Een nieuwe gapende wond voor Sri Lanka

Sri Lanka Een groepje radicale moslims lijkt achter het bloedbad van Paaszondag te zitten, mogelijk met hulp van IS of Al-Qaeda. Na een rustig decennium is het eiland ten prooi gevallen aan grootschalig geweld.

Soldaten in de Sint Sebastiaankerk in Negombo, ten noorden van de Sri-Lankaanse hoofdstad Colombo. Bij een aanslag tijdens de paasmis kwamen tientallen kerkgangers om het leven.
Soldaten in de Sint Sebastiaankerk in Negombo, ten noorden van de Sri-Lankaanse hoofdstad Colombo. Bij een aanslag tijdens de paasmis kwamen tientallen kerkgangers om het leven. Foto STR/AFP

Sri Lanka leek net op weg de trauma’s van de decennia durende bloedige burgeroorlog enigszins achter zich te laten, toen het uitgerekend op Paaszondag een nieuwe, gapende wond opliep. Dit keer niet door toedoen van leden van de hindoeïstische Tamil-minderheid of de boeddhistische Sinhalese meerderheid, maar door de kleine moslimminderheid. Doelwit van hun agressie: de kleine christelijke gemeenschap en buitenlandse toeristen.

De acht min of meer gelijktijdige aanslagen van zondag op onder meer christelijke kerken en luxehotels, waarbij zeker 321 mensen omkwamen en 500 mensen gewond raakten, waren een bloedbad zoals dat zelfs in de zwartste dagen van de strijd tussen de Tamil Tijgers en het regeringsleger tussen 1983 en 2009 maar zelden voorkwam.

Volg het laatste nieuws over de aanslagen in Sri Lanka via ons blog

Niemand heeft zich nog verantwoordelijk gesteld voor de aanslagen maar de schuld wordt door de autoriteiten gelegd bij een pas onlangs opgedoken kleine radicale islamitische groepering, National Thowheeth Jama’ath (NTJ). De meeste daders leken zelf bij de aanslagen te zijn omgekomen, maar de politie pakte naderhand ook 24 mensen op, volgens de overheid behorend tot een „extremistische” groepering. Allen waren voor zover bekend Sri Lankanen.

Het zou bij NTJ gaan om een lokale afdeling van Islamitische Staat. De groep kwam eerder in het nieuws door haar felle haat tegen het boeddhisme, de religie die zo’n 70 procent van de Sri Lankanen aanhangt. Haar leden vernielden soms boeddhistische beelden. De jihadistische NTJ probeert de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen bewust aan te wakkeren, ook met geweld. In de daaruit voortvloeiende chaos hoopt ze de geesten rijp te maken voor hun radicale gedachtegoed.

Internationaal netwerk

Toch geloven slechts weinigen dat zulke goed gecoördineerde aanslagen op zo’n grote schaal het werk kunnen zijn geweest van zo’n marginaal groepje als NTJ. Ook de regering niet. Paaszondag waren NTJ’s doelwitten geen boeddhistische heiligdommen maar kerken. Het christendom wordt door met name jihadisten in het Midden-Oosten vaak beschouwd als de lange arm van het Westen. De regering heeft intussen een onderzoek ingesteld naar mogelijke buitenlandse steun voor de aanslagen.

„Wij zien niet hoe een slechts kleine organisatie in dit land dat allemaal kan doen”, verklaarde regeringswoordvoerder Rajitha Senaratne maandag. „Er was een internationaal netwerk – anders zouden deze aanslagen nooit succesvol hebben kunnen worden uitgevoerd.”

Die verdenking wordt versterkt door het feit dat de autoriteiten toegaven dat er al op 11 april waarschuwingen waren binnengekomen van niet nader genoemde buitenlandse inlichtingendiensten: er zouden mogelijk aanslagen volgen door NTJ op christelijke kerken en de Indiase ambassade in Colombo. Die laatste bleef overigens uiteindelijk buiten schot.

