Opinie

We blijven gissen waar het illegale geld echt blijft

Na 25 jaar zijn we er nog steeds niet in geslaagd om het witwassen van de miljarden criminele omzet echt in kaart te brengen. Nee, we praten over nagelsalons. Bob Hoogenboom, in de Veiligheidscolumn.

illustratie Merlijn Draisma

De markt voor illegale financiële dienstverlening bestaat uit vragers, aanbieders en producten. Vragers zijn multinationals, het midden- en kleinbedrijf, politici en bestuurders en ondernemende  burgers die hun geld verdienen in de wereld van fraude, drugs, mensenhandel of illegaal gokken. De aanbieders zijn financiële instellingen, accountants, notarissen, makelaars, fiscalisten, advocaten en bijvoorbeeld trustkantoren. De producten variëren van adviezen tot het opzetten van een offshore accountant waar de benificial owner onzichtbaar is.

Er bestaan functionele en symbiotische relaties tussen de vragers en de aanbieders. De vragers wensen discretie. De aanbieders verdienen er aan. Producten zijn verder gefabriceerde financiële verklaringen, belasting ontwijkende en ontduikende adviezen of het maken van een paper trail om onroerend goed in korte tijd een aantal keren bij een notaris  te transporteren. Pecunia non olet (geld stinkt niet) op deze markt.

Gissen

De schattingen over de vraag naar illegale financiële dienstverlening zijn astronomisch. In 2014 wordt de omvang van witwassen geschat op 16 miljard euro. En van dat geld zou 90% afkomstig van drugshandel en fraude. De omzet van de xtc productie is 18,9 miljard en het merendeel daarvan is voor de export. En of de duizelingwekkende cijfers nog niet genoeg zijn wordt becijferd dat alleen al in Tilburg in de drugswereld 1,5 miljard om gaat.

Klinkende cijfers maar of het nu het dubbele is of de helft, ik ben meer geïnteresseerd in de markt van illegale financiële dienstverlening. Welk bedrag we ook aanhouden: we blijven gissen waar het geld blijft. Sinds begin jaren negentig is het criminaliteitsdebat doortrokken van aansprekende beleidsdoelen als melden van ongebruikelijke transacties, ‘plukze’, inbeslagnames en financieel rechercheren. Follow the money is al ruim 25 jaar het adagium maar de praktische doorwerking laat te wensen over.

Tobben

Net als Tjeenk Willink constateert in zijn Groot denken, klein doen komt dat ‘klein doen’ er bekaaid af. De politie is in 2016 ‘ontgoocheld’ over haar opsporingsvermogen. Wilbert Paulissen, hoofd van nationale recherche, zegt ‘dat niemand weet waar de potten met geld staan’. Bart de Koning constateert in zijn boek Vriendjespolitiek ‘in de praktijk blijkt financieel rechercheren en ontnemen knap lastig’. Het is en blijft sinds het begin van de jaren negentig toch een beetje tobben met dat zicht op het geld.

En dat ‘groot denken’, nou dat valt ook best tegen. In het  ‘ondermijningsverhaal’ komen gezagsdragers, wetenschappers en operationele experts als ze praten over witwassen niet veel verder dan autobedrijven op industrieterreinen, nagelsalons en kappers in een straat waar natuurlijk ook foute kroegen zijn. Het zijn de hotspots van witwassen in 2019. Dus jij en ik verdienen zeg even een half miljard in Tilburg of in de export van XTC. Dan gaan we dat witwassen via een nagelsalon in Tilburg? We doen dat in het zicht, lopen risico dat een Boa binnen wandelt of een belastinginspecteur of dat een buurman Meld Misdaad Anoniem belt? We investeren het niet met behulp van accountants, fiscalisten, notarissen en makelaars in winkel- en huizenprojecten, recreatieterreinen, start ups, in aandelen of kunst. Neen we pompen het in een nagelsalon.

Amateurs

Het witwas gesprek heeft een beetje het niveau van 4e klasse zaterdag amateurs terwijl we niet naar de Champions League kijken. De ING tikt 775 miljoen euro af omdat een aantal jaren niet optimaal inhoud is gegeven aan melding van ongebruikelijke transacties. In de Panama Papers en de daarop volgende (parlementaire) discussie wordt gepraat over de amoraliteit  van het internationale bedrijfsleven om belasting te ontwijken. Nederlandse banken zijn schakels geweest in een witwascarrousel volgens het zogenaamde Troika-bank onderzoek.

Op hetzelfde moment dat we overspoeld worden met moralistische verhalen over autobedrijven en nagelsalons in relatie tot de drugseconomie en witwassen, worden boetes uitgedeeld aan spelers op de markt van illegale financiële dienstverlening. En, worden journalistieke, tuchtrechtelijke en strafrechtelijke onderzoeken gedaan naar financiële instellingen, notarissen, advocaten, fiscalisten en makelaars. Sinds 2000 zijn er legio boekhoudfraudes geweest waarin de rol van accountants is geproblematiseerd. De markt van illegale financiële dienstverlening kent blijkbaar geen moraliteit en is waarschijnlijk omvangrijker dan we willen en durven toegegeven.

In ruim 25 jaar zijn we er nog steeds niet in geslaagd om witwassen echt in kaart te brengen. Ook is er geen doorwrochte analyse van de effectiviteit van het toezicht door de Nederlandsche Bank, de Financial Intelligence Units, de strafrechtelijke opsporing van financiële criminaliteit of bijvoorbeeld het effect van Plukze- wetgeving op de aard en omvang van financiële criminaliteit. Hoe serieus vinden we het nu eigenlijk?

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.