Opinie

Steeds meer dode zones in de oceanen

Het leven in zeeën en oceanen staat niet alleen onder druk door de plastic soep, maar ook doordat het zuurstofgehalte daalt. Herstel gaat uiterst langzaam, schrijft Caroline Slomp, oceaanonderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

Foto ESA/HH

In het kustwater bij de monding van de Mississippi is in de zomer over een gebied van 22.000 vierkante kilometer bij de zeebodem geen zuurstof meer te vinden. Op deze plek, zo groot als half Nederland, is tot vier meter boven de bodem geen zwemmend leven meer te vinden. Sinds 1972 ontstaat voor de kust jaarlijks een ‘dode zone’ waar zuurstofconcentraties in het zeewater te laag zijn voor vissen, schelpen en andere zeedieren.

In de Oostzee is de situatie nog extremer. Daar bevindt zich op zo’n zeventig meter diepte een dode zone van meer dan 60.000 vierkante kilometer (zo’n twee keer het oppervlak van België). Dat diepe water bevat hoge concentraties giftig waterstofsulfide. Alleen micro-organismen kunnen daarin overleven.

Dit soort dode zones in de zee, die wereldwijd voorkomen, zijn een direct gevolg van onze huidige levensstijl. Intensief gebruik van meststoffen in de landbouw zorgt voor geleidelijke ‘lekkage’ van voedingstoffen (zoals stikstof en fosfaat) in onze rivieren en het grondwater – waarna die in de zee terechtkomen. Daarnaast is ook rioolwater rijk aan deze voedingstoffen en dat stroomt in sommige landen ongezuiverd in zee.

Algenbloei

Eenmaal in het kustwater voedt het stikstof en fosfaat grote, vaak schadelijke algenbloeien. Als de algen sterven, naar de bodem zinken en afbreken, wordt zuurstof verbruikt. Dat zuurstofverbruik is vaak zo hoog dat de zuurstofaanvoer via menging met oppervlaktewater tekortschiet. In het diepe water raakt het zuurstof op en bij de verdere rotting van de algen komt waterstofsulfide vrij – wat de hele situatie erger maakt.

Klimaatverandering maakt deze problemen nog erger. Hoe warmer zeewater wordt, hoe minder zuurstof erin oplost. Ook mengt het water minder gemakkelijk, doordat warmer water lichter is dan koud water en dus aan het oppervlak blijft drijven. Een verhoogde afvoer van rivierwater, wat veel voorkomt in een warmer klimaat, kan het contrast in dichtheid tussen (zoeter) oppervlak en (zouter) dieper water vergroten. Beide veranderingen versterken de van nature aanwezige verticale gelaagdheid van het water en verhinderen de zuurstofaanvoer naar de bodem.

Dit zorgt voor hardnekkige problemen, want kustgebieden waar het zeewater zuurstofloos is, herstellen zich vaak maar langzaam. Bij de Mississippi is het vooral lastig gebleken om de rivieraanvoer van voedingstoffen te beperken. Maar ook als dat wel lukt, is het probleem niet verholpen.

In de Oostzee is al bijna veertig jaar geleden, rond 1980, werk gemaakt van het beperken van die aanvoer. Toch is de waterkwaliteit nog maar nauwelijks verbeterd. Dat komt door de lange verblijftijd van voedingstoffen in de zee. Fosfaat, bijvoorbeeld, verdwijnt door begraving in de zeebodem via een relatief langzaam proces.

Kleine IJstijd

Er is ook goed nieuws: met speciale rekenmodellen kun je voorspellen hoe je een zuurstofloze zee weer zuurstofrijk kunt maken. Dat is in principe goed mogelijk, maar als een zee veel warmer wordt, verandert het tijdpad naar zo’n herstel en kan het soms veel langer gaan duren.

In de Oostzee is uit de zeebodem af te lezen dat er de afgelopen achtduizend jaar door natuurlijke processen eerdere periodes van zuurstofloosheid zijn geweest. Zo weten we daardoor dat er rond de Middeleeuwen een periode van zuurstofloosheid in de Oostzee was die eeuwen duurde. Het herstel kwam snel – waarschijnlijk binnen enkele decennia – en viel samen met een periode van afkoeling; het begin van de zogenoemde Kleine IJstijd.

Maar de situatie nu is ernstiger: de temperatuur stijgt door klimaatverandering harder dan destijds, de zuurstofloze zones zijn groter en de concentraties voedingsstoffen zijn hoger. Herstel – als daar al sprake van is – zal hierdoor veel langer duren.

De Oostzee en de Mississippimonding zijn de bekendste voorbeelden van door de mens veroorzaakte dode zones in zee, maar dezelfde processen vinden in kustgebieden wereldwijd in meer of mindere mate plaats. Vooral in zich sterk ontwikkelende landen nemen de problemen met zuurstofloosheid toe. Doordat ook een kleine verlaging van de zuurstofconcentratie op sommige plekken dodelijk kan zijn voor vissen en ander zeeleven, zijn onze oceanen enorm kwetsbaar.

De oceanen lijken oneindig en onaantastbaar, maar zijn dat niet. Welkom in het Antropoceen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.