Paasvuur in Meddo: ‘Die stapel moet branden’

Traditie In Meddo, een dorp in de Achterhoek, mocht het paasvuur dit jaar wel ontstoken worden. „Als je alleen aan het milieu denkt, mag je niks meer.”

In het Gelderse Meddo ging het Paasvuur gewoon door.
In het Gelderse Meddo ging het Paasvuur gewoon door. Foto Eric Brinkhorst

Langs de rand van het weiland rijdt een giertank. Alleen zit er vandaag geen mest in, maar water. De jongeren van Meddo rijden er al de hele middag mee rond, om de randen van het bos nat te houden. „Ketsplaat erachter en gáán”, zegt de 19-jarige Tim Schuurmans, een van de jongens op de tractor. „Alles voor het feestje.”

Op een weiland in Meddo, een dorp in de Achterhoek dat hoofdzakelijk bestaat uit boerderijen rondom een kerk, staat een vijftien meter hoge berg hout opgestapeld. Het is een van de weinige paasvuren die dit jaar ontstoken mocht worden, traditie in het oosten van Nederland. In Overijssel, Drenthe en Gelderland zijn de meeste paasvuren afgelast. Er branden dit jaar in totaal honderden vuren minder dan vorig jaar.

De Veiligheidsregio – verantwoordelijk voor de brandweer – adviseerde geen ontheffing te verlenen voor de vuren, vanwege de aanhoudende droogte, tenzij aan strikte veiligheidsvoorwaarden werd voldaan. Anders dan de meeste gemeenten besloot de burgemeester van Winterswijk, waar Meddo onder valt, dat het paasvuur kon doorgaan.

„Het was wel even spannend”, zegt organisator Roy Heessen. „Als het besluit anders was uitgevallen, was ik failliet geweest.” Het paasvuur in Meddo is niet zomaar een vuur, maar een evenement met DJ’s, rookmachines, lasers en vuurwerk. Er komen 6.000 bezoekers op af. Heessen wist de gemeente ervan te overtuigen dat het veilig genoeg is. De brandstapel staat op een open vlakte zonder huizen in de buurt, het publiek staat op genoeg afstand van het vuur, tenten en bosranden worden vooraf besproeid met water. Alles om te voorkomen dat het vuur uit de hand loopt, zoals tijdens de jaarwisseling in Scheveningen. Daar zorgde een vreugdevuur voor branden.

„Scheveningen is niet te vergelijken met Meddo”, zegt gemeentelijk handhaver Stefanie, die in een geel veiligheidsvest rondjes over het terrein loopt. Vanwege haar werk wil ze niet met haar achternaam in de krant. „Dat vuur in Scheveningen was gebouwd van pallets, hier ligt snoeihout, dat brandt heel anders.” Bovendien staat er bijna geen wind. De enige taak die haar als handhaver rest, is opletten of er geen jongens stiekem over het hek klimmen om het vuur voortijdig aan te steken.

Geen school meer in het dorp, maar nog wel een vuur(tje)

Heel Meddo doet mee

Heel Meddo (1.500 inwoners, 38 verenigingen) zet zich in voor het feest. Zo komen de houten kisten waar de lichtinstallatie aan hangt van de plaatselijke aardappelboer. Jongerenvereniging ‘Elbekurkie’ levert de jongens die het snoeihout voor de brandstapel inzamelen, en de meiden voor de kaartverkoop bij de ingang. Tim Schuurman doet het al vanaf zijn negende. „Op zaterdag ga je na het voetbal met je vrienden holtslöppen” – hout aanslepen. Boer Henk Hoenink (52), die zelf als kind ook hout inzamelde, stelt zijn weiland gratis ter beschikking voor het festival. „Waarom niet? Dit is Meddo, hier doe je graag iets voor een ander.” In tegenstelling tot „het westen”, zegt Hoenink, „daar is het: ieder voor zich.”

De traditie van de paasvuren wordt niet alleen bedreigd door steeds strengere veiligheidseisen. Ook is er kritiek van milieuactivisten die vinden dat er te veel fijnstof vrijkomt bij de verbrandingen. De discussie leidde vorig jaar tot een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Paas- en vreugdevuren zijn jaarlijks verantwoordelijk voor 1 procent van alle fijnstofuitstoot in Nederland, luidde de conclusie. De luchtverontreiniging kan klachten opleveren voor mensen met astma of COPD, stelt het RIVM. Dit weekend ontvingen meldkamers tientallen telefoontjes over een brandlucht die te ruiken was tot in Amsterdam, zegt een woordvoerder van de Veiligheidsregio.

Wie betaalt, bepaalt

De vrijwilligers die met friet en bier aan een tafel in het gras zitten, schieten in de lach als het woord ‘fijnstof’ valt. „Ooh ooh, het milieu”, roept Bart Huiskamp. „Als je alleen aan het milieu denkt, mag je niks meer.” Boer Hoenink spreekt van een „fijnstof hype”. Hij vertrouwt het RIVM-onderzoek niet. „Wie betaalt, bepaalt. Zo is het toch?”

„Mensen uit de stad weten niet wat ze aanrichten met hun geklaag”, zegt de 24-jarige Bo van Ottelen. Ze komt hier uit de buurt en woont nu in Utrecht, maar komt voor deze feesten graag terug. „Ik heb jarenlang meegedaan aan het bloemencorso. Je werkt er een half jaar met je vereniging aan en als het dan eenmaal staat ben je zó trots. Je vriendschappen worden gebouwd vanuit dit soort verenigingen. Mensen uit de stad beseffen niet hoe leuk dit is en hoeveel tijd mensen er vrijwillig in steken. Ze denken alleen maar: het stinkt. Ja, dus? Als de kippenboer bezig is, stinkt het hier ook.”

Als de zon om negen uur onder is, rijdt een hooiwagen met de vrijwilligers erop naar de brandstapel. Hun vrienden achter de hekken juichen ze toe. Aansteken, aansteken! Uit de speakers klinkt Queens ‘The show must go on’, de fakkels gaan omhoog. Zodra het hooi aan de onderkant vlam vat, reiken de vlammen razendsnel tot ver boven de brandstapel uit. Het publiek deinst achteruit voor de vonken die door de lucht regenen, en de hitte van het vuur. De plastic pen van de verslaggever buigt van de hitte om en valt uit elkaar.

Als de jongeren al lang zijn vertrokken naar DJ Jean, die in een van de tenten optreedt, staat boer Hoenink nog naar het vuur te kijken. Hij tikt zijn buurman aan. „Dit had de burgemeester toch nooit kunnen verbieden”, zegt hij. „Iemand had hem sowieso aangestoken. Die stapel moet branden.”

Tekening Kamagurka