Recensie

Recensie Boeken

Wie stortte die 30.000 euro op haar rekening?

    • Judith Eiselin

Eva Louise Bakker Anna ontdekt plots dertigduizend euro op haar rekening, en ze kon al zo slecht tegen verrassingen. Het best is debutant Bakker wanneer ze alledaags ongemak van Anna’s leven vangt.

Somber ontwaakt Anna. Waarom zou ze opstaan? ‘Ik had voorgoed kunnen blijven liggen. [...] Een paar keer had ik het geprobeerd te willen, nagedacht hoe ik het zou kunnen doen. Ook daar ben ik mee gestopt. Ik ben te laf om te leven en te laf om te sterven.’ Eenmaal toch uit bed vijlt ze toegewijd haar teennagels en trekt haar ‘lievelingssokken’ met hartjes erop aan. Deze omslag heeft voor haarzelf niets onbegrijpelijks.

Welkom in de angstige wereld van Anna, een jonge vastgelopen vrouw, die beurtelings kinderlijk en bejaard overkomt. Desnoods de hele wereld is de deels autobiografische debuutroman van Eva Louise Bakker (1978). Het boek eindigt met handige websites voor wie ook psychische klachten heeft, dan wel een vorm van autisme. Doorgaans is dat een teken van een ervaringsverhaal of (zelf)hulpboek, maar Bakker biedt meer dan dat. Ze is geestig, kan schrijven en lijkt, hoewel ze niet helemaal ontkomt aan een wat opzichtige boodschap (overwin je angsten), zowel in haar stijl als in haar kijk op de wereld verwant aan Nicolien Mizee.

Desnoods de hele wereld heeft een sterk fictief uitgangspunt: Anna, bij uitstek iemand die niet tegen verrassingen kan, vindt dertigduizend euro op haar rekening. ‘Als dank. Alleen voor jou’, staat erbij, en een naam die ze niet herkent. In opperste verwarring kruipt ze terug in bed, wat niet helpt, probeert de krant te lezen, wat niet gaat, belt de bank, weet niet wat te zeggen, zoekt naar haar routine, die onherroepelijk verbroken is.

Gepest

Anna besluit iedereen die ze in haar hele leven heeft ontmoet op te zoeken. Zo zal ze erachter komen wie haar het geld heeft geschonken en waarom. Middels deze actie, die het uiterste van haar vergt, en in terugblikken op haar jeugd, schetst Bakker een veelzijdig portret van haar hoofdpersoon.

Pijnlijk is het, mee te kijken door Anna’s ogen. Voortdurend wordt haar onmacht voor onwil aangezien. Schrijnend zijn de schoolscènes, wanneer ze gepest wordt en zelfs leerkrachten niet begrijpen wat ze doormaakt. Ze is onzeker, maar komt arrogant over. Als ze haar enige vriendin van vroeger terugziet, zegt die: ‘Ik herinner me de basisschool vooral als een leuke gezellige tijd’, waarop Anna concludeert: ‘Het stond vast. We zouden nooit meer afspreken.’ Akelig stellig lijkt dat, keihard, maar Anna kan niet anders. Het is geen keuze.

Gedurende de zoektocht schetst Bakker de verstandhouding tussen haar hoofdpersoon en haar familieleden en vriend, en hoe het gaat als een buurvrouw contact met haar zoekt. Het minst sterk zijn de dialogen, die soms houterig zijn en al te opzichtig dienen om het verhaal verder te helpen. Op het eind maakt Bakker een vreemde dubbelslag: Anna verdwaalt vreselijk en haar mobiel is stuk. Spannend, maar dan volgt nóg een reis. Dat is te veel en daar wordt de moraal hinderlijk zichtbaar. Het sterkst is Bakker in al die scènes waarin ze het alledaags ongemak van Anna’s leven vangt. De pogingen normaal te doen, al die momenten waarop tot Anna doordringt dat dat weer niet lukt.