Opinie

Tukker

Hugo Camps

Ajax heeft iets goed te maken met Erik ten Hag. De premie voor de halve finale in de Champions League is te weinig om de morele schade te vergoeden. Maandenlang heeft de Tukker met het accent van een bietenveld moeten vechten om door de Randstad geaccepteerd te worden als gelijke. Talloze malen kreeg hij de gierkar over zich heen. De nostalgie naar „wereldse” coaches als Johan Cruijff en Louis van Gaal werd met de dag onbedwingbaarder. Ten Hag hakkelde niet eens een weerwoord bij elkaar. Hij incasseerde met kop in kas zoals Mathieu van der Poel altijd aan een vluchtpoging begint. Onbereikbaar voor taal, mode en drank.

De grachtengordel schudde meewarig het hoofd bij zoveel agrarische no-nonsense. Deze coach zou Ajax niet naar oude gloriedagen leiden. Hij was meer geschikt als slagboomwachter op de Toekomst. Ook dan moest hij zijn gorgelend accent verborgen houden. De directie van Ajax voelde zich niet geroepen tot enige feedback. Ten Hag werd gezien als employé waar weinig toekomst aan te ontlenen viel. Het heette dat hij te ongeletterd was voor Ajax.

De coach liet de kritiek over zich neerdalen en bleef zichzelf. Spijker van lijf en leden en van retoriek. Er zat geen vleugje Cees Nooteboom aan hem, ook niet aan zijn vestimentaire outfit. Als een ouderling die ter kerke ging, zo liep hij door de mondaine catacomben van voetbalstadions. De geschriften van De Telegraaf verdwenen met de snelheid van het licht in de prullenbak. Niemand kreeg Ten Hag gek.

Na de wedstrijd tegen Juve psalmeerde de goegemeente van Ajax gezangen over het tactische vernuft van deze coach. Met een kleine tactische ingreep had hij het middenveld van Ajax overgewicht bezorgd. De Jong en Van de Beek gingen iets hoger spelen, Lasse Schöne een stapje lager. Het eindigde in een genadeloze afrekening met de oudjes van Juventus. Het leek bijna of Ajax genetisch was gemanipuleerd voor de tweede helft. Veteranen werden jonkies, jonkies veteranen. Ajax dwarrelde over het veld als sneeuwval.

Ten Hag kon niet langer genegeerd worden als architect van het succes en kreeg meteen contractverlenging aangeboden. Van dedain voor zijn brabbeltaaltje was geen sprake meer en mocassins van Tod’s hoefden ook niet. Het genot kloefkapper te zijn werd hem ten volle gegund. De spelers waren daarin de publieke opinie voorgegaan. Uit die hoek kwam geen onvertogen woord over de va et vient van de sobere heiboer. In de adoratie voor Ten Hag verstierf ook de animositeit rond de directieleden Overmars en Van der Sar. Ajax werd voor het eerst een familietje.

Het elftal stond als een huis. Niet altijd, wel in belangrijke wedstrijden. Na Real Madrid werd ook Juventus met Ronaldo uit de Champions League geknikkerd. Zelfs voor oud-Ajacieden was dat een wonder. Had Erik ten Hag misschien een palmtakje achter zijn oor?

Na Guus Hiddink is hij de tweede provinciaal die het Nederlandse voetbal op internationale hoogte tilt. En net als Guus blijft hij zich gedragen als stamboomtukker. Immer kaalgeschoren, geen sprankeltje gel. Zet Ten Hag op een tractor en fluitend bemest hij heel Twente. Zijn DNA blijft duren en Ajax is meegegaan in zijn conceptuele visie op mens en maatschappij. Ten Hag blijkt een wervende persoonlijkheid te zijn.

Erik heeft van voetballers elites gemaakt en van elites gewone mensen. Dan ben je gefiguurzaagd als leider van jong en oud.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.