Recensie

Recensie

Deze miljonair en persmagnaat was als de Indische Great Gatsby

Dominique Berretty Zijn blad moest een ‘met tropisch gif bestreken stiletto tegen de verveling’ zijn. Berretty bracht het met zijn ambitie en zwier tot persmagnaat en miljonair in Nederlands-Indië.

Pasfoto’s van Dominique Berretty, ca. 1933
Pasfoto’s van Dominique Berretty, ca. 1933

Een jongeman van Nederlands-Indische komaf ontleende zijn lijfspreuk aan Napoleon: ‘Activité… Activité… Vitesse...’ Hij dwong bewondering af door zijn energie, uitstraling, succes bij vrouwen en exuberante leefstijl, als een Indische Great Gatsby. Journalist en persmagnaat Dominique Berretty (1891-1934) doorbrak als Indische jongen, geboren in Djokjakarta, de ‘kleurbarrière’ van het voormalige Nederlands-Indië en hield in het begin van de twintigste eeuw met zijn persbureau Aneta de kolonie in zijn greep. De biografie die Gerard Termorshuizen en Coen van ’t Veer aan hem wijden heet terecht Een groots en meeslepend leven, naar een dichtregel van Hendrik Marsman.

De biografen beginnen Berretty’s levensverhaal met zijn tragische dood: vanaf Schiphol onderweg naar Batavia. Het toestel de Uiver, een van de paradevliegtuigen van de KLM, belandt in de nacht van 19 op 20 december 1934 boven de Syrische woestijn in noodweer en stort neer. Bemanning en inzittenden komen om. De catastrofe bracht grote verslagenheid teweeg, ‘in de kolonie en in het moederland’, zoals de biografen stellen in het taalgebruik van toen. De necrologieën maken melding van een man met een tomeloze ambitie en megalomane geldingsdrang. En vooral van het raadsel van een Indische jongen die zonder geld, vrienden of protectie de ‘begaafdheid en wilskracht’ bezat op Amerikaanse wijze van krantenjongen tot miljonair te worden.

De Indische pers, eerder door Termorshuizen in het standaardwerk Realisten en reactionairen (2011) beschreven, is er een van vurige pennenstrijd en heethoofdige scheldpartijen. Niet voor niets heet een van de periodieken waaraan Berretty was verbonden De Zweep. Als verslaggever van nog geen twintig bij het Bataviaasch Nieuwsblad trekt Berretty de aandacht van de hoofdredactie: zijn vlotte pen en hartstochtelijke nieuwsgierigheid brengen hem in de voorhoede van de journalistiek. Maar er is meer. Berretty voelt scherp aan waaraan de lezers in de archipel behoefte hebben. Men wil vermaak, satire en liefst persoonlijke aanvallen.

Ontklede vrouwen en sensatie

In het begin van zijn carrière was Berretty ervan overtuigd dat hij niet alleen de blanke elite, maar ook de Indo-Europeanen moest bereiken met periodieken als De Reflector, De Magneet en later De Zweep, een blad met ‘striemende berichten’. In blanke kringen werd De Reflector als ‘pornografisch’ bestempeld vanwege de tekeningen van schaars of geheel ontklede vrouwen, en vanwege rubrieken als de ‘Erotische vragenbus’ en ‘Los en vast’ ofwel: wie was met wie? Berretty zag sensatie als essentieel kenmerk van zijn blad dat diende als een ‘met tropisch gif bestreken stiletto tegen de verveling, zoowel in de hoofdsteden van Indië als op de eenzame buitenposten en landbouwondernemingen op de verste randen van Insulinde’.

Lees ook: Tempo Doeloe? Nederlands-Indië was óók dood en verderf

De grootste faam verwierf Berretty in 1917 met het opzetten van Aneta (Algemeen Nieuws- en Telegraaf-Agentschap), waarmee hij via telegrafie en een correspondentennetwerk internationaal nieuws en vooral beurskoersen razendsnel in Indië wist te krijgen. Daar was vanuit handelsondernemingen enorme vraag naar en Berretty verdiende goud. Hij reed rond in dure auto’s en bouwde in de bergen bij Bandoeng een kapitaal buitenhuis. Zijn rusteloze liefdesleven was voer voor de roddelpers: hij trouwde zes keer en onderhield ook nog een keur aan vriendinnen.

Anti-koloniaal

Het feitenmateriaal en het namen noemen in Een groots en meeslepend leven is soms overdadig, zodat het zicht op het werkelijke verhaal verduisterd raakt. Dat schept nodeloos verwarring. In het boek zit ook een fascinerende diepere laag, die zich moeizaam prijsgeeft. Of durfden de auteurs het niet aan? Berretty stond namelijk zeer ambivalent tegenover de nationalistische politiek die in de jaren twintig en dertig opgeld deed. Hij koos duidelijk de Nederlandse zijde, getuige zijn opmerking dat de ‘inlander’ er wel bij vaart ‘indien zoo lang mogelijk het Rood-Wit en Blauw zijn banen sliert over dezen archipel’. De biografen stellen daar zijn liefde voor zijn Javaanse moeder tegenover, die in traditionele kledij de Gouverneur-Generaal tegemoet trad.

De biografie is geschreven vanuit een vanzelfsprekende koloniale context en laat zien dat Berretty ‘een koloniale mentaliteit’ vertegenwoordigt. Dat zal bij lezers met anti-koloniale gevoelens niet altijd welkom zijn. De polemisch geaarde Berretty, de Citizen Kane van Indië, legt zich uiteindelijk neer bij de koloniale verhoudingen. Dit is de diepere betekenis van deze biografie over een bijzondere journalist. Maar het spannende levensverhaal had moediger gekund. De hedendaagse postkoloniale discussie vraagt ook om een herijking van Berretty’s plaats in de Nederlands-Indische maatschappij.