Opinie

Kabinet maakt lasten zelf complex

Marike Stellinga

Tja, die lastendruk voor burgers, dat is „een beetje technisch”, zei minister van financiën Wopke Hoekstra (CDA) deze week bij RTLZ. Een „complex verhaal”, bekende premier Mark Rutte (VVD) bij de NOS, „dat is niet altijd eenvoudig uit te leggen.”

De twee belangrijkste mannen van het kabinet reageerden op heldere kritiek van de Raad van State. Het adviesorgaan onder leiding van Thom de Graaf (D66) constateert namelijk dat de lastendruk niet daalt terwijl het kabinet zelf voortdurend spreekt over de lastenverlichting die het burgers kado doet. Over de werkelijke lastenontwikkeling zou het kabinet beter moeten communiceren, vindt de Raad.

Niet voor het eerst. Sinds het kabinet eind 2017 aantrad zorgt de lastenverlichting die het kabinet belooft voor verwarring. De Raad van State komt er elk halfjaar op terug: kabinet, maak nou duidelijker hoe het zit. Ook bij het Centraal Planbureau viel de verwarring op. Daarom besloten de economen de doorrekening van het klimaatakkoord anders te presenteren dan de doorrekening van het regeerakkoord.

Wat is er nou aan de hand? Korte samenvatting: het kabinet speelt met het verschil tussen Haags jargon en de realiteit van burgers. Dit is niet ingewikkeld, het kabinet maakt het ingewikkeld. Omdat dat ze beter uitkomt.

Toen het kabinet aantrad, erfde het een lastenverzwaring van het vorige kabinet (VVD en PvdA). Als het nieuwe kabinet niets deed, zouden de lasten voor burgers tot 2021 met zo’n 5 miljard euro stijgen. Door een stijgende zorgpremie bijvoorbeeld. Zo’n erfenis heet in Haags jargon het basispad.

Het huidige kabinet zag die lastenverzwaring niet zitten en verlichtte de lasten voor burgers met 5,7 miljard euro. Maar omdat die oude lastenverzwaringen doorlopen, blijft er per saldo weinig van die lastenverlichting over. De Raad van State constateert terecht dat maatschappelijk én economisch de som (ongeveer gelijkblijvende lasten aan het eind van deze kabinetsperiode) interessant is omdat dat is wat gezinnen ervaren. Maar het kabinet blijft vaak die 5,7 miljard noemen. Politieke roergangers in Den Haag praten ten opzichte van het basispad, de rest van de wereld weet niet eens wat dat is.

Precies daarom besloot het CPB in maart de gevolgen voor het huishoudinkomen van het concept klimaatakkoord inclusief de al geplande verhoging van de energiebelasting voor de komende jaren te presenteren. Anders zou, in mijn woorden, de indruk kunnen ontstaan dat het met die klimaatlasten voor burgers reuze meeviel.

Wat is de les? Bij beloftes moet je goed letten op de ogenschijnlijk onbelangrijke woordjes die politici gebruiken. Zo zeggen leden van het kabinet zelden dat bijna iedereen er in 2019 op vooruit gaat. Ze zeggen: bijna alle groepen gaan erop vooruit. Dat is jargon, dat expliciet niet ‘iedereen’ bedoelt, want ze weten dat ze dat niet waarmaken.

Een andere formule over het regeerakkoord, die Alexander Pechtold (D66) vertelde na zijn vertrek, luidt: we gaan erop vooruit ten opzichte van het beleid nu. Een gewoon mens denkt dan dat het beter wordt, maar dát zegt Pechtold niet.

Mijn suggestie aan Hoekstra en Rutte: schuil niet achter ‘technisch’ en ‘complex,’ zeg gewoon dat de lasten voor burgers de komende jaren ongeveer gelijk blijven. Elke andere tekst is ingewikkeld doen, en dat is echt een keuze.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.