Broek

schrijft columns gebaseerd op haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland.

‘Kan het zweet lijken?’ schiet door mijn hoofd, zodra ik één van mijn patiënten de hoek om zie komen. Ik weersta de verleiding omlaag te kijken – dat vestigt de aandacht er alleen maar op – en probeer met een verontschuldigend zwaaitje door te rennen. Maar het wordt direct duidelijk dat ik daar niet mee weg kom. „Hi, Anne! Wat toevallig je hier te zien. Mijn man hoest zo verschrikkelijk…” Terwijl ze me alle details vertelt, vraag ik me alleen maar heel hard af of ze mijn natte kruis heeft gezien, of erger nog: urine ruikt.

En dan besluit ik plechtig: Het is klaar. Klaar met de ontkenning. De kop moet uit het zand. Ik moet naar de bekkenbodemtherapeut. En ik moet vooral nóóit meer een lichtpaars broekje aan doen. Ook niet als ik maar drie kilometer ga rennen. Met een schok besef ik dat de marathon, waar ik me in een vlaag van verstandsverbijstering voor heb ingeschreven, al over twee maanden is. Glashelder zie ik voor me hoe ik, in een doorweekte broek in een walm van urine over de finish zal strompelen.

Mijn patiënte kijkt me inmiddels al een tijdje vragend aan. „Dat klinkt inderdaad zorgelijk”, zeg ik haastig. „Als u de praktijk belt, zetten ze hem er vanmiddag wel bij op het spreekuur.” Zodra ze tevreden knikt, sprint ik uit het zicht.

Terwijl ik terug naar huis rij, spreek ik mezelf vermanend toe. Bijna de helft van alle vrouwen heeft last van incontinentie. Maar 35 procent van hen durft hulp te zoeken. Dagelijks vraag ik er actief naar bij patiënten en stel ze gerust, geef aan hoeveel het voorkomt en wat er aan te doen is. En ondertussen ontken ik mijn eigen probleem volledig.

„Twee maanden?” De bekkenbodemtherapeut, waar ik een week later zit, schudt haar hoofd. „Ik kan heel hard oefenen”, opper ik optimistisch, en wijs op het A4’tje met oefeningen. Ze glimlacht. „Dat geloof ik graag, maar vier uur rennen is heel lang. En als plas eenmaal begint te lopen, is er meestal geen stoppen meer aan.” Ze trekt een stapel verbanden uit een la. „Kijk welke het beste werkt en bestel daar een pak van.”

Een maand later ben ik het hele probleem alweer bijna vergeten. Het A4’tje is al kwijtgeraakt. Maar ik maak me geen zorgen, want de Tena ladies zijn besteld. Opgewekt haal ik meneer O. uit de wachtkamer. Hij heeft net een prostaatoperatie achter de rug, en loopt moeizaam. Terwijl we naar mijn kamer lopen, stuift de receptioniste voorbij met een flinke doos. „Dit werd voor je afgegeven. Ik zet hem in de koffiekamer, want hij past niet onder de balie.” Meneer O. staart haar na en draait zich dan verbaasd om naar mij. „Dat is toevallig. Ik heb net vijf pakken luiers besteld bij dat bedrijf. Want sinds die operatie pis ik de hele dag in mijn broek!”

Omwille van de privacy zijn herkenbare details aangepast.