Elke boer heeft een werkpak uit Goirle

Familiebedrijf De productie gebeurt veelal in het buitenland, maar er zijn nog Nederlandse textielbedrijven. Havep in Goirle tekent voor de nieuwe werkkleding van het ambulancepersoneel.

Aan de dorpsrand van het Noord-Brabantse Goirle, net onder Tilburg, ligt het 154 jaar oude familiebedrijf Havep, gespecialiseerd in werkkleding. Aan de voorzijde kijkt het oude fabrieksgebouw uit op woonhuizen. Aan de achterzijde grenzen de nieuwere hallen aan het 1.200 hectare grote landgoed van de familie Van Puijenbroek.

Anna van Puijenbroek (47), vijfde generatie, leidt het bedrijf. Ze ontvangt in het nieuwere deel. In december kreeg Havep te horen dat het de nieuwe kleding mocht maken die het Nederlands ambulancepersoneel na deze zomer gaat dragen, vertelt ze.

Na ruim vijftien jaar in fluorescerend geel en groen vonden ze het bij Ambulancezorg Nederland tijd voor nieuwe werkkleding. Ontwerper ervan is Karin Slegers, die eerder kleding voor de Efteling en Albert Heijn maakte. Voor de ambulancemensen koos ze een turquoise bovenstuk, donkerblauwe broek, rode accenten. Minder schreeuwerig en herkenbaarder, vonden ze.

De opdracht om 120.000 kledingstukken te maken voor de 5.500 Nederlandse ambulancemedewerkers werd Europees aanbesteed. In de aanbesteding benadrukte de ambulancezorg veel waarde te hechten aan het gebruik van gerecycled en duurzaam materiaal en aan goede sociale omstandigheden in de ateliers.

Echt iets voor Havep, wist Van Puijenbroek meteen. Haar bedrijf is in Europa voorloper als het gaat om duurzame, sociaal verantwoorde en transparante productie van werkkleding, zegt ze. „En ik wil koploper worden.”

Zo’n aanbesteding is een afvalrace, vertelt ze. Steeds bleven er minder bedrijven over. En steeds kwamen er aanvullende vragen. Tot de opdracht binnen was. „Het is voor ons een grote opdracht. Het gaat om 10 procent van onze omzet [van bijna 40 miljoen euro, red.].”

Een kamer verderop in het bedrijfsgebouw hangt vol ambulancekledingstukken, beplakt met post-its. Ambulancemedewerkers hebben die kleding in februari getest, en op de papiertjes staan nu de verbeterpunten. Zo bleek de zak op het dijbeen te smal voor de stethoscoop. En er was behoefte aan meer riemlussen. „Maar over het algemeen waren de reacties heel enthousiast. Vooral vrouwen waren blij. Hiervoor was alles uniseks. Nu hebben ze hun eigen broek en hemd. Dat is echt onze inbreng.”

Foto’s Merlin Daleman

Lagere lonen

Havep bestaat sinds 1865 en is vernoemd naar oprichter Harrie van Puijenbroek. De familie kreeg later ook bekendheid als grootaandeelhouder van de Telegraaf Media Groep, en nu van Mediahuis. Eerst weefde Havep doeken. Later ging het de doeken ook veredelen: kleuren, brandvertragend maken. En ten slotte ging het zelf kleding vervaardigen. „In de jaren vijftig kwamen hier pluisjes katoen binnen en gingen er overalls naar buiten.”

In de jaren zestig en zeventig opende Havep eigen ateliers in Macedonië en Tunesië vanwege de lagere lonen daar. „Veel textielbedrijven deden dat in die tijd. Textiel is nou eenmaal heel arbeidsintensief.” In 2005 opende Havep een nieuwe weverij in Goirle.

En toen kwam de crisis. De omzet viel 30, 40 procent terug. Anna van Puijenbroeks vader, zijn twee broers en hun zeven kinderen kwamen bij elkaar. Ze besloten in 2009 de nieuwe weverij te sluiten en afscheid te nemen van de helft van het personeel in Goirle; 125 mensen bleven.

