Khalid Amakran

‘Soms vinden ze dat ik Turks of Marokkaans lijk’

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Boaz van Overdijk (15). Aanmelden? Mail pubers@nrc.nl.

Een achtste Indonesisch

„In Rotterdam-Zuid wonen veel culturen, met één andere jongen ben ik de enige Nederlander in mijn klas. Mensen die mij zien weten vaak niet waar mijn ouders of grootouders vandaan zouden kunnen komen. Ze zeggen van alles, heel grappig. Grieks, Bosnisch, Spaans, Italiaans. Soms zeggen ze dat ik Turks of Marokkaans lijk. Ik ben een achtste Indonesisch. Mijn vaders oma komt uit Indonesië. Zijn opa is als soldaat naar Indië gegaan en heeft daar een vrouw gevonden. Met mijn moeder ga ik dit jaar op vakantie naar Singapore en Bali, dan gaan we misschien ook naar familie. Mijn vader heeft daar geen interesse in.”

Iets met containers

„Mijn ouders zijn vier jaar geleden gescheiden. Mijn vader kreeg een vriendin, met twee dochters. Ze zijn nu zestien en tien. Ik woon om de week een weekend daar plus één dag in de week. Het is nu nog drukker: een neef van zeventien woont ook bij ons. De vriend van mijn moeder werkt in de haven, hij doet iets met containers. Met hem heb ik een goede band. Als ik ergens mee zit kan ik er altijd met hem over praten. Dat doe ik soms eerder dan met mijn eigen vader of moeder. Mijn moeder heeft lang een hernia gehad. Ze had veel pijn. Een tijdje kon ze niks en lag ze op de bank. Ik heb een paar keer gekookt, dat heb ik geleerd van mijn stiefvader. Niet echt vaak, meestal deed hij dat. Het gaat nu beter met mijn moeder, ze kan weer werken.”

Khalid Amakran
Khalid Amakran
Khalid Amakran

Heen en weer rennen

„Vroeger zat ik op kickboksen en thaiboksen, vier jaar geleden ben ik begonnen met hockey. Veel klasgenoten zaten erop, ik ben een keer meegegaan en vond het gezellig. Uiteindelijk heb ik mezelf aangemeld. Ik ben eerst achterin gezet omdat ik klein ben, en omdat we meer aanvallers dan verdedigers hebben. Daarna stond ik een tijdje spits en nu weer achterin. Als spits beweeg je meer, moet je de hele tijd heen en weer rennen. Op school ben ik klassenvertegenwoordiger. Als er onduidelijkheden zijn, over een toets of zo, stap ik naar de docent. En als er een conflict in de klas is, vraagt mijn mentor daarnaar. Soms vind ik dat niet prettig, dan krijg ik het gevoel dat ik een spionnetje ben. Ik was er niet echt mee bezig om klassenvertegenwoordiger te worden. Opeens zei de mentor dat ik de meeste stemmen had. Ze zeggen dat ik goed met docenten kan omgaan, duidelijk iets kan uitleggen op een nette manier.”

Half Kaapverdisch

„Sinds negen maanden heb ik verkering. Zij zit een klas onder mij. Haar vriendinnen kwamen op een dag naar mij toe, en zeiden wat zij van mij vond. Ik was best blij toen ik hoorde dat het over haar ging. Ik had haar wel gezien en vond haar heel knap. Ze is half Kaapverdisch. We spreken thuis af of gaan naar de film en dat soort dingen. We kunnen over alles praten.”