Nationale veiligheid

Kabinet: Nederland moet ‘weerbaarder’ worden

Om de 'open samenleving' te beschermen wil het kabinet meer doen tegen ongewenste activiteiten van statelijke actoren in Nederland.

De rest van de wereld wordt assertiever, dus moet Nederland dat ook worden. Dat is het idee achter maatregelen die het kabinet donderdag aankondigde om Nederland ‘weerbaarder’ te maken tegen bedreigingen voor de economische en nationale veiligheid. Zo moet een ‘investeringstoets’ risico’s voor de nationale veiligheid bij investeringen in bedrijven in kaart brengen. Ook gaat buitenlandse spionage vaker geopenbaard worden.

Volgens minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) leiden globalisering en digitalisering tot een toenemende bedreiging van de „open samenleving” door acties van andere landen. Statelijke actoren „proberen op steeds assertievere wijze hun eigen belangen te behartigen”. Het gaat dan bijvoorbeeld om de spionage van Russen bij de OPCW, vorig jaar in Den Haag, en mogelijke betrokkenheid van Iraanse veiligheidsdiensten bij moorden op Iraanse dissidenten in Nederland. Zulk soort acties wil het kabinet vaker openbaar maken.

Maar het gaat ook om buitenlandse bedrijven die willen investeren in „vitale infrastructuur”, zoals de aanleg van het 5G-netwerk. Duidelijk moet zijn wie de eigenaar is, welke banden er zijn met staten en of „het systeem dat wordt aangeboden digitaal veilig is en we controle over die veiligheid houden”, aldus Grapperhaus. Vorig jaar zette hij de samenwerking met het Russische antivirusbedrijf Kaspersky Lab stop vanwege zorgen over digitale veiligheid.

Ook bij de overnames van Nederlandse bedrijven door buitenlandse ondernemingen moeten zulke zorgen onderzocht worden. „Bijvoorbeeld als een terminal in de Rotterdamse haven door een Chinees bedrijf wordt gekocht”, aldus Grapperhaus donderdag in zijn werkkamer.