Recensie

Recensie Muziek

Theo Loevendie viert zijn Turkse connectie in bruisend concert

Crossover Een keur aan topmusici verkende de invloed van Turkse muziek op het werk van Theo Loevendie. Die was soms ver te zoeken, bruisend was het steeds wel.

Theo Loevendie achter de piano met zijn sterrenjazzband in het Concertgebouw.
Theo Loevendie achter de piano met zijn sterrenjazzband in het Concertgebouw. Foto Said Rasouli

Dat componist, pianist en blazer Theo Loevendie zijn hele werkzame leven heeft gelaveerd tussen klassieke muziek en jazz is geen geheim. Minder bekend is dat Loevendie ook beïnvloed is door Turkse muziek. Zaterdagavond stond juist deze connectie in de spotlight, in een bruisend concert in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Het publiek was zeer gemêleerd. Bülent Evren van het Yunus Emre Instituut, dat het evenement organiseerde, noemde Loevendie „een bruggenbouwer”.

Loevendie, die in september 89 hoopt te worden, oogde vitaal. Hij lichtte zijn werk vanaf het podium losjes toe en ging om de haverklap het trappetje op en af – met stok, maar toch. Eenmaal op zijn praatstoel gaf hij in eloquent Amsterdams sappig commentaar bij de stukken, die in kleine bezetting werden uitgevoerd door een keur aan topmusici uit klassiek en jazz.

In 1952 had Loevendie vier maanden lang een engagement als klarinettist aan de Bosporus. Daar hoorde hij voor het eerst Turkse muziek, die een diepe en beklijvende indruk op hem maakte. „Dat blijkt wel uit het feit dat ik twee volwassen half-Turkse dochters hebt”, grapte hij. Loevendie was dertig jaar getrouwd met een Turkse vrouw, zo beschreef hij al in zijn memoires, die volgens deze krant lezen „als een schelmenroman”.

Lees ook een interview met Theo Loevendie: ‘Ik heb een avontuurlijk leven geleid’

Het concert begon traditiegetrouw met een ‘taksim’, een geïmproviseerde verkenning van een toonsysteem en een sfeer, door oed-speler Mehmet Polat. Loevendie nuanceerde onmiddellijk: dé Turkse muziek bestaat niet, de diversiteit is gigantisch, vergelijk deze klassieke oed-solo alleen al met de vele vormen van dansbare volksmuziek. Vooral de onregelmatige ritmiek van zulke dansen bleek in Loevendies werk terechtgekomen, zoals in het onstuimige viool-piano-duo Aksak (‘hinkend’). In het pianotrio Ackermusik klonk juist wel een Turks melos door: drones, subtiele glijers, ‘oosters’ aandoende nuances van intonatie.

Het sterkst waren twee spetterende solo’s. Violiste Emma Breedveld stampte en streek verwoed in het opzwepende Duo dance, een soort kernfusie van volksdansen uit Turkije en de zuidelijke VS. Fie Schouten imponeerde met het Duo voor basklarinet solo, waarin ze onnavolgbare interacties tussen een baspartij en een solist suggereerde.

Luister naar Loevendies Ackermusik.

Vooral in het gedeelte na de pauze was de Turkse invloed soms ver weg. In de heerlijke improvisatie van oed-speler Polat en violist Oene van Geel was de kruisbestuiving nog zonneklaar, evenals in de bezeten ritmische drive van Bayram voor zijn sterrenjazzband, met Loevendie zelf achter de piano. Daarna overheersten in veel nummers andere facetten van zijn eigenheimerige componeerdrift. „Moet kunnen op zo’n avond”, vond Loevendie. „We zijn toch niet eenkennig?”