Opinie

Je bent christelijk, Europa, kijk niet weg

Notre-Dame De brand in de Notre-Dame dwingt Europa ertoe in het reine te komen met zijn christelijke geschiedenis. Die is even verwerpelijk als grandioos, maar niet met terugwerkende kracht corrigeerbaar, schrijft .

Illustratie Cyprian Koscielniak

Het weekblad geniet geen grote theologische faam, maar dankzij de Donald Duck maakte ik wel kennis met de Notre-Dame. Het verhaaltje speelde in Parijs en de kathedraal heette de ‘Notre-Duck’. Toen mijn vader dat zag, ontstak hij in een milde pedagogische toorn. Of ik begreep dat het godshuis dus ‘Onze Lieve Eend’ werd genoemd? Hij legde het uit. Niet het blasfemische maar het banale ervan ontstemde hem; later begreep ik dat hij de devotie rondom een moederfiguur als heilzaam voor een beschaving beschouwde.

Sinds die dag heb ik de Notre-Dame natuurlijk bezocht. Ik heb er het veelkleurige licht over de pilaren zien dansen, geprojecteerd door gebrandschilderde ramen: de zonnebril van God. In dit gebouw werd de tijd tot ruimte; bij de brand gebeurde het omgekeerde.

Maar een nog markantere herinnering bewaar ik aan de Romaanse kerk van Notre-Dame-la-Grande in Poitiers, waar de Maagd vanaf de westgevel neerkijkt op de hedendaagse mens, hoewel ze geen enkele uitdrukking heeft, want haar gelaat is weggesleten door de zon, de regen en tien eeuwen. Ze is zwanger van een ter dood veroordeeld kind.

Stelt u zich voor dat het dak van de Parijse Notre-Dame ten gevolge van een of andere constructiefout bij de restauratie was ingezakt en min of meer dezelfde hoeveelheid schade had aangericht. Onze reactie was niet vergelijkbaar geweest. Het verschil is het vuur, dat ons Europese bewustzijn aan de helletaferelen van Jeroen Bosch herinnert; het wekt de angst voor een apocalyps, waarbij niet alleen opvallend veel bisschoppen en mooie vrouwen in het inferno worden geworpen, maar ook u en ik, figuurlijk misschien, maar evengoed.

De cantates van Bach, sonnetten van Shakespeare, zijn van ons, van u en mij. Maar Shakespeare en Bach kunnen niet afbranden

Bepaalde wonderen die dit continent heeft voortgebracht – de sonnetten van Shakespeare, de cantates van Bach, de Notre-Dame – zijn van ons, van u en mij. Ze zijn de veruitwendiging van het onvatbare – door Marsman nog onbekommerd als ‘de europeesche geest’ aangeduid – dat ons tot ons maakt. Maar Bach en Shakespeare kunnen niet afbranden.

We ervaren allemaal de symboliek van een hoop stenen, in de gotische stijl op elkaar gestapeld en voorzien van heiligen, roosvensters en arabesken, als de harde, onvergankelijke vorm van onze identiteit (als dat woord nog is toegestaan).

Maar zie, een week voor Pasen bleek die vorm niet hard genoeg, en nu voelt het minstens een paar dagen lang alsof er niets anders over is dan het inspiratieloze Europa van de Unie, dat zich tot de Europese geest verhoudt als het afgestroopte vel van de heilige Bartolomeüs – zoals geschilderd door Michelangelo in de Sixtijnse kapel – tot de levende kerel met die naam.

Copmmentaar: De Europese Unie kan nu laten zien wat ‘Europa’ betekent

De symboliek is nog sterker: de muren van de Notre-Dame zijn blijven staan, maar de structuur heeft geen binnenkant meer en haar ziel is ontsnapt toen het dak in de vlammen viel. De beroemdste van alle kathedralen staat dan ook nog eens in Frankrijk, de oudste dochter van de Kerk en tegelijk sinds 1905 de meest seculiere staat van Europa, waar de islam zich soms maar moeizaam naar de laïcité voegt, de officiële areligiositeit van de Franse Republiek.

En zo dringt de vraag zich op of het einde van een groot gebouw – ondanks de replica die er straks van zal worden vervaardigd – ook het einde van de vanzelfsprekende christelijke cultuur uitdrukt.

Frankrijk is ontzet en de hele westerse wereld is in de war, alsof we nu pas beseffen dat we zijn wat we kwijt zijn.

Substituutsgodsdienst

Ons tijdperk is er een van extremen: enerzijds westerse zelfverwerping, anderzijds veel instortend Avondland. De substituutgodsdienst van de zelfverwerpers is het manicheïsme. In oude tijden verkondigde die leer dat er in de wereld een conflict tussen licht en donker werd uitgevochten. Het seculiere manicheïsme van vandaag ziet de werkelijkheid uitsluitend in zwart en wit, en zijn bevlogen predikers zorgen ervoor dat de anderen, wit als lijken, hun racisme, kolonialisme en noem maar op niet vergeten.

Op de Engelse universiteit van mijn zoon woedt een rel omdat een kwaaie lesbische studente al bij voorbaat heeft geklaagd over de bisschoppenconferentie van de anglicaanse Kerk. Daartoe is een deel van de campus in de zomer van volgend jaar verhuurd: de bedgenoten van de heteroseksuele anglicaanse bisschoppen (mannen en vrouwen) zijn uitgenodigd, maar die van de weinige homoseksuele bisschoppen niet. Met beverige stem erkent de universiteit nu dat dit een belangrijke morele kwestie is, die gestreng onderzocht zal worden.

De anglicaanse Kerk in Europa maakt helemaal geen probleem van homoseksualiteit, maar de anglicaanse zusterkerken in Afrika doen dat wel; vandaar dat onvermijdelijke gemanoeuvreer. Maar als iemand zegt dat de niet-acceptatie van homoseksualiteit door de Afrikaanse anglicanen de reden is van de dubbele standaard, dan wordt hij voor baarlijke racist uitgemaakt. Gebruik ik in de vorige zin ‘hij’, dan bewijst dat mijn… In deze eeuw hoef je veel zinnen niet eens meer af te maken.

Puriteinse wereldvreemdheid

Aldus zakt weldenkend Europa in dit tijdsgewricht weg in de zompen van onderling tegenstrijdige minderheidsideologieën, die alleen hun bezetenheid en puriteinse wereldvreemdheid gemeen hebben. Dat zeg ik als ouwe sociaal-democraat van de volksverheffing.

En uitgerekend nu brandt de Notre-Dame af.

Onze verstoorde verhouding met het christendom lijkt me een verheviging van de verstoorde verhouding met onszelf. Het heeft geen enkele zin te loochenen dat het merg van onze beschaving christelijk is, en nee, ik onderschat de invloed van de antieke wereld en het Jodendom niet. God werd uit de preambule van de Europese grondwet gegooid (uit wraak zorgde Hij ervoor dat die niet werd aangenomen). Dat was even stompzinnig als de opmerking van Hugo Claus dat de kathedraal van Reims van hem ‘gedynamiteerd’ mocht worden.

Eind vorig jaar stond er een recensie van Messiaens Et exspecto resurrectionem mortuorum in het voorheen katholieke Vlaamse dagblad De Standaard. Laat ik die even onder het vergootglas leggen.

Messiaen heeft in zijn modernistische compositie enkele beroemde citaten uit de Bijbel verwerkt, zoals ‘Uit de diepten roep ik tot u, o Heer’. Halverwege de uitvoering, zo schreef de recensente, drong het opeens tot haar door dat ze naar propaganda voor een ‘bedenkelijke ideologie’ luisterde. Ik wreef mijn ogen uit: arme Messiaen.

Ook menig atheïst met smaak en gevoel en kennis van de Europese beschaving zou bevreemd opkijken bij de bewering dat enkele van de ontroerendste woorden uit onze traditie, tekstflarden die het leven boven de dood verheffen, uitingen van een soort kwaadaardig fundamentalisme zouden zijn.

Zou die sukkel na haar twaalfde geen opvoeding meer hebben genoten? Paste Latijn op de middelbare school soms niet in haar belevingswereld en had ze niet begrepen dat de titel van Messiaens werk ‘En ik verwacht de wederopstanding van de doden’ betekende?

Tableaux vivants

Als Messiaens nobele schepping ‘bedenkelijk’ is, zijn de cantates van Bach dat ook; ja, de hele westerse kunstgeschiedenis is dan een voortbrengsel van een abjecte ideologie, tot en met de gedichten van een wereldberoemd hedendaags dichter als Les Murray of de verbluffende tableaux vivants naar Caravaggio, uitgebeeld door acteurs van het Italiaanse Malatheatre.

En vergis u niet, ook het gebeente van atheïstische kunstenaars is geformeerd uit christelijke grondstof; en hoe meer beelden ze kapotslaan, hoe harder God moet lachen – zie bijvoorbeeld de Pietà van de immer in zichzelf verdiepte Jan Fabre.

In elk geval kwam die recensie mij voor als het gekwetter van een beschaving in verwarring.

Ik zal u iets vertellen. Orgelmuziek van Messiaen werd bij mijn vaders uitvaart gespeeld (dat had hij zo bepaald, hij speelde zelf goed orgel). En op de grafsteen van mijn doodgereden dochter, in saecula saeculorum achttien, staat een citaat uit de brief van Paulus aan de Romeinen.

Het wordt tijd dat Europa in het reine komt met zichzelf en zijn geschiedenis, die even verwerpelijk als grandioos is, maar niet met terugwerkende kracht corrigeerbaar. Ja, als ik in therapeuten geloofde, die handelaars in de aflaten van het narcisme, zou ik zeggen dat Europa naar de therapeut moest in het kader van zijn zelfaanvaarding.

Schoonheid en ethiek

Het belangrijkste dat wij Europeanen moeten leren aanvaarden is al dat christelijke erfgoed in onze straten, koppen, boeken en burgerlijke salons. En dat wil vooral zeggen onze oorspronkelijke noties van schoonheid en ethiek.

De schoonheid behelst beeld, muziek, taal en roosvenster, maar impliceert ook onze kijk op het lichaam en het gelaat. Het portret drukt sinds de vroege Renaissance onze verhouding tot de ander uit – en de statische middeleeuwse gezichten wijzen al vooruit naar die ontwikkeling. Dat vreemde gezichtvormige stuk steen in Poitiers, met zijn nog intacte aureool, is het gezicht van de maagd Maria, zwanger van haar stenen kindje, en als dusdanig staat het in mijn Europese brein geperst, ook al zijn haar trekken uitgewist.

Het menselijk gelaat, het gezicht van ‘de ander’, is tevens het wezen van de Europese ethiek. Ons hoogste ethische gebod luidt niet per ongeluk dat we de andere wang moeten toekeren, ergo ons gezicht vanuit een andere hoek moeten laten zien (zij het misschien in het besef dat het aantal andere wangen beperkt is).

Ook van dit alles is de Notre-Dame de manifestatie, net als de licht asymmetrische kerk in het Engelse dorp waar ik woon.

U wilt helemaal niet christelijk worden? U had al die onzin net zo fijn van u afgeschud? U hebt mij niet begrepen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.