‘Het voetbal van FC Emmen geeft deze krimpregio een boost’

Ronald Lubbers FC Emmen heeft goede kans in de eredivisie te blijven. „We moeten de omzet verdubbelen”, zegt voorzitter Ronald Lubbers.

FC Emmen-voorzitter Ronald Lubbers
FC Emmen-voorzitter Ronald Lubbers Foto Corné Sparidaens

Als er mensen zijn die zeggen dat er in Drenthe „geen mallemoer” gebeurt, hebben ze niet helemaal ongelijk, zegt Ronald Lubbers. „Er is voldoende werk, maar afgestudeerden trekken hier weg. Maar als je goed kijkt, zie je ook veel mooie dingen. En dat zag ik vorig jaar. Een ongekende trots. Al die mensen die waren uitgevlogen, staken ineens weer hun vinger op. Hé, ik ben ook Drent.”

Reden? De club waarvan hij voorzitter is, FC Emmen, promoveerde naar de eredivisie. Eens een grijze muis in de eerste divisie, nu voor het eerst actief op het hoogste niveau, met een tweede eredivisieseizoen in het verschiet als dinsdag bij concurrent De Graafschap wordt gewonnen.

Sigarettenrook dwarrelt tegen het systeemplafond van stadion De Oude Meerdijk als de 52-jarige ondernemer uiteenzet wat het succes van FC Emmen betekent voor een onbemind stukje Nederland. Wat voor VVV-campagne de provincie ook optuigt, een betere publiekstrekker dan FC Emmen kunnen de Drenten zich niet wensen. „Net als een voetbalteam heeft een provincie een aanjager nodig. Ik denk dat wij dat kunnen zijn. Eerst kwam de dierentuin en dan de voetbalclub. Nu is dat misschien wel andersom.”

Al die vooroordelen over Emmen en Drenthe. Hoe staat u daarin?

„Ik doe veel zaken in het westen. Dan stellen mijn zakenrelaties in Amsterdam of Den Helder voor om op hun kantoor af te spreken, omdat ze anders dat hele eind hierheen moeten. Goh, dus voor mij is het geen lang stuk? Typisch. Ze doen toch een beetje alsof na Zwolle en Meppel de wereld ophoudt. Maar dat is niet meer zo. Het is duidelijk dat het voetbal deze krimpregio een boost geeft. Ook de politiek omarmt het voetbal nu. Is weleens anders geweest.”

Hoe reageerden politici toen?

„Het was de tijd dat we onze kop met moeite boven water hielden. In de eerste divisie lukt dat nauwelijks zonder externe financiers. Als je daar een paar jaar in speelt, krijgt elke club het moeilijk. Bij de gemeente riepen ze dan dat een voetbalclub een bodemloze put is. Nu zien ze gelukkig wat voor impact dit heeft voor de provincie. Bij de laatste verkiezingen hadden alle partijen in hun programma staan dat ze FC Emmen wilden ondersteunen, op de ChristenUnie na. Tien jaar terug zou het omgekeerd zijn geweest.

„Het succes hoeft ook niet tijdelijk te zijn, zolang we maar iets doen met onze accommodatie. We moeten de omzet verdubbelen. Een nieuw stadion, of verbouwen.”

Anders is het avontuur zo voorbij?

„Dan wordt het een soort stoelendans, een kwestie van geluk. Je houdt het dan maximaal één, twee of hooguit drie jaar vol. Zelfs als we de omzet verdubbelen, moet je er rekening mee houden dat we van de tien seizoenen er twee in de eerste divisie spelen. We hebben niet de mogelijkheden van FC Twente of FC Groningen. Zoveel mensen wonen hier niet.

„Of heel Drenthe ons achterland is, betwijfel ik. Assen en Emmen is al een wereld van verschil. Assen is meer een ambtenarenstad. In Emmen is het motto: we regelen het zelf wel. Het feit dat de helft van de mensen op het provinciehuis in Assen in Groningen woont, zegt ook iets. Als er al een brug naar Assen bestaat, hoe kijken ze dan naar Emmen? Ik heb altijd het gevoel gehad dat er op ons werd neergekeken, al is dat aan het veranderen. Onze gunfactor blijkt toch wel hoog te zijn.”

Waar zit ’m dat in?

„Misschien omdat we alles zo normaal mogelijk doen, zoals we hier ook zijn. Ook met de media, al werd dat wel een beetje te gek. Journalisten liepen hier de deur plat. We hadden een verdrievoudiging verwacht qua aandacht van de pers, maar het is wel tien keer zo veel. Ze liepen allemaal zo het stadion binnen. Doen onze supporters ook. Die halen hier zelf koffie in de keuken. En dat vind ik ook mooi. Waar zie je dat nou?”

Lubbers leidde in 2012 een reddingsoperatie waarbij circa vijf ton benodigd was om de licentie te behouden. Het was een tijd van schrapen. Kon de club de stadionlampen uitgeschakeld houden, dan deed het bestuur dat. Lubbers ging alle „buitendorpen” af om geld op te halen bij ondernemers. Het feit dat die circa 50.000 euro per persoon schonken, bewees voor Lubbers dat er draagvlak was voor betaald voetbal in Emmen.

Lees ook het stuk over de de promotie naar de eredivisie vorig jaar

U wordt gezien als de redder van de club. Wat dreef u?

„Clubliefde, denk ik. Maar ik heb altijd geprobeerd anderen erbij te betrekken. Ik droeg de risico’s, ze zouden bij mij aan de deur staan als er problemen waren. Maar de slagen die we nu maken, doen we samen. FC Emmen is geen speeltje voor mij. Ik ben geen suikeroom.”

Wat als een buitenlandse investeerder zich bij de club meldt?

„Zoiets past hier niet. Tussenpersonen melden zich weleens, meestal uit België. Er was een man uit Singapore die wel interesse had, maar ik ga er niet serieus op in. Wij zitten in een te belangrijke fase en hebben de hele lokale bevolking nodig voor dit project. Met zo’n investeerder zou het misschien wel meteen in elkaar donderen. Alleen als het sportief goed gaat, duldt het publiek een investeerder van buiten. Anders heb je een probleem.”

In de stad gaat het over niets anders dan voetbal, zegt de voorzitter. Na de 2-0 zege op FC Utrecht van zaterdag liet hij zondag een paasbrunch schieten. „De mensen zijn er zo vol van, dat ik dacht: even een middagje rust.”

Terwijl de inwoners zich met trots laven aan de sportieve prestaties, merkt Lubbers in de bestuurskamers waar hij komt dat andere clubs nog moeten wennen aan de nieuwe status van FC Emmen. „De interesse in Emmen is er gewoon niet. Je merkt het, of ze je oprecht ontvangen of dat ze je een hand geven onder het mom van een ‘moetje’. Dan voelt het net alsof we een campingelftal zijn. Interesseert me verder niet, hoor. Ik wil winnen.”

Binnen FC Emmen moeten ze ook nog wennen aan de nieuwe status. Toen Ajax-directeur Marc Overmars onlangs kwam onderhandelen over doelman Kjell Scherpen, besloot Lubbers dat bij hem thuis te doen. Zijn vrouw ging met de kinderen een broodje eten in het dorp. „Marc is een icoon in het Nederlandse voetbal. Als je die hier laat komen, met alle open deuren, raakt iedereen in de war.”

Uw club staat volop in de belangstelling. Er verscheen onder meer een zesdelige documentairereeks over de club en de stad bij de publieke omroep. Met welke blik keek u daarnaar?

„Het was behoorlijk stigmatiserend. Ze hebben daar bepaalde typetjes opgevoerd die goed pasten in hun docu, maar die niet allemaal realistisch waren. Sommigen kwamen echt niet élke training kijken. Ze filmden in een oude kroeg en deden alsof daar alleen bouwvakkers komen. Ze vermeden de hippe tenten die hier ook zijn. Het was geen documentaire die je nieuwsgierig maakt naar Emmen.”