Opinie

Europa gaat ook over het buitenland

In Europa

Frankrijk probeerde deze week te voorkomen dat de EU opnieuw met de Verenigde Staten gaat onderhandelen over een handelsverdrag. Maar Frankrijk stond alleen. Alle andere landen wilden wél dat eurocommissaris Malmström het, namens hen, nog eens probeert met de Amerikanen. En dat gebeurt ook. De Fransen beten in het stof. Want op handelsgebied is er in Europa meerderheidsbesluitvorming. Dat betekent dat één land niet in zijn eentje Europese besluiten kan tegenhouden, tenzij er vitale belangen voor dat land in het spel zijn. Je hebt meerdere landen nodig om dingen te blokkeren. Dat verplicht allen om met goede, constructieve argumenten te komen.

Dit systeem geeft Europa slagkracht. Hierdoor is de EU een van de grootste handelsblokken ter wereld, een supermacht die anderen voorwaarden kan dicteren over de veiligheid van producten, eerlijk bestuur of het milieu. Je levert als EU-land dingen in, maar krijgt er collectieve macht voor terug. De Britten ontdekken dat nu. Laatst vroegen ze Japan of ze voor hun toekomstige handelsverdrag niet gewoon een kopie kunnen gebruiken van het Europees-Japanse handelsverdrag. De Japanners weigerden. Van het ‘kleine’ Londen kunnen ze concessies krijgen die het machtige Brussel hun niet gaf.

Hoe anders gaan de dingen op buitenlands politiek gebied. Daar moeten alle Europese besluiten met unanimiteit worden genomen. Eén land, zelfs het allerkleinste, heeft een veto om besluiten te blokkeren die alle anderen soms wel willen. Toen Frankrijk laatst weigerde een EU-verklaring te tekenen die de Libische generaal Haftar opriep zijn militaire opmars te staken, ging die verklaring de prullenbak in. Europa is een smurf op buitenlands politiek gebied. De ene lidstaat wil dit, de andere dat. Dat is logisch: iedereen heeft andere tradities, andere wensen, geschiedenis, belangen en taboes. Omdat ze een veto hebben gedragen landen zich uitsluitend als nationale staten in Brussel, niet als een groep met een gemeenschappelijk belang. EU-buitenlandverklaringen zijn compromissen van compromissen, echt beleid maken is onmogelijk.

Je kunt zeggen: so what, moet Europa zich met de hele wereld bemoeien? Voor EU-verklaringen over Nepal of Fiji gaat dat misschien op. Of zelfs voor die EU-steunbetuiging aan de Venezolaanse oppositieleider, die Italië laatst blokkeerde. Maar het gaat niet op voor Libië, en heel Noord-Afrika. Niet meer.

Libië is een EU-buurland. De Europeanen hebben in 2011 militair ingegrepen, om kolonel Gaddafi af te zetten. Sindsdien dragen wij verantwoordelijkheid voor de chaos in dat land. We hadden nazorg moeten verlenen, maar verzuimden dat. Milities roofden Gaddafi’s wapendepots leeg en staan elkaar nu naar het leven. Italië, de oud-koloniale macht, steunt de huidige regering. Frankrijk steunt generaal Haftar, die 80 procent van het land heeft veroverd en nu Tripoli bestookt. Frankrijk en Italië zijn indirect met elkaar in oorlog in Libië.

Maar dat is niet alles. Europese landen zitten tot over hun oren in de hele regio, om migratiestromen te stoppen en jihadisten te bestrijden. De Fransen begonnen, maar kunnen het niet alleen. Veel EU-landen springen bij. Ze trainen grenswachten, helpen gendarmes, surveilleren met drones. Omdat ze niet willen dat Parijs alles bedisselt (en bombardeert), proberen zij hier ‘EU-missies’ van te maken. Zo wordt de EU oorlogen ingerommeld. In Mali, Tsjaad, Libië, de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Wij verdedigen de Europese buitengrenzen tot diep in Afrika. Collectief. Dat geeft ons, nogmaals, een grote verantwoordelijkheid. Hier staan levens op het spel. Dit bepaalt migratiestromen. Maar EU-besluiten over deze operaties blijven intergouvernementeel en compleet ad hoc. Dat is onverantwoord. Weg met de veto’s in de Europese buitenlandpolitiek. De tijd is rijp voor meerderheidsbesluitvorming.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.