Opinie

De burger die geen grip meer voelt, wendt zich af

De Rechtsstaat

We moeten het hebben over de machteloze burger, die geen grip meer voelt op politiek en bestuur. Het is jaarverslagentijd: de Hoge Colleges van Staat roeren zich. Ik pik er de de Nationale Ombudsman en de Raad van State uit. Beiden zijn bekommerd. De vice-president van de Raad van State, Thom de Graaf, meent dat de kwaliteit en het gezag van wetgeving afnemen. De Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, ziet de afstand tussen burger en overheid groeien en het contact vastlopen. De Graaf constateert dat de politiek ondergronds is gegaan.

Achter de schermen worden akkoorden gesloten, over klimaat, wonen, energie, preventie en misschien ook ooit pensioenen. Als de wetgever (en dus de Raad van State) aan de beurt zijn, resteren uitvoering en vertaling. De wetgever als stempelmachine. Politiek zijn alle handjes vakkundig gebonden – alleen van de Eerste Kamer gaat nog een vage controledreiging uit. Daar zijn ze, althans in theorie, niet gebonden aan regeer- of andere akkoorden. Tot natuurlijk blijkt dat de politieke realiteit ook daar de marges tot het uiterste beperkt.

Het lijkt mij ook niet makkelijk om in 2019 adviseur bij de Raad van State te zijn. Adviseren over wetsvoorstellen die in het geheim zijn uitonderhandeld, what’s the use. De volksvertegenwoordiging en de kiezer staan buiten spel. De adviseur dus ook.

De vraag is hoe je dan geloofwaardig en op tijd nog nuttige adviezen kunt geven. Deels ligt het antwoord voor de hand: eerder van je laten horen, vóórdat de gordijnen het zicht op de coulissen wegnemen. Vroeger zijn met signaleren en analyseren. Dat kan ook door vaker ongevraagd adviezen te geven, wat pas één keer is gebeurd. Kamer en regering kunnen er ook om vragen, zodat de burger eerder weet wat er achter de schermen pruttelt. En wat dan wijsheid is. Dan moet je dus als gezagdrager wel de moed hebben het jezelf nóg moeilijker te maken – eerlijker ten opzichte van de burger is het wel.

De Nationale Ombudsman schreef vorige week over de burger en zijn bestuur: „De overheid en andere instanties staan steeds verder af van de mensen voor wie zij er zijn”. De dienstverlening aan de burger is uitgekleed. Er wordt al jaren te weinig tijd, geld en ruimte voor uitgetrokken. Decentralisatie en schaalvergroting eisten hun tol – protocollen en procedures zijn het gevolg. Loketten verdwenen, er kwamen 0800 nummers voor in de plaats, websites, keuzemenu’s. Een ‘echt mens’ aan de telefoon krijgen is uitzonderlijk. En als dat lukt dan is diens handelingsvrijheid vaak minimaal. De dreiging zich achteraf te moeten verantwoorden bevriest alles.

Nu kun je deze observaties wegwuiven: pas als de Ombudsman deze klachten niet heeft is het nieuws. De Raad van State hóórt bovendien te klagen over wetsvoorstellen waar alleen bij het kruisje kan worden getekend. Maar intussen heeft de Ombudsman het wel over uitholling, over verarming – over groeiende afstand tussen burger en bestuur. Net als de Raad van State. De band met de burger raakt almaar verder zoek. Dat leidt dus tot populisme, afzijdigheid en cynisme. En overdreven verwachtingen van de rechter. Maar dat terzijde.

Over de ‘terugtred van de wetgever’ klaagt de Raad al jaren, evenals over de uitholling van het primaat van de politiek. Ik kwam in dat jaarverslag termen tegen als wegwerprecht en zelfs rechtsvervreemding. De machteloze burger die over nieuwe wetten z’n schouders ophaalt.

De Ombudsman zegt dat het heus niet alleen de kwetsbare burgers treft, maar ook de zelfredzamen. Die kunnen ook het spoor bijster raken. Hij roept ‘de instanties’ op weer eens vast te stellen ‘voor wie je eigenlijk bent’ en wat de mensen nodig hebben. Anders gezegd: dicht het gat.

Het mooiste voorbeeld van ‘rechtsvervreemding’ vond ik bij de Raad van State. Daar wordt de deal van Rutte genoemd om de dividendbelasting af te schaffen. In geen enkel programma kwam het voor, maar dankzij het regeerakkoord leek het direct een voldongen feit. Het had makkelijk kunnen leiden tot een wet waar niemand het écht mee eens was geweest. De wetgever als stempelmachine en pinautomaat tegelijk. Dat ‘geen grip’ meer hebben, dat klopt veel te goed. En het gaat maar door.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.