Bier brouwen is een soort wapenwedloop tussen Noord- en Zuid-Korea

Koreaans bier Bierbrouwerijen in Zuid-Korea produceren bocht, terwijl die van Noord-Korea worden gerekend tot de beste van Azië. „Brouwen is zo ongeveer de enige zinvolle activiteit waarin het noorden het zuiden verslaat.”

In Seoul zegt men wel eens: Zuid- Korea is in de productie van alles beter dan Noord-Korea, met uitzondering van kernwapens en bier. Al jaren produceren de grote brouwerijen van het veel rijkere zuiden bocht, terwijl die van de communistische dictatuur gerekend worden tot de beste van Azië.

Hoe is dat mogelijk?

Hoewel bier in beide landen al vóór de opsplitsing van 1945 werd gedronken, kent het Koreaanse schiereiland vooral een traditie van de zoete rijstwijn makgeolli en het bekendere gedestilleerde soju. De belangrijkste verschillen in bier ontstonden pas na de opdeling.

Het belangrijkste jaar voor het Noord-Koreaanse bier was 2000