Ook terrorisme-deskundigen concludeerden dat de complexiteit van de aanslagen wijst op steun uit het buitenland. „Deze gesynchroniseerde aanslagen zijn niet gewoon voor Sri Lanka. Vergeleken met soortgelijke aanslagen in het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië dragen ze het DNA van aanslagen uitgevoerd door Islamitische Staat en Al-Qaeda”, aldus Alto Labetubun, een deskundige die beide groeperingen al jaren volgt, tegen persbureau Reuters. Ze doen ook enigszins denken aan de aanslagen op diverse doelwitten, waaronder luxehotels, in het Indiase Mumbai in 2008. Die waren het werk van de radicale, in Pakistan gevestigde islamitische groep Lashkar-e-Taiba.

Oostkust

Veel merkten de meeste Sri Lankanen tot voor kort niet van de moslimminderheid op hun eiland. Die is vooral geconcentreerd aan de oostkust, een minder welvarend deel van het eiland. Bij elkaar vormen ze zo’n 10 procent van de totale bevolking van Sri Lanka van 22 miljoen. Er waren wel eens strubbelingen tussen boeddhisten en moslims, maar die vielen in het niet bij de langdurige vete tussen de Tamils en de Sinhalezen.

Lees ook: Aanslagen verstoren wankel etnisch en religieus evenwicht in Sri Lanka

Wel was bekend dat ook enige moslims uit Sri Lanka naar het Midden-Oosten waren gereisd om zich aan te sluiten bij IS. In 2016 stond de teller volgens de regering op 32. Net als in andere landen bestond er in Sri Lanka vrees dat deze strijders hun radicale jihadistische ideologie na terugkeer zouden meebrengen naar eigen land.

Een pijnlijke vraag is waarom de regering niet handelde na het ontvangen van de waarschuwing. Het antwoord daarop ligt in de uitermate gespannen relatie tussen president Maithripala Sirisena en premier Ranil Wickremasinghe. Een hoge politiefunctionaris maakte melding van de waarschuwing tijdens overleg van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij Sirisena wel, maar Wickremasinghe niet aanwezig was. Sirisena verzuimde de waarschuwing echter volgens Wickremasinghe’s woordvoerder door te geven aan de premier, waardoor diens kabinet verder niets ondernam.

Sirisena en Wickremasinghe staan sinds vorig jaar op voet van oorlog met elkaar. Sirisena ontsloeg toen, met voorbijgaan van het parlement, plotseling Wickremasinghe. Als diens plaatsvervanger stelde hij oud-president Mahindra Rajapaksa aan, de man die na bikkelharde strijd de Tamil Tijgers in 2009 versloeg en daarmee een einde maakte aan de slepende burgeroorlog. Maar ook de man die een zeer corrupte reputatie had en vergaande concessies deed aan China. En dan is Rajapaksa nog een boeddhistische nationalist in hart en nieren, die nog altijd door veel Tamils wordt gehaat.

Parlementair verzet

Wickremasinghe weigerde echter plaats te maken en het parlement steunde hem in zijn verzet. Toen ook het Hooggerechtshof Sirisena’s besluit in strijd met de grondwet verklaarde, moest de president alsnog bakzeil halen. Sindsdien zijn beide mannen ernstig met elkaar gebrouilleerd. De toch al precaire positie van president Sirisena, die wordt beschouwd als bondgenoot van de omstreden Rajapaksa, zal door de onthulling van Wickremasinghe’s woordvoerder nog wankeler worden.

Zo is Sri Lanka tien jaar na de nederlaag van de Tamil Tijgers opnieuw in een ernstige nationale crisis beland, die tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen kan verscherpen. Premier Wickremasinghe beseft dat. Hij zei te vrezen dat het bloedbad zou leiden tot instabiliteit in het land en hij verklaarde „alle noodzakelijke bevoegdheden” te zullen verlenen aan het leger om de orde te handhaven.

Er is een avondklok, sociale media zijn grotendeels stilgelegd om te voorkomen dat hatelijkheden en nepnieuws de spanningen verhogen. Voor alle Sri Lankanen die dachten dat de nationale verzoening van na 2009 bestendigd zou worden, is het een bittere pil.

Dit stuk is 23 april geüpdatet met nieuwe informatie.