Bijzonder: hagedis bestuift bloem

Biologie Een Zuid-Afrikaanse bergbloem wordt bestoven door hagedissen. Biologen kennen dat fenomeen alleen van eilanden.

Onechte gordelstaarthagedis neemt een likje nectar uit een ‘verborgen bloem’. Deze bloemensoort en hagedis komen voor in de Drakensbergen, in Zuid-Afrika.
Onechte gordelstaarthagedis neemt een likje nectar uit een ‘verborgen bloem’. Deze bloemensoort en hagedis komen voor in de Drakensbergen, in Zuid-Afrika. Foto Ruth Cozien & Steve Johnson

Bijen, vlinders, vogels, zelfs vleermuizen: bij dieren die bloemen bestuiven denken we vaak aan vliegende soorten. Maar in Zuid-Afrika ontdekten biologen dat de bloem Guthriea capensis wordt bestoven door hagedissen. Tot nu toe werd hagedissenbestuiving gezien als een fenomeen dat alleen sporadisch op eilanden voorkomt.

De Zuid-Afrikaanse naam van Guthriea capensis is ‘verborgen bloem’. De soort groeit tussen de 2.500 en 3.000 meter hoogte in de Drakensbergen in het oosten van het land. De bloemen ruiken sterk, maar zien er onopvallend uit: ze zijn groen van kleur en gaan verscholen onder de plantenbladeren. Vaak duiden zulke geurige, verborgen bloemen op bestuiving in de schemering of in de nacht, maar de opvallend oranje klieren in de bloemkronen doen vermoeden dat ze bedoeld zijn om overdag dieren met goed zicht te lokken.

Een van de auteurs van het in Ecology verschenen artikel is de Nederlandse bioloog Timo van der Niet, werkzaam bij de universiteit van KwaZulu-Natal. Aanvankelijk dachten hij en zijn collega’s aan bestuiving door muizen of andere knaagdieren, vertelt hij aan de telefoon: „Dat komt bij planten in het westen van Zuid-Afrika redelijk vaak voor. Hier in het oosten hadden we het nog niet eerder gezien, maar deze bloem had er het uiterlijk voor.” Bestuiving door vogels leek onwaarschijnlijk, zeker omdat de planten laag boven de grond groeien – ze zijn nog geen 20 centimeter groot. En bloemen die door insecten worden bestoven, hebben vaak minder grote hoeveelheden nectar.

Om hun hypothese te toetsen, plaatsten de onderzoekers camera’s met bewegingssensoren. Van der Niet: „Aanvankelijk hadden we ze alleen ’s nachts aan, om batterijen te sparen. Maar toen we daarmee geen resultaat kregen, hebben we een paar camera’s op 24-uurs-stand gezet.”

Muizen liepen rond de planten, maar bezochten nooit de bloemen, onechte gordelstaarthagedissen (van de soort Pseudocordylus subviridis) deden dat wél. Toen de onderzoekers vervolgens diervriendelijke vallen plaatsten, bleken de knaagdieren bovendien geen stuifmeelkorrels op hun snuit te hebben, terwijl bijna alle gevangen hagedissen dat wel hadden.

Wat ook opviel: mannelijke hagedissen zijn bleekgroen met oranje, net als de bloemen. Van der Niet: „Het reflectiepatroon van de golflengtes is vrijwel identiek voor de klieren van Guthriea capensis en voor de hagedissen. Dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat de dieren in staat zijn om die specifieke kleuren van de bloem ook waar te nemen.” Mannetjeshagedissen zijn waarschijnlijk zo gekleurd om een partner te versieren, of om zich aan concurrerende mannetjes te tonen. Het is niet bekend of de bloemen zowel door mannelijke als door vrouwelijke dieren worden bevrucht.

Bestuiving door hagedissen is voor het eerst in de jaren zeventig waargenomen op Madeira – daarna hebben biologen het gedrag onder andere gezien in Nieuw-Zeeland en op eilanden in de Middellandse Zee. Maar het was nooit duidelijk of het alleen om incidentele bezoeken ging of dat hagedissen voor sommige planten essentieel zijn voor bestuiving.

Van der Niet: „In Zuid-Afrika zijn er veel specialistische planten, die voor bevruchting afhankelijk zijn van één bestuiversoort. Om te onderzoeken of dat hier ook het geval is hebben we om sommige bloemen een exclosure gezet waardoor de hagedissen er niet meer bij konden. In dat geval nam de bevruchting van de planten met 95 procent af. De hagedissen zijn dus duidelijk de belangrijkste bestuivers.”

Wanneer er vervolgens ook geen insecten bij de bloemen konden, nam het aantal bloemen met nog eens 4 procent af. Bovendien was op de camerabeelden te zien dat insecten vrijwel nooit van mannelijke naar vrouwelijke bloemen vlogen, terwijl dat wel nodig is voor bestuiving. Momenteel onderzoeken de biologen hoe het komt dat andere dieren niet van de nectar drinken. „We hebben er zelf ook van geproefd, en het smaakt bitter. Mogelijk zorgt dat ervoor dat knaagdieren de plant links laten liggen. Dat zou gunstig kunnen zijn, omdat muizen en spitsmuizen de bloemen zouden kunnen beschadigen of opeten.” Ook van hagedissen is bekend dat ze soms bloemen eten. „Maar dat hebben we bij deze soort nog niet gezien.” Volgens Van der Niet kan het voor de bloemen gunstig zijn om door de hagedissen bestoven te worden, omdat er op de grote hoogte niet veel insecten zijn. „In zekere zin zijn de Drakensbergen te vergelijken met een eiland. Niet voor niets noemen we zo’n geïsoleerde berg ook wel een sky island.”