„Dat was een hard besluit dat de identiteit van ons bedrijf heeft veranderd. Toch pakte het ook goed uit. Wij waren eerst gefocust op het generen van volume voor ons productieapparaat. Toen we geen eigen productieapparaat meer hadden, werden we flexibeler in onze keuze van stoffen. Er kon ineens meer.”

Oudste dochter Anna van Puijenbroek stond als tiener niet te popelen haar vader op te volgen. Ook haar jongere broers hadden geen interesse. De ene werd longarts, de andere ging het landgoed beheren. Anna studeerde werktuigbouwkunde en vond werk in de ICT. Toen haar vader stopte, nam ze het bedrijf niet over. „Het is niet mijn taak om mijn vader happy te maken.”

Wereld verbeteren

Na tien jaar in de ICT begon het toch te kriebelen. In 2005 belde ze haar vader op met de mededeling dat ze graag in het bedrijf zou werken. „Hij antwoordde: ‘Jij blijft mij verrassen.’ Bij ons gaan die dingen niet met veel woorden.”

Eerst werkte ze op de ICT-afdeling, later werd ze hoofd confectie en zo werkte ze zich op totdat ze in 2017 de leiding kreeg. Ze is niet de eerste vrouwelijke directeur bij Havep. Haar oma leidde het bedrijf jarenlang nadat haar twintig jaar oudere echtgenoot ermee was gestopt – tot Anna’s vader klaar was om het bedrijf over te nemen.

Oma zei altijd dat ze het zo fijn vond om in de textielindustrie te werken omdat ze op die manier veel kon doen voor vrouwen in armere landen. Dat is Anna van Puijenbroek uit het hart gegrepen. „Ik zie het familiebedrijf als instrument om de wereld te verbeteren.”

Foto’s Merlin Daleman

Op de bedrijfsdaken in Goirle liggen 1.200 zonnepanelen. Een duurzame houtkachel verwarmt het bedrijf (en het aangrenzende verzorgingshuis). „We gebruiken afvalhout van ons eigen landgoed en planten steeds nieuwe bomen aan, die dan weer zeventig jaar kunnen groeien. Zo is de energieopwekking CO2-neutraal.” In 2025 wil Havep 90 procent van alle werkkleding circulair produceren.

Lees ook: Hoe een kleurloos ondergoedmerk zichzelf opnieuw uitvond

Het bedrijf let ook op de werkomstandigheden in zijn buitenlandse ateliers. In Macedonië heeft het 175 mensen in dienst, in Tunesië 15. Met enkele andere ateliers werkt Havep samen. Anna van Puijenbroek: „Wij willen dat de werknemers een salaris krijgen waarvan zij kunnen eten, wonen en hun kinderen naar school kunnen sturen. Dat moeten we steeds herhalen. In Tunesië is het ongebruikelijk meer dan het schamele wettelijke minimumloon te betalen.”

Marsmissie

Sinds Anna van Puijenbroek directeur is, groeide de omzet van 30 miljoen naar bijna 40 miljoen euro. Over winst wil ze niets zeggen. Verdere groei zoekt ze onder meer in Duitsland. Niet alleen het Nederlandse ANWB-personeel draagt Havep-kleding, inmiddels ook dat van de Duitse zusterorganisatie ADAC. „En het personeel van DAF, Staatbosbeheer, Veilig Verkeer Nederland. En vrijwel alle boeren van Nederland. Dat kun je zien aan het rode Havep-labeltje aan hun borstzak.”

Als directeur wil ze ook de ambitie van haar medewerkers vergroten. Daartoe stelde ze een gemeenschappelijk doel: we gaan de kleding maken voor de eerste Marsmissie. Anna van Puijenbroek: „Ik ben niet iemand die op de zaak past. Ik wil van Havep een ruim 150 jaar oude start-up maken.”