‘WW-export’ blijft een splijtzwam

Arbeidsmigratie Het Europees Parlement stemde donderdag toch niet over een omstreden WW-wet. Minister Koolmees wint daarmee even tijd.

Het Europees Parlement komt pas na de verkiezingen in mei weer bij elkaar. Dan stemt het over een nieuw pakket wetten over arbeidsmobiliteit: die stemming werd donderdag uitgesteld.
Het Europees Parlement komt pas na de verkiezingen in mei weer bij elkaar. Dan stemt het over een nieuw pakket wetten over arbeidsmobiliteit: die stemming werd donderdag uitgesteld. Foto Patrick Seeger/EPA

Een Nederlandse uitkering meenemen naar Polen – moest dat niet eindelijk eens aan banden worden gelegd door verscherpte Europese afspraken? Het groeiende protest in de Tweede Kamer tegen de ‘WW-export’ – ook wel vakantie-uitkeringen genoemd – bezorgt minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) al maanden slapeloze nachten. Donderdag kreeg hij hulp van het Europees Parlement (EP). Dat besloot om de stemming hierover uit te stellen. Het was het best mogelijke scenario voor Koolmees, die hoopt dat uitstel leidt tot afstel.

Op de slotdag van het EP, dat pas na de Europese verkiezingen (eind mei) in juli in nieuwe samenstelling het werk hervat, werd de stemming over een pakket nieuwe Europese wetten over arbeidsmobiliteit op de valreep geblokkeerd door de conservatieve eurofractie ECR. De Vlaamse ECR-Europarlementariër Helga Stevens schilderde het pakket af als een splijtzwam „dat de enorme verdeeldheid in dit parlement blootlegt”. Een meerderheid steunde haar oproep tot uitstel.

De opluchting bij de Nederlandse Europarlementariërs is groot. „Het pakket moet uiteindelijk in de prullenmand eindigen”, zegt PVV’er André Elissen. CDA’er Jeroen Lenaers vindt het uitstel nodig „zodat een nieuw EP secuur en zonder haast kan zoeken naar een voorstel dat wél in balans is”.

Nederland heeft de hoop gevestigd op een nieuw parlement en een nieuwe Europese Commissie, die op zijn vroegst op 1 november aantreedt. Mogelijk bestaat daarin voldoende politieke ruimte voor heronderhandelingen over een eerdere compromisafspraak, gemaakt door de lidstaten. Dat voorstel komt er, vertaald naar de Nederlandse praktijk, op neer dat een Poolse of Roemeense werknemer na één maand werk recht heeft op een Nederlandse uitkering die maximaal drie maanden mee mag worden genomen naar Polen of Roemenië.

Lees ook: Uitstel WW-wet is nog geen afstel

Landen als Frankrijk, Polen, Hongarije en Roemenië willen de mogelijkheden om de uitkeringen uit het werkland mee te nemen naar het thuisland verruimen tot zes maanden – tegen de zin van Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Oostenrijk en Denemarken.

Het EP zet het splijtzwamdossier nu in de ijskast, maar de impasse blijft. Afspraken maken over Europese arbeidsmigratie levert al jaren verhit debat op. Alle lidstaten zijn in principe wel voor vrij verkeer op de Europese arbeidsmarkt. Maar zodra daar regels voor moeten worden opgesteld, leidt het welvaartsverschil tussen West-Europese lidstaten en de armere landen in Midden- en Oost-Europa steevast tot sociale en politieke beroering.

Al in 2005 groeide het ongemak over ‘de goedkope Poolse loodgieter’, die voor verdringing op de West-Europese arbeidsmarkt zou zorgen: het bleek munitie voor de nee-stemmers in Frankrijk en Nederland tegen een Europese grondwet. Later zorgde diezelfde onvrede over Oost-Europese arbeidsmigratie in het Verenigde Koninkrijk voor een klimaat waarin de Britten in 2016 in meerderheid vóór een Brexit stemden.

Soms zit de pijn aan de andere kant. Zo was er vorig jaar veel verzet bij Oost-Europese landen toen er in de EU een meerderheid bleek voor nieuwe regels om oneerlijke concurrentie tegen te gaan door detachering vanuit Oost-Europa.

Als compensatie voor die strengere regels willen Oost-Europese landen nu een genereuzere WW-export. Voor hen is het uitstel van de stemming daarom een tegenvaller. Maar met afstel zullen ze geen genoegen nemen, is in Brussel de verwachting.

En voor Koolmees blijft het dossier ook vanwege andere deelvoorstellen een lastige kwestie. Zo ligt er een plan voor de 1,4 miljoen grenswerkers in de EU die minimaal een keer per week reizen tussen woon- en werkland. Tegen de zin van Nederland wordt voorgesteld om niet langer het woonland, maar het werkland verantwoordelijk te stellen voor de betaling van een WW-uitkering, waarbij grenswerkers deze uitkering maximaal 15 maanden (nu 6) mogen meenemen naar hun woonland.

Met het uitstel van donderdag wint Koolmees hooguit tijd. Maar in Oost-Europa zal men blijven azen op het ‘goedmakertje’.