Aanslagen verstoren wankel etnisch en religieus evenwicht in Sri Lanka

Spanningen tussen etnische en religieuze groepen zijn er altijd in Sri Lanka. Maar grootschalig geweld leek tot deze zondag iets van het verleden.

Een kerk in de stad Negombo wordt bewaakt na de aanslagen
Een kerk in de stad Negombo wordt bewaakt na de aanslagen Foto REUTERS

Over de daders van de acht aanslagen in Sri Lanka waarbij minstens 200 doden vielen, was zondagmiddag officieel nog niets bekend. Maar de regering maakte wel duidelijk dat zij meent te weten wie er achter zit. Minister van Defensie Ruwan Wijewardene zei dat alle verantwoordelijken zijn geïdentificeerd en dertien van hen zouden al zijn gearresteerd. De meeste aanslagen zouden zijn uitgevoerd door zelfmoordterroristen.

Volgens het Franse persbureau AFP heeft de politie van Sri Lanka tien dagen geleden gewaarschuwd voor de radicaal-islamitische organisatie National Thowheeth Jama’ath (NTJ). Deze groep wordt verantwoordelijk gehouden voor de vernieling van een aantal boeddhabeelden, vorig jaar. NTJ zou, volgens het politie-rapport, aanslagen voorbereiden op „belangrijke kerken en het hoge commissariaat van India”. De informatie zou afkomstig zijn van een buitenlandse inlichtingendienst. Onbekend is of de gearresteerde verdachten tot deze groep behoren.

Spanningen tussen etnische en religieuze groepen zijn er volop in Sri Lanka. Meer dan 25 jaar duurde de oorlog tussen de Tamil Tijgers, die autonomie wilden voor de (in meerderheid hindoeïstische) Tamil-bevolking, en het leger, dat de Sinhalese, vooral boeddhistische meerderheid vertegenwoordigde. In 2009 veroverde het leger met veel geweld de laatste bolwerken van de Tamil Tijgers in het noorden van het land.

Van verzoening is daarna geen sprake geweest, een onafhankelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden die het leger gepleegd zou hebben werd jarenlang geblokkeerd. Begin dit jaar nog bevorderde president Sirisena een generaal die volgens de Verenigde Naties in hoge mate verantwoordelijk is voor het buitensporige geweld in de eindfase van de oorlog, tot tweede man van het leger.

Lees ook: Militante boeddhisten Sri Lanka stoken vuur tegen moslims op

Rellen in Kandy

In de jaren na de overwinning kwamen er radicale Sinhalees-boeddhistische groepen op, die zich tegen moslims keerden. Vorig jaar bijvoorbeeld ontstonden er rellen tussen radicale boeddhisten en moslims in de stad Kandy, waar de noodtoestand en het leger aan te pas moesten komen.

Met zo'n 10 procent van de bevolking vormen moslims een religieuze minderheid, net als de katholieken (6 procent). De christenen staan niet bekend als het belangrijkste doelwit van boeddhistische intolerantie; meer dan een bedreiging worden zij juist als een verbindende groep gezien, omdat er zowel Sinhalese als Tamil-katholieken zijn. Dat geldt overigens ook voor moslims: ook zij kunnen Sinhalees of Tamil zijn. Maar in de ogen van boeddhistische hardliners zijn moslims gevaarlijk en groeit hun aantal te hard.

Daar staat tegenover dat ook groepen moslims, in het oosten van Sri Lanka, de afgelopen jaren radicaler zijn geworden. Dat gebeurde mede onder invloed van de NTJ, aldus een analyse van de Nanyang Technological University in Singapore. Er zijn meer moskeeën en koranscholen gekomen, sommige moslima’s dragen nu de boerka en groepen moslims zonderen zich af van de samenleving. Er zijn tot nu toe geen berichten geweest dat Islamitische Staat in Sri Lanka actief is. Wel zijn tientallen Sri Lankanen destijds uitgereisd naar het kalifaat.

Zelfmoordaanslagen waren tijdens de oorlog een beproefde tactiek van de Tamil Tijgers. Hoewel er af en toe berichten zijn dat zij proberen zich te hergroeperen, ligt het niet voor de hand dat zij achter de aanslag van zondag zitten, omdat zij niet snel christenen als doelwit zouden kiezen. In het verleden vielen zij vooral overheidsfunctionarissen aan.

Dit bericht is op zondagavond om 20.04 uur geactualiseerd.