Kinderoffers uit liefde en machtswellust

Antropologie Er werden ongewoon veel kinderen geofferd in het Peru van de vijftiende eeuw. Waarom? „Mensen konden denken dat ze zo het lichaam van hun kinderen heilig maakten.” Én de elites lieten zo hun macht zien.

Twee van de geofferde kinderen in hun grafkuil bij Huanchaquito-Las Llamas. Bij vrijwel alle kinderen was het borstbeen met een geoefende hand opengesneden om het hart te verwijderen.
Twee van de geofferde kinderen in hun grafkuil bij Huanchaquito-Las Llamas. Bij vrijwel alle kinderen was het borstbeen met een geoefende hand opengesneden om het hart te verwijderen. Foto John Verano

Offeren om goden gunstig te stemmen was vroeger vrij normaal. „Er is wel een soort hiërarchie bij offers”, zegt John Verano uit New Orleans, hoogleraar antropologie. „Je kan ook textiel offeren”, zegt hij droog, in een telefonisch interview. „Of cavia’s. En lama’s, als je echt kostbare dieren wilt offeren. Maar je kan natuurlijk nóg verder opschalen.”

Verano is één van de hoofdonderzoekers van de Huanchaquito-Las Llamas-opgravingen in Noord-Peru. Op een strand aan de Stille Oceaan werden daar bij archeologische opgravingen tussen 2011 en 2016 in totaal 137 geofferde kinderen gevonden, de meesten tussen acht en twaalf jaar, het nog kloppende hart uitgerukt, meestal met drie in één graf, samen met 200 jonge lama’s die op dezelfde wijze waren gedood. Het drama moet zich rond 1450 hebben afgespeeld.

Waren het sadisten?

Zóveel kinderen? Met een moderne gevoeligheid denk je: kunnen ouders zoiets ooit toelaten? Waren die priesters sadisten? „Dat zie je verkeerd”, zegt archeoloog Sarah Baitzel, van de Washington University in Saint Louis. Zij schreef vorig jaar een artikel over grafgiften in precolumbiaanse kindergraven in Peru, en over hoe je uit bijvoorbeeld panfluitjes het grote verdriet van de ouders zou kunnen afleiden (Journal of Archaeological Method and Theory, maart 2018). „Juist dat ook toen ouders zoveel van hun kinderen hielden, maakt kinderen tot het kostbaarst denkbare offer”, zegt ze over de kinderoffers op het strand van Huanchaquito-Las Llamas. „Voor ons is dat moeilijk te vatten, vooral omdat wij heel sterk vinden: ‘doden is slecht!’. Maar als je dat idee verlaat, kan je je misschien voorstellen dat de mensen toen in Peru konden denken dat ze het lichaam van hun kinderen heilig maakten in dat offer aan de oceaangoden. In een crisissituatie kan zoiets cultureel logisch worden: het individuele belang moet wijken voor dat grotere algemene belang. Wij zouden in zo’n geval misschien geld offeren.” En natuurlijk speelt ook macht van de elites mee, benadrukt Baitzel: „Zij organiseren dat, zij laten zo hun macht zien. Wie zulke kinderoffers kan afdwingen is machtig. Beide scenario’s – liefdevol offer én machtsspel – spelen zich tegelijk af.”

De offers waren een actie van het Peruaanse Chimu-rijk, rond 1450, een voorloper van het Inca-rijk, waarschijnlijk in een poging om extreem El Niño-noodweer af te weren. Een uitgebreid verslag van de opgraving, vol details over de zorgvuldige aankleding en begraving van de kinderen, verscheen begin maart in PLOS ONE. In dit gebied werden ook krijgsgevangenen geofferd, vertelt Verano, zoals ook de Azteken later deden in Mexico. „En de Inca’s offerden ook kinderen, maar met hooguit drie of vier op een berg. Wat de ouders daarvan vonden, weten we overigens niet.”

Samen met kostbare lama’s

Verano legt uit dat de Chimú-elite met het strandoffer echt een radicale keuze heeft gemaakt: kinderen offeren, vlak bij hun hoofdstad Chan-Chan, in enorme aantallen. En sámen met die kostbare lama’s. „Dit moet echt een heel serieuze crisis zijn geweest. En het blijft niet bij één offer! Vlakbij hebben we al een tweede offerveld gevonden, boven op een heuvel. Ook weer zo’n 150 kinderen, ook weer veel jonge lama’s. Misschien niet allemaal tegelijk geofferd, dat is nog niet duidelijk. En een paar kilometer verder hebben we inmiddels al weer een dérde veld gevonden! Allemaal Chimú, maar of het allemaal van hetzelfde moment is? Dat moeten we nog onderzoeken.”

Lees ook: Enorm kinderoffer, met grote precisie

In de geschiedenis zijn mensenoffers betrekkelijk zeldzaam, schrijft archeoloog Laerke Recht (Universiteit van Cambridge) in haar recente boek Human Sacrifice. Archaeological Perspectives from Around the World (Cambridge University Press 2019). Ze beschrijft ze als een soort overtreffende trap van dierenoffers: „mensen worden altijd gezien als offers van méér waarde”. Het vaakst komen ze voor als bijgiften bij graven van koningen en vorsten. Als hulp in het hiernamaals, allicht, maar waarschijnlijk ook bedoeld als bevestiging van de macht van de opvolger. Een andere type is het mensenoffer bij de inwijding of de bouw van een bouwwerk, als een soort heiliging.

Op een meer algemeen niveau kunnen mensenoffers (en in het verlengde daarvan ook kinderoffers) verklaard worden met dezelfde theorieën waarmee antropologen dierenoffers verklaren, aldus Recht. De simpelste: het offer als een geschenk aan de goden. Er is ook het idee dat het offer een verbinding maakt tussen het ‘gewone’ en het goddelijke. En: het offer is een geritualiseerde vorm van bestraffing (het zondebokprincipe). Er bestaat zelfs de feministische theorie dat het een patriarchale uitvinding is om nieuwe bloedbanden te creëren tussen mannen die geen naaste familie zijn.

Baby’s onder muren

Hoe dan ook, mensenoffers mogen zeldzaam zijn, maar ze komen wél vrijwel overal wel eens voor. In de VS wordt zelfs al jaren door sommige juristen en antropologen een vrij serieuze discussie gevoerd of de terechtstellingen daar niet ook met mensenoffers moeten worden vergeleken, onder meer wegens de uitgebreide rituelen eromheen. Ook worden rituele moorden op (vaak jonge) albino’s en andere opvallende mensen (met een bochel bijvoorbeeld) in delen van Afrika wel eens als mensenoffers gezien.

In haar boek beschrijft Recht er vele uit het verleden, in een schier eindeloze opsomming. De baby’s die wel eens begraven werden onder de muren van huizen in Mesopotamië (tussen 5000 en 1500 v. Chr.) en waarschijnlijk niet allemaal een natuurlijke dood waren gestorven. En uit die tijd zijn ook de rijke koningsgraven van Ur. In bijvoorbeeld het graf van (waarschijnlijk) koning Meskalamdug van Ur (ca. 2500 v. Chr.) lagen tussen de rijke grafgiften 63 geofferde dode volwassen. Er zijn sterke vermoedens van vergelijkbare ‘menselijke’ grafgiften voor de Eerste Dynastie-farao’s in Egypte (ca. 3000 v.Chr). En dan zijn er de ook uit Drenthe bekende veenlijken uit het eerste millennium voor Christus. Enzovoorts.

Juist als grensfiguren konden kinderen gebruikt worden om te communiceren met de andere wereld

Laerke Recht archeoloog

Een centrale gebeurtenis in het Oude Testament is zelfs een kinderoffer dat pas op het allerlaatste moment niet doorgaat: Abraham die het mes al heft om zijn zoon Izaäk (of in de islamitische variant: zijn zoon Ismaël) te doden, maar wordt tegengehouden door een engel. Ook de Romeinen kenden het mensenoffer: volgens Livius werden na de vernietigende nederlaag bij Cannae (216 v. Chr.) twee Galliërs en twee Grieken levend begraven onder het forum, een ‘nogal onromeins offer’ schrijft Livius zuinig (minime romano sacro). En volgens vroeg-middeleeuwse heiligenlevens deden ook de oude Friezen aan kinderoffers aan zee. De missionaris Wulfram zou begin achtste eeuw twee kinderen hebben gered die koning Radbod op het strand had laten vastbinden om door de vloed te worden overspoeld.

„Ook kinderoffers zijn zeldzaam, maar niet ongewoon”, licht Recht telefonisch toe vanuit Cambridge. „Waarom zouden ze ook? Kinderen waren in zekere zin grensfiguren die juist daarom gebruikt konden worden om te communiceren met de andere wereld. Ik schrijf over die baby’s onder de Mesopotamische muren en je hebt ook nog de dode baby’s bij de offerplaats in Carthago (ca. 500-144 v.Chr.) die waarschijnlijk ook offers waren.”

De opgraving bij Huanchaquito-Las Llamas, bij Trujillo, Peru, in juni vorig jaar. Op de achtergrond de oceaan.

Foto Ernesto Arias/EPA

De Huanchaquito-Las Llamas-offers heeft ze nog niet in detail bestudeerd, maar het lijkt haar duidelijk dat de offers hier zorgvuldig in een religieus wereldbeeld zijn ingepast. „Maar ik wil wél waarschuwen voor al te grote zekerheid dat het hier gaat om een offer onder extreme omstandigheden, om beter weer af te smeken. Dat lijkt wel voor de hand te liggen, zeker, maar zo’n extreem offer tijdens een crisis is óók het verhaal dat wij graag horen, bij zo’n onvoorstelbaar offer. Het zou wel degelijk kunnen passen in een bijna alledaags ritueel patroon.”

Diepgewortelde groepsrituelen

Zo’n ‘kinderoffergewoonte’ aan de Peruaanse kust zou wereldwijd wel een bijzonder verschijnsel zijn. Want in haar boek ziet Recht maar twee andere culturen waar mensenoffers integraal onderdeel lijken te zijn van diepgewortelde groepsrituelen en sociale gewoonten: in de Midden-Amerikaanse culturen tussen 200 en 1500 n.Chr. en in de vroege Chinese Shang-dynastie (ca. 1600-1200 v.Chr.). „Een mensenoffer komt niet uit de blauwe lucht vallen”, legt ze uit. „Er moet al een gewoonte bestaan van dierenoffers. En dan moeten de mensenoffers zélf ook nog eens breed geaccepteerd worden, niet alleen als uitzondering. En een sterke staatsmacht lijkt ook noodzakelijk omdat je krijgsgevangenen of kinderen niet zomaar naar een offerplaats krijgt.”

Een onderzoek onder 93 traditionele Austronesische eilandsamenlevingen in de Grote Oceaan (Nature) toonde dat mensenoffers veel vaker voorkwamen bij hiërarchische samenlevingen. Van de samenlevingen met weinig hiërarchie hield een kwart wel eens mensenoffers, op het eiland met een matige hiërarchie was dat bijna 40 procent en van eilanden met een sterke hiërarchie had tweederde mensenoffers. En matig ongelijke samenlevingen die aan mensenoffers gingen doen, werden vaak veel ongelijker.

Ongelijke samenleving

Mensenoffers lijken een middel om machtsongelijkheid te tonen, en zelfs te versterken. In de Grote Oceaan lijkt dat effect in egalitaire samenlevingen niet te bestaan. Zoals de onderzoekers opmerken: „Er moet wel al een sociale elite zijn om de mensenoffers ten eigen nutte uit te baten.”

De kinderoffers van de Chimú passen in dat straatje, legt hoofdopgraver Verano uit: „Sociaal was het een heel ongelijke samenleving, met enorme welvaart voor de elite in de hoofdstad Chan-Chan. Het was een agressieve militaristische staat met een koning in een enorm paleis. Alles draaide om macht en oorlog.”

Niettemin kwam de ontdekking in Peru als een totale verrassing, vertelt Verano. „We wisten dat er in het Chimú-rijk wel eens krijgsgevangenen werden geofferd. En er was één eerdere opgraving bekend van een vermoedelijk kinderoffer in Peru, in Huanchaco, verder langs de kust naar het zuiden. Daar zouden rond 1400 in één keer twintig kinderen en zeventien lama’s zijn geofferd.” Of dat echt offers waren is niet 100 procent zeker, zegt Verano, de botten zijn nooit goed onderzocht. En niemand weet waar die botten nu zijn opgeborgen, zegt hij spijtig. „Ergens in een museumloods, denk ik.”

Verano vindt het intrigerend dat er niks over te vinden is in latere Spaanse bronnen. „Dat kan betekenen dat de latere veroveraars van het Chimú-rijk, de Inca’s, er misschien ook niks van wisten. Want de Inca’s deden er tegenover de Spanjaarden alles aan om hun grote Inca-rijk in Zuid-Amerika te presenteren als de strijd van beschaving tegen barbarij. In die propaganda waren deze enorme kinderoffers van de Chimú zeker van pas gekomen denk ik.

„We weten niet of er publiek bij is geweest. Zo te zien zijn deze kinderen geofferd op een verlaten strand, buiten de hoofdstad. Meestal zijn mensenoffers een publiek drama; de Azteken deden hun offers midden in hun stad. Toch hebben we nu al drie sites, heel dicht bij elkaar. Je gaat bijna denken dat het hier om een specialiteit van de streek gaat.” Spottend: „Kom naar het Chimú-rijk, en bezoek onze bijzondere kinderoffers!”

Extreme machtsuitoefening

Verano en zijn collega’s hebben op het strand kindervoetafdrukken teruggevonden, op door El Niño-regens nat geworden en weer opgedroogd zand. Hoe ‘vrijwillig’ dat is gegaan is niet te achterhalen. Verano: „En hoe de ouders er over dachten is ook niet bekend.” Uit isotoopanalyses van de botten en de door inbinding van de schedel in Peru per regio verschillende hoofdvorm blijkt wel dat de meeste kinderen niet uit de regio van de hoofdstad komen. „De voor dit kustgebied typische platte achterkant van de schedel zie je niet. Het is een teken van extreme machtsuitoefening om die kinderen dan uit alle regio’s van het rijk te halen. En of die dan vrijwillig zijn meegegeven…”

Was er geen verzet tegen? „We weten het niet”, zegt Verano. En die drie dode volwassenen dan, die ook op de offerplaats zijn gevonden, waarvan de twee vrouwen op het hoofd geslagen waren? Waren dat ouders die hun kinderen wilde redden? „Nee joh”, reageert Verano verrast. „Die gedachte hebben we niet eens overwogen. We gaan ervan uit dat deze mensen op de een of andere manier ook bij het offer betrokken zijn.”

„Vrijwel nergens zie je verzet tegen mensenoffers”, zegt Jan Bremmer. Hij is emeritus hoogleraar religieuze studies in Groningen en was in 2007 redacteur van het overzichtswerk The Strange World of Human Sacrifice. „Ja, aan het begin van de 19de eeuw brak er op Tahiti een opstand uit toen de heerser Pomare I iemand uit een naburig district wilde offeren.” Maar was er dan nooit extra weerstand tegen kinderen offeren? „Dat zou je denken”, zegt Bremmer, „maar vergeet niet dat al die kinderoffers plaatsvinden in héél patriarchale landbouwsamenlevingen. Nu groeien veel kinderen nauw bij hun vader op, maar dat was toen veel minder waarschijnlijk. Ik wil niet zeggen dat vaders het toen niet erg vonden dat hun kinderen doodgingen, maar je moet er serieus rekening mee houden dat de hechting tussen vader en kind veel minder sterk was. En de mannen waren de baas.”

In onze eigen Gouden Eeuw nota bene werden de lichamen van de gebroeders De Witt uit elkaar gerukt en zelfs opgegeten

Martin Berger conservator

De beruchte Azteekse mensenoffers zijn een soort apotheose van een lange Midden-Amerikaanse traditie van mensenoffers. Nu lijkt er misschien in Peru een krachtige traditie van massale kinderoffers te hebben bestaan. Bestaat er in de Indo-Amerikaanse culturen soms een bijzondere neiging tot mensenoffers? „Als je dat denkt ga je mee met de propaganda van de Spaanse conquistadores in de 16de eeuw”, schampert Martin Berger, conservator Midden- en Zuid-Amerika van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Hij is net bezig met de voorbereiding van een Azteken-tentoonstelling in 2021. „Die Spaanse veroveraars rechtvaardigden hun veroveringen en wrede onderdrukking met verhalen over heidenen die mensen offerden. Terwijl de Spanjaarden zelf nooit een offer hebben gezien of meegemaakt. Je kan ook breder kijken: alle culturen doodden mensen, en vaak in rituele contexten. In Europa werden hoofden van gedode vijanden op pieken bij de poort gezet. In onze Gouden Eeuw, nota bene, werden de lichamen van de gebroeders De Witt uit elkaar gerukt en zelfs opgegeten!”

Berger verdoezelt niet dat er mensenoffers werden gebracht, maar benadrukt de algehele wreedheid van samenlevingen. „Je kan het ook omdraaien”, zegt John Verano. „Ik denk dat de Azteken diep geschokt waren door de slachtpartijen die de Spanjaarden aanrichtten. De Azteken hadden duidelijke regels voor oorlogen. Die werden bijvoorbeeld van tevoren aangekondigd. En je moordde zo min mogelijk op het slagveld – gevangenen werden later geofferd, aan de goden. Die Spanjaarden trokken zich daar allemaal niks van aan. Die lui hadden echt geen respect voor menselijk leven, vonden de Azteken.”