Opinie

Essay van afgetreden paus Benedictus XVI is schadelijk

Seksueel misbruik

Commentaar

Paus Benedictus XVI besloot zijn carrière met een uitzonderlijke stap. In weerwil van de traditie dat pausen in het harnas sterven, trad hij af. Zes jaar later laat hij van zich horen. Met een opstel van zesduizend woorden maakt hij duidelijk dat hij weliswaar het Vaticaan heeft verlaten, maar dat wat hem betreft zijn rol beslist niet uitgespeeld is. Hij voelt zich geroepen bij te dragen aan „een nieuw begin” voor de Rooms-Katholieke Kerk, na de crisis van het seksueel misbruik.

De timing van Benedictus’ schrijven is opmerkelijk. Zijn opvolger in het Vaticaan, paus Franciscus, vaardigde op 29 maart jongstleden een wet uit die personeel en diplomaten van het Vaticaan verplicht om melding te maken van elke beschuldiging van seksueel misbruik. Hierbij is aangetekend dat dit wereldwijd zal gaan gelden. Nog geen maand later, op 10 april, publiceert zijn voorganger Benedictus XVI een heel andere lezing van datzelfde misbruik.

De gewezen paus noteert braaf dat hij beseft dat hij „niet langer verantwoordelijk” is.

Nu wás hij dat wel. Maar over zijn verantwoordelijkheid voor de onbevattelijke mate waarin kinderen te lijden hebben gehad onder seksueel en ander machtsmisbruik in de door hem geleide organisatie, heeft hij het niet. Hij bestudeerde de oorzaak. Die ligt niet bij de Katholieke Kerk, schrijft hij, maar bij de seksuele revolutie, die hij plaatst in 1968. Deze leidde in zijn woorden tot „een morele instorting” en de Kerk stond „weerloos tegenover deze veranderingen in de samenleving”.

Waarmee hij ongewild erkent dat de Rooms-Katholieke Kerk althans op dat punt weinig waard is. Want in verwarrende tijden van maatschappelijke omwentelingen zullen gelovigen juist steun bij de Kerk zoeken.

Maar volgens Benedictus heeft het kerkpersoneel zich, met de groeten van de seksuele revolutie, aan kinderen vergrepen, omdat ze dachten dat dat mocht. Dat is een vreemde redenering en niet alleen vanwege de geschiedvervalsing (veel misbruik dateert van ver voor 1968). Ieder mens draagt verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. Maar daarbovenop meten juist priesters en kerkelijke autoriteiten zich extra moreel gewicht aan. En daar mogen consequenties voor onberispelijkheid aan verbonden worden.

Ex-paus Benedictus meent dat zijn Kerk zich verkeerd opstelt en dat hij de aangewezen persoon is om te waarschuwen. Dat hij historisch gesproken flauwekul verkoopt, moet hij zelf weten. Dat hij op ongepaste wijze zaagt aan de stoelpoten van zijn opvolger, gaat alleen de Rooms-Katholieke Kerk aan. Maar zijn essay is een klap in het gezicht van de slachtoffers van het misbruik door dienaren van de Kerk. Zij hadden de moed om naar voren te treden. Zij kregen eindelijk serieus aandacht van de Kerk. En nu beschadigt Benedictus hen, willens en wetens.

De Rooms-Katholieke Kerk is niet de enige religieuze beweging waar machtsmisbruik kon floreren en waar gelukkig eerlijke pogingen tot schoon schip maken en vertroosting worden gedaan. Zo kondigden deze week ook de Jehova’s getuigen aan onderzoek te doen naar misbruik in hun organisatie, met een oproep aan slachtoffers om zich te melden. Dat is goed nieuws.

Intussen mogen alle slachtoffers verwachten dat zij veilig zijn voor aanvallen van binnenuit. Daarom zou het goed zijn als de Kerk zich distantieert van Benedictus XVI.