Geen school meer in het dorp, maar nog wel een vuur(tje)

Paasvuren In Twentse dorpen is de bouw van paasvuren belangrijk voor de identiteit – vooral omdat „hier van alles verdwijnt.” Maar vanwege de kans op natuurbranden zijn nu alleen „afgeslankte” vuren toegestaan.

Het bouwen van het oorspronkelijke paasvuur in Dijkerhoek is stilgelegd. Verderop komt nu een kleiner vuur.
Het bouwen van het oorspronkelijke paasvuur in Dijkerhoek is stilgelegd. Verderop komt nu een kleiner vuur. Foto Vincent Jannink/ANP

De jongeren van Dijkerhoek houden wel van een verzetje. „Hier leven we het hele jaar naar toe”, zegt Arjan Veneklaas, een van de organisatoren van het jaarlijkse paasvuur in de Twentse buurtschap. Veneklaas (21) heeft met zijn ouders een melkveehouderij met honderdveertig melkkoeien. „Maar dezer dagen werk ik thuis niet zo hard mee.”

De jonge boer zit aan een picknicktafel op een maïsakker. Ernaast een smeulend kampvuurtje en elf lege kratten Grolsch. Even verder staan de auto’s waarmee de jongeren stoer zijn komen aan racen. Nu werken ze zich in het zweet en bouwen een paasbult op; sommige jongens rijden heen en weer op ter beschikking gestelde tractoren, rupskranen en verreikers; andere jongens bouwen een steiger op een platte kar, repareren een kettingzaag of knutselen een antenne in elkaar, voor ontvangst van een radiopiraat. Meisjes zijn er ook. „Die vouwen roosjes, zorgen voor koffie en ontvangen gasten”, zegt Koen Heetkamp (20), werkzaam bij een afrasteringsbedrijf.

Meisjes zijn er ook: „Die vouwen roosjes, zorgen voor koffie en ontvangen gasten.”

De paasbult is klein dit jaar. De aanhoudende droogte in met name het oosten van het land maakt vuur levensgevaarlijk, en dus riep de gemeente Rijssen-Holten eerder deze week alle organisatoren van de paasvuren bij elkaar, om af te spreken dat de paasvuren „in afgeslankte vorm en met extra voorzorgsmaatregelen”, moeten plaats vinden. Vier buurtschappen strijden traditioneel om de prijs voor het grootste vuur; Dijkerhoek, Espelo, Holterbroek en Beuseberg. „Een vergeet ook Lichtenberg niet”, zegt burgemeester Arco Hofland (CDA). „De bouwers noemen die vaak niet, omdat die het paasvuur niet handmatig maar mechanisch opbouwen. Maar ze doen wel mee. Ik woon er zelf.” Espelo is het bekendst; eerst door in 1987 het hoogste paasvuur ter wereld te hebben gebouwd; later toen het in 2012 opnieuw het wereldrecord brak. De afgelopen drie jaar behaalde Dijkerhoek de titel en vorig jaar mochten ze de wisselbeker houden. „Dat was fantastisch”, glundert Bart Haverslag (25), al jaren een van de drijvende krachten, en eveneens werkzaam in de afrasteringsbranche. „In de media is het altijd maar Espelo. Wij hebben nu laten zien wie echt de beste is. Wij zijn niet langer het kleine broertje van Espelo. Wij hebben het grote Espelo verslagen.”

Niet iedereen is nog doordrongen van de gewijzigde verhoudingen, zo blijkt tijdens een gesprekje in zijn huis met Wim Toorneman (65) uit Espelo. „Ach”, smaalt hij. „Het paasvuur van Dijkerhoek staat op grondgebied van Espelo. Ik noem het Espelo twee punt nul.” De mensen spreken Espelo hier trouwens uit als Splo.

Lees ook: Met Pasen gaat de fik er pas echt in

Vriendschap voor het leven

De gezonde rivaliteit tussen de buurtschappen is wat Toorneman betreft een van de laatste tekenen van verbondenheid, van lokale identiteit. „Er verdwijnt hier van alles. Een paar jaar geleden is de school hier gesloten. De buurtbus maakt een omweg. Er is zowat niks meer over. En dan willen sommige mensen, vaak uit de Randstad, met klachten over fijnstof en milieu ook nog eens de paasvuren van ons af pakken.” Terwijl in zekere zin, zeggen de mensen hier, de paasvuren juist goed voor het milieu zijn. Elk jaar trekken vanaf november de paasvuurbouwers de natuur in om schadelijke grove dennetjes en overtollige begroeiing weg te halen, en dat is goed voor de biodiversiteit.

Mensen in de rest van het land mogen gerust vragen wat er nu eigenlijk zo leuk is aan het in brand steken van een heleboel bomen. „Het zit heel diep bij de mensen”, zegt burgemeester Hofland. Bouwer Arjan Veneklaas: „We werken hier een half jaar aan. We bouwen met mensen van alle leeftijden samen iets op. In een grote stad kennen de mensen elkaar vaak niet, ze geven elkaar niet eens een hand. Hier maak je vriendschappen voor het leven, daar heb je je leven lang genot van.”

Eerst bouwen, dan voetballen

Iets dergelijks zegt ook Arjan Stevens (26), een van de organisatoren van het paasvuur in Espelo. „Je stelt samen een doel. Je bouwt samen iets op. Je presteert samen iets.”  En waarom voelen jongeren zich ertoe aangetrokken? „Het is gezellig”, zegt Jeroen Smale (16) uit Dijkerhoek. „Door het bouwen leer je oudere jongeren beter kennen. Ik zit ook op voetbal, maar soms zeg ik dat af, omdat ik moet bouwen. Mijn moeder vindt dat niet goed omdat voetbal een teamsport is. Maar ik vind dit zo gezellig!” Een herkenbaar verhaal, zegt bouwer Bart Haverslag. „Sommige jongens komen hier ’s ochtends eerst bouwen, gaan dan weg om te voetballen, en komen daarna weer terug.”

Dit jaar gaat de wedstrijd niet meer om wie het grootste, maar wie het origineelste paasvuur heeft gebouwd. Een ideetje van de paasvuurbouwers zelf. De bouwers in Espelo willen absoluut niet zeggen wat dit in de praktijk betekent. In Dijkerhoek lichten ze een tipje van de sluier op. „Ik zeg tegen de mensen: het wordt typisch Dijkerhoek, denk daar maar over na,” zegt Bart Haverkamp.

Naast de kleine paasbulten liggen de veel grotere, die grotendeels al waren opgebouwd, maar die niet mogen worden branden. Wat gaat daarmee gebeuren? „Daarover zijn we nog in gesprek”, zegt burgemeester Hofland. Laten liggen is „geen optie”, want dan blijft er brandgevaar dreigen. Bovendien moet de maïs binnenkort weer op de akkers waar het hout nu ligt. Bouwer Arjan Stevens uit Espelo: „Als het snel weer flink gaat regenen, dan kunnen we het later misschien alsnog laten branden.”