de verhouding tussen verleden en toekomst. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de samenleving zich daarom niet alleen afvragen hoe open ze wil zijn, maar ook hoe gesloten ze wil zijn. Wat wel loslaten en wat niet?

In Utrecht was onlangs de tentoonstelling Een wereld zonder ons te zien. Die titel verwees naar een toekomst waarin de mens zoveel schade heeft aangericht dat hij zelf ten onder is gegaan en met beschaving en al is verdwenen. Dan breekt het post-antropoceen aan, waarin alleen nog oerbacteriën leven. De vraag was hoe je dit zou kunnen voorkomen door een verstandige omgang met technologie. Maar eigenlijk was de dieperliggende vraag of wij oerbacteriën zouden willen worden. Willen we de mensheid behouden? Of zijn we zo innovatief dat we die graag opgeven en terugvallen naar prehistorische condities?

Herstel je de Notre-Dame naar haar oorspronkelijke middeleeuwse staat of breng je de neogotische elementen uit de negentiende eeuw ook weer terug? Probeer je de herinneringen van de doden op te slaan in museummachines, of wil je de levende functies van hun hersencellen herstellen? Er zijn lastige keuzes te maken rondom de continuïteit van cultuur en leven. Je kunt niet op zoek gaan naar het nieuwe zonder beslissingen te nemen over het oude.

Nadat we decennia lang de reclameterm ‘nieuw’ als aanprijzing hebben gebruikt, moeten we inzien hoe stagnerend sommige vernieuwingen werken en hoeveel energie kan loskomen bij behoud. Behoud van de mens. Of de dood.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.