Na Notre-Dame kent Frankrijk een ‘morele opleving’

Notre-Dame Frankrijk kwam deze week samen door de brand in de Notre-Dame. Maar voor hoe lang? En waarom?

Michel Aupetit, de aartsbisschop van Parijs, tijdens de mis voor de Saint Sulpice.
Michel Aupetit, de aartsbisschop van Parijs, tijdens de mis voor de Saint Sulpice. Foto Julien Mattia/Getty

Net als binnen Psalm 88 is ingezet, beginnen buiten de klokken te beieren. Het is woensdagavond, tien minuten voor zeven. Precies 48 uur eerder rukte de Parijse brandweer met groot materieel uit om Notre-Dame de Paris te redden van de ondergang. Overal luiden de kerkklokken als eerbetoon.

Op het plein voor de Saint-Sulpice in Parijs, waar op een groot scherm de mis te volgen is die eigenlijk in de Notre-Dame zou zijn, krijgen velen het te kwaad. „Ik weet niet goed waarom ik huil”, zegt de 39-jarige Anne-Sophie Tessier die rechtstreeks vanuit haar werk naar de kerk is gekomen. „Ik ben niet gelovig, maar de kerk voelt opeens dichtbij.”

Het was een week van uitersten in Frankrijk. Dagenlang was vooruitgeblikt op de tv-toespraak waarmee president Macron maandag een eind hoopte te maken aan de sociale onrust die het land al maanden tot op het bot verdeelde. Hij zou met plannen komen om ‘Parijs’ en het Frankrijk van ‘gele hesjes’ weer samen te brengen. Het zou de belangrijkste rede van zijn presidentschap zijn.

Maar op het laatste moment blies hij het evenement af. Belastingverlagingen of her-indexering van pensioenen: alles leek opeens futiel naast wat zich afspeelde op het Île de la Cité. Het eiland in de Seine is het „epicentrum van ons leven”, zei een zichtbaar geëmotioneerde Macron.

Alsnog kwam het land samen. Rond een kathedraal, rond nationaal erfgoed. En ook rond zijn president. Maar voor hoelang? En waarom? In de ‘goede week’ voorafgaand aan Pasen spreken kranten van „nationale communie”. Macrons plannen voor de hesjes zijn alsnog uitgelekt, maar niemand spreekt erover. Ze gaan zaterdag maar weer de straat op.

„Het is de angst om te sterven”, meent de prominente filosoof Pascal Bruckner. „Frankrijk is ziek, de zieke man van Europa.” Het land is niet alleen hard getroffen door de aanslagen in 2015 en 2016, maar ook door gewelddadig protest van ultralinkse activisten en nu dus van gele hesjes die „al maanden Parijs afbranden”, zegt Bruckner. „Wat gebeurt rond Notre-Dame is een morele opleving. Mensen zijn zich bewust van de kwetsbaarheid van Frankrijk, dat het land kan branden, kan verdwijnen.”

Wederopstanding

Honderden meer en minder gelovigen luisteren die woensdagavond voor de Saint-Sulpice naar aartsbisschop Michel Aupetit. Hij bedankt de wereld voor de steun. „De kathedraal zal herleven, zal herboren worden”, zegt hij. Onder zijn gehoor: burgemeester Anne Hidalgo en première dame Brigitte Macron. De symboliek is niet mis te verstaan. „We vieren deze week de dood en de wederopstanding van Christus. We geloven in de wederopstanding, van onze Heer maar ook van alles dat hij ons heeft laten bouwen”, ronkt Aupetit.

In het land van de laïcité (de godsdienstig neutrale staat) stonden republiek en kerk deze week zij aan zij. Want de Notre-Dame, sinds de laïcité-wet van 1905 eigendom van de staat, „is van ons allen”, zei Hidalgo donderdag. Het is „waar de republiek en het heilige samenkomen”. Macron, die Aupetit maandag een (in Frankrijk sowieso ongebruikelijke) hug gaf, noemde het herbouwen van de kathedraal zelfs „onze diepste lotsbeschikking”.

De negen eeuwen oude kathedraal is nu eenmaal „meer dan een religieus gebouw”, zegt staatssecretaris Marlène Schiappa, een vertrouweling van Macron die een boek over de laïcité schreef. Ze is verantwoordelijk voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen en botst regelmatig met katholieke groepen over homo-emancipatie. „Maar de geschiedenis van Frankrijk is, of we dat willen of niet, nu eenmaal gelieerd aan de geschiedenis van het katholicisme.”

Discussies over de Franse identiteit zijn altijd explosief. Het is Macrons achilleshiel, vinden zijn tegenstanders op rechts. In culturele oorlogen over hoofddoekjes of boerkini’s houdt hij zich vaak stil. Nu sprak hij van een „kathedraal van een volk en zijn duizendjarige geschiedenis”. Van een France éternelle, dus, het eeuwige Frankrijk. Dat valt in de smaak bij rechts en wordt, door de omstandigheden, geslikt door links.

Christelijke wortels

Cynisch kun je zeggen dat de brand Macron „enorm politiek voordeel” oplevert, zegt Bruckner. „Dit kan zijn presidentschap redden. Hij ging wat kleine economische maatregelen aankondigen en nu werpt hij zich op als de man die een symbool van de natie redt, die een identiteit redt die al heel lang afbrokkelt. De Notre-Dame herbouwen is in zekere zin ook een geruïneerd land herbouwen.” Macron steeg deze week een paar punten in de peilingen.

Katholieke scherpslijpers, zoals de rechtse politicus Philippe de Villiers (die in zijn pretpark ‘Puy du Fou’ de vermeende ring van Jeanne d’Arc tentoonstelt), herinnerden de president aan de „christelijke wortels” van het land. „Het is evident dat die er zijn, maar zodra je hierover spreekt, ben je een fascist”, bromt Bruckner. „Wat niet onverlet laat dat Frankrijk ontkerkelijkt is.”

De hang naar die wortels is daarom eerder „een uiting van de voortgang van de secularisatie”, meent godsdienstsocioloog Yann Raison du Cleuziou van de Universiteit van Bordeaux. Het is, voor alles, politiek: „Populisten gebruiken het christendom om te laten zien dat niet-christenen nooit volledige legitieme Fransen zullen worden.” Dat ondanks de laïcité de Franse politieke klasse deze week naast de clerus rouwde om de verminking van een kerk is voor hem niet verrassend. Hij spreekt van een situatie van ‘catho-laïcité’. „De banden zijn in werkelijkheid altijd hecht gebleven.”