Aan de vorm van het hoofd herkende je de stam

Archeologie Door het hoofd van kinderen strak te omzwachtelen, vervormde de schedel. Daarmee uitten stammen hun identiteit.

Vervormde schedel uit Georgië.
Vervormde schedel uit Georgië. Foto Peter Mayall

Mensen in Midden- en Oost-Europa vervormden in de tijd van de Grote Volksverhuizing (vierde tot de zevende eeuw na Christus) hun schedel om zo hun identiteit te benadrukken. De komst van de Hunnen zorgde in deze periode voor grote onrust en mobiliteit onder de volkeren die ten noorden van het Romeinse rijk leefden. Door de schedel van hun opgroeiende kinderen met strakke doeken te omwikkelen, maakten mensen met behulp van de vorm van het hoofd duidelijk bij welke cultuur ze hoorden. Omdat zoveel mensen op drift waren geraakt, was het op deze wijze benadrukken van sociale verbanden extra belangrijk. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Melbourne in een artikel in het Journal of Archeological Science.

De onderzoekers analyseerden de vorm van 23 schedels uit Georgië, 17 uit Hongarije, 13 uit Duitsland, twee uit Tsjechië, één uit Oostenrijk en één van de Krim. Alle schedels zijn gedateerd in de periode van de vierde tot de zevende eeuw na Christus. Met behulp van een 3D-scanner is de vorm nauwkeurig in kaart gebracht, met zestig meetpunten per centimeter.

Euraziatische steppe

Schedelmodificatie kent een lange geschiedenis. De oudste vervormde schedels zijn gevonden in Australië en zijn van 11.000 voor Christus. Op de Euraziatische steppe, die zich uitstrekt van Hongarije tot de Oeral, is het gebruik sinds 3.000 voor Christus bekend. Het was populair bij ruitervolken als de Scyten, Sarmaten en Alanen, die leefden in het gebied dat nu Oekraïne en het zuiden van Rusland beslaat. Toen de Hunnen, een verzameling Centraal-Aziatische stammen, deze ruitervolken versloegen en Oost-Europa binnentrokken, kwam de Grote Volksverhuizing op gang. Mensen die door de Hunnen werden verdreven, kwamen in conflict met de volkeren op wier land ze terechtkwamen. Sommige volkeren zochten daarop hun heil binnen de grenzen van het Romeinse rijk, of sloten zich juist aan bij de invallers.

Grafvondsten maken duidelijk dat in deze periode het aantal schedelmodificaties in Oost- en Midden-Europa sterk toenam. Op sommige grafplekken in het huidige Hongarije, waar de Hunnen hun uitvalsbasis vestigden, is de helft van de aangetroffen schedels gemodificeerd.

De Hunnen waren bekend om hun langwerpige schedels. De Romeins-Gotische historicus Jordanes beschreef het hoofd van de Hunnen als „een soort vormeloze klomp, geen hoofd, met kleine gaatjes in plaats van ogen”. In Hongarije zijn de meeste gemodificeerde schedels gevonden. Het gebruik is echter ook aangetroffen in gebieden waar de Hunnen zelf niet zijn geweest. Hun culturele invloed strekte zich dus uit tot buiten het gebied dat ze veroverden, aldus de auteurs.

Twee verticale repen

De diverse regio’s hadden hun eigen stijl van schedelmodificatie, ontdekten de onderzoekers. De Hongaarse hoofden werden omwikkeld met twee verticale repen stof die ervoor zorgden dat de wandbeenderen aan de zijkant van de schedel langwerpiger werden. De in Duitsland aangetroffen schedels waren vervormd met behulp van één band die liep van het voorhoofd naar de nek. De Georgische hoofden hadden hun vorm te danken aan twee concentrisch aangebrachte lappen stof die het voorhoofd indrukten en het schuin naar boven lieten lopen.

In Duitsland en Georgië zijn geen vervormde kinderschedels aangetroffen, maar alleen gemodificeerde hoofden van volwassen. De onderzoekers denken dat dit erop wijst dat de in deze gebieden aangetroffen schedels van migranten waren en dat zij het gebruik niet hebben voortgezet in hun nieuwe woongebied. In Hongarije is de plaatselijke bevolking generaties lang doorgegaan met deze door de Hunnen gepopulariseerde gewoonte.