Recensie

Recensie Boeken

Waarom heet Egel Egel, wil Egel weten

Kinderverhalen Filosoferende dieren: niet nieuw, maar wel goed neergezet met potentie voor de toekomst, in deze verhalenbundel van Paul Verrept en Nils Pieters. Vooral illustrator Pieters geeft Konijn en Egel een hart en een ziel.

Illustratie Nils Pieters, uit besproken boek.

Originaliteit is niet per se een voorwaarde voor een goed boek. Dat bewijzen Vlamingen Paul Verrept en Nils Pieters nog maar eens met hun aantrekkelijk ogende, charmante verhalenbundel Konijn & Egel. Daarin klinkt duidelijk de echo door van schrijver en illustrator Arnold Lobel (1933-1987). Zo roept Pieters’ openingsprent, met Konijn als een peinzende somberman naast een pot thee, direct al associaties op met Lobels Uil. En het verhaal waarin Konijn, overmand door angst, ’s nachts een vermeende indringer met een vork te lijf gaat, doet onmiddellijk denken aan hoe Lobels gevederde zonderling zich de stuipen op het uilenlijf laat jagen door twee enge bobbels onder zijn dekens.

Maar meest opvallend is toch de vriendschap tussen Konijn en Egel, die even vanzelfsprekend als innig is als tussen die van Kikker en Pad. Net als ’s werelds meest beroemde amfibische vriendenstel, wordt er door Konijn en Egel heel wat af gefilosofeerd. Over waarom Egel eigenlijk Egel heet. Over de betrekkelijkheid van normaal en abnormaal. En over de vergeefsheid van het bestaan. Mooi bijvoorbeeld zijn de gedachtekronkels van de boezemvrienden over ‘later’, dat er onvermijdelijk aankomt – net als de dood – maar altijd in ‘nu’ verandert als het er eenmaal is, waardoor later dus eigenlijk niet bestaat.

Expressieve prenten

Verrept, die ook dichter en illustrator is, schrijft prettig heldere rechttoe-rechtaan zinnen, wat de verhalen aangenaam lichtvoetig maakt. Hier en daar had hij wel wat spaarzamer met woorden kunnen zijn: soms is hij net te expliciet. Zo is in ‘Verder’ de toevoeging dat Konijn filosofeert overbodig. Ook had het ‘voorwaarts, en zeker niet achterwaarts’, als antwoord op de vraag waarheen het tweetal op weg is, wat minder vaak herhaald mogen worden.

Deze enkele tekortkoming wordt echter ruimschoots goedgemaakt door de twee dierpersonages. Konijn en Egel mogen dan verwant zijn aan Kikker en Pad, ze hebben echt een eigen karakter. Dat is vooral ook de verdienste van Pieters. Dit nieuwe Vlaamse illustratietalent heeft het tweetal hart en ziel gegeven. Hij speelt humorvol met hun houding en gezichtsuitdrukking. Door zijn gevoelige lijnvoering en intense kleurgebruik die varieert van zonnegeel en oranjerood tot waterblauw en dieppaars, maakt hij hun gemoedstoestand bovendien knap invoelbaar. De kleuren spatten regelmatig van de expressieve prenten af. Daarbij heeft hij goed oog voor detail. Wanneer Konijn met een oor tussen de deur komt, zie je hem in het daaropvolgende verhaal met een verband om de kwetsuur. En op eerder genoemde openingsprent ligt niet geheel toevallig Sartres La Nausée op de grond.

Surrealisme

Dat is niet de enige keer dat Verrept en Pieters letterlijk naar hun inspiratiebronnen verwijzen. In het voorlaatste verhaal duiken Kikker en Pad ineens heel eventjes op. En bij het Alice in Wonderland-achtige ‘De droom’ maakte Pieters een fraaie, licht bevreemdende prent, geënt op de beeldtaal van de Italiaanse kunstschilder Giorgio de Chirico (1888-1978), een van de eerste surrealisten. De beklemmende sfeer die het lege landschap met Konijn in het midden treffend oproept, het onwerkelijke schaduwspel, en de stoomtrein aan de rood onderstreepte horizon heeft Pieters duidelijk ontleend aan De Chirico’s schilderijenreeks Piazza d’Italia.

Zo doet goed voorbeeld goed volgen. De kunst is nu voor Verrept en Pieters om Konijn en Egel uit te laten groeien tot een memorabel kinderboekduo. Dat kan, daarvoor heeft het dierenkoppel voldoende potentie. De Vlaamse makers moeten een volgende keer dan wel iets meer een eigen artistieke richting durven kiezen. Een die voorwaarts is, zou Konijn zeggen. ‘Voorwaarts. En zeker niet: achterwaarts. Zeker niet!’