Recensie

Recensie Boeken

De aanvechting om het supermarktkarretje vol te gooien met rosé, Doritos en geurkaarsen

    • Arjen Ribbens

De nieuwe Esther Verhoef gaat over een drugsgerelateerd verhaal waarin de onwaarschijnlijke gebeurtenissen zich aaneenrijgen en waarin het nooit echt spannend wil worden.

Met haar vorige thriller, Lieve Mama (2015), won Esther Verhoef (1968) de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek. Dat zal haar vermoedelijk niet gebeuren met opvolger Façade, een misdaadroman die vooral ergernis wekt.

Iris van der Steen, een jonge gescheiden moeder, wil in oldtimer Toet naar haar in Portugal wonende moeder rijden. Een soort Thelma & Louise is het plan, maar dan in haar eentje. Als ze bij het eerste pompstation de knappe sportinstructeur Mischa de Jong een lift geeft, neemt haar roadtrip door het zomerse Europa een romantische wending. Al is die van korte duur. Want als ze twee dagen na vertrek ontwaakt in haar Franse hotelkamer is de kersverse ‘liefde van haar leven’ verdwenen. Op een stoel in de hoek van de kamer zit een vreemde man die haar toegromt: ‘Als je wilt blijven leven, doe je precies wat ik zeg.’

Het is het begin van een drugsgerelateerd verhaal waarin de onwaarschijnlijke gebeurtenissen zich aaneenrijgen en waarin het nooit echt spannend wil worden.

Doritos en geurkaarsen

Verhoef heeft een serie verdienstelijke thrillers op haar naam staan: verhalen gesitueerd in doorzonwijken, waarin tal van sociale en maatschappelijke onderwerpen aangesneden worden, die voor haar vele (vrouwelijke) lezers een feest van herkenning opleverden.

Ook in Façade probeert Verhoef haar lezers op die manier te bedienen. Ze schrijft over de aanvechting om het supermarktkarretje vol te gooien met Doritos, M&M’s, flessen rosé en geurkaarsen, en daarmee dan vervolgens lekker languit op de bank de hele avond naar Netflix te kijken. Maar in deze roadmovie, ver weg van de vinexwijk, doen deze identificatiemomentjes gekunsteld aan.

Ergerlijk is de voorspelbare wijze waarop spanning wordt opgewekt. Steeds voorvoelt Iris van der Steen wat er staat te gebeuren en anders waarschuwt haar vriendin Fabienne (‘Fab’ genoemd) haar wel: ‘Geen enge lifters oppikken, he?’

Verhoef is in het verleden vaak geprezen voor haar soepele schrijfstijl. Die lijkt haar bij Façade even in de steek te laten. Gekmakend is de bloemrijke stijl, waarin voortdurend weerspannige haarlokken van bezwete voorhoofden worden gewist, rimpeltjes zich aftekenen tussen wenkbrauwen. En we worden getrakteerd op Bouquetreeks-zinnen als: ‘Ik zou hem moeten haten. Maar de vreugde dat hij leeft, wint’, en: ‘Zolang er voor ons een hier en nu is, zal er voor ons ook een morgen zijn.’

Verhoef kan echt veel beter.