Ze had haar laatste adem al uitgeblazen

Lezersoproep Wat zijn uw herinneringen aan de ongeschonden Notre-Dame, vroegen we lezers. Een selectie.

Ook lezers die nooit de Notre-Dame binnengingen, reageerden op de oproep van deze krant om hun herinnering aan de Parijse kathedraal-met-brandschade te delen. Lezer J. van der Heijden bijvoorbeeld, herinnert zich dat hij de kathedraal „nauwelijks opmerkte” terwijl hij er voortdurend moet zijn langs gelopen in de tijd dat hij een Parijse liefde had. Zij was, dat spreekt, oogverblindend.

Ook S. Breimer ging nooit de drempel over, hoewel ze enige tijd in Parijs woonde. „Maar ze was er wel, die grote kathedraal, ze stond er altijd met die twee grote torens, kaarsrecht door de eeuwen heen, al die eindeloze tijd waar wij ook ooit even bij hoorden.”

J. van Eeden bezocht de Notre-Dame wel, in 1985, maar vond Versailles toen interessanter. In algemene zin, zegt hij, zijn „katholieke gebouwen bijna altijd leuker dan katholieke mensen”.

Veel lezers schrijven dat het ze pijn deed vlammen uit het beroemde gebouw te zien slaan („verbijsterd gekeken naar deze horreur”). Een enkeling ziet er een kans in. „Nu maar hopen dat men de moed zal hebben een zelfbewuste nieuwe vorm te ontwerpen.”

Vooral op jong-volwassenen maakte de Notre-Dame indruk, blijkt uit de reacties. „In 1988 vertrokken mijn vriendinnetje en ik op onze eerste trip met de nachttrein naar Parijs en vonden een goedkoop hotelletje in een zijstraat van de Rue de Rivoli. (...) Eenmaal binnen in de Notre-Dame troffen we een duistere hal die ontsloten werd door de hemelse schittering van het glas in lood. Adembenemend. Dit gebouw, de architectuur, het licht; het vertolkte de eeuwigheid.”

E. Lansink had al ver voor de brand van maandag afscheid genomen van zijn Notre-Dame. Bij een eerder bezoek in 1974 was die nog geweest „zoals een kathedraal moet zijn: vochtig, riekend en leeg.” Bij het verlaten wachtte een leeg plein. Bij een volgend bezoek, in de lente van 2009 zag hij een met souvenirwinkels en Amerikaanse fastfood-restaurants volgebouwd plein.

„We schuifelen mee in een menigte in een U-route door een gebouw dat al lang geleden zijn laatste adem als kathedraal heeft uitgeblazen. Tevergeefs zoeken we een weg naar buiten die niet langs prullaria en snoepgoed leidt. We besluiten nooit terug te komen.”

Een enkele lezer deed de brand naar eigen zeggen weinig, zoals F. Toussaint. „Voor mij is het weinig meer dan een historisch bouwwerk. Als jongeling stond ik ooit – met de rillingen van een katholieke jeugd nog in mijn lijf – voor die imposante entree. Zal ik naar binnen gaan? Niet gedaan.”

Deze lezer sluit af met cynisch optimisme. „De Notre-Dame is een toeristische kassa die spoedig weer zal rinkelen.”