Opinie

Iran heeft een grote mond maar is ook heel voorzichtig

Carolien Roelants was in Iran op het moment dat president Trump de Revolutionaire garde als terreurgroep bestempelde. Iedereen was geschokt.

Dwars

Wat me dit keer opviel in Iran – of beter gezegd wie – waren de giebelende meisjes die elkaar in een park in Teheran hoofddoekloos fotografeerden. En zich lieten fotograferen. Geen actievoersters: dát zijn degenen die zich voor het gerechtsgebouw blootshoofds manifesteren als publiek protest tegen de verplichte hoofddoek. Van hen zijn tientallen het afgelopen jaar opgepakt. Zeker zes zijn veroordeeld, als het er niet meer zijn. Nee, die giebelende meisjes zijn de maatschappij die nooit stilstaat, hoe hard de opperste leider en andere conservatieve machthebbers ook op de rem staan. Ze zitten zonder hoofddoek in auto’s, en achterop de brommer hijsen ze hun afgewaaide bedekking tergend langzaam weer op. Zij protesteren niet, ze doen gewoon.

Lees ook Wat de haviken aanrichten om hun Iran te redden

Dit keer vielen ook de fietsende vrouwen me op; een heldendaad, niet zozeer wegens de kledingpolitie maar het verkeer. En rolschaatsende meisjes. Midden jaren negentig verloren de autoriteiten hun vaste greep op de straat. Tot dan konden ze bepalen dat de hoofddoek vóór op het hoofd moest, geen haartje erbuiten. Daarná deden ze nog wel hun best in naam van de islamitische zedelijkheid, maar vergeefs, en dat zag je. Die hoofddoek gaat eraan, nog even vertraagd door zijn symboolfunctie, alleen weet het regime het nog niet.

Van de hernieuwde Amerikaanse sancties (bovenop het economische wanbeleid) is vooral te merken dat de rial niets meer waard is. Prettig voor de buitenlander, een ramp voor de Iraniërs die in rials worden uitbetaald en juist met steeds hogere prijzen worden geconfronteerd. Vlees raakt buiten het bereik van de armen, een espresso is een luxe voor de middenklasse. Die giebelende meisjes maken zich nog niet zoveel zorgen, maar de dertigers die ik ontmoette waren ontzettend somber over hun ontbrekende toekomst.

Het Amerikaanse besluit de Revolutionaire garde als terroristische organisatie te brandmerken, sloeg in als een bom. Elke autoriteit begon erover – wat zou ú denken als Trump úw leger als terreurbende zou brandmerken? In het heiligdom van Fatima Masoumeh in Qom was meteen een protest van geestelijken georganiseerd. Een groepje zwart-bedekte vrouwen – ja, dáár wel – kwam binnenlopen achter een spandoek met de tekst „Trumps besluit is nietig!”.

De Revolutionaire garde werd in 1979 opgericht als waakhond van de revolutie. Maar het is ook een gewoon dienstplichtigenleger. Amerika kijkt naar zijn activiteit buiten de Iraanse grenzen, in Syrië naast Assad met name, en het rakettenprogramma. Wat de Iraniërs betreft is dat allemaal in dienst van de nationale veiligheid. De Iraanse verontwaardiging geldt ook het feit dat de garde in Syrië en Irak een belangrijke rol heeft gespeeld in de strijd tegen Islamitische Staat. Naast Amerika nota bene.

Lees ook Met dank aan Trump, een steeds repressiever Iran

Voor Washington is de maatregel een nieuwe stap in zijn campagne om het Iraanse regime te wurgen. Maar eerder versterkt het de garde: ook gematigde politici voelen zich genoodzaakt achter haar te gaan staan, in garde-uniform in het parlement. En natuurlijk werd er gedreigd met vergelding: het Amerikaanse Centraal Commando is óók een terroristische organisatie. Maar als ik kijk naar de reactie van de opperste leider, zie ik vooral voorzichtigheid. „Elke actie die de vijand boos maakt is gepast en correct, terwijl elke stap die hem agressiever en vastbeslotener maakt moet worden vermeden.” De Iraanse leiders hebben vaak een grote mond, maar oorlog willen ze koste wat het kost voorkomen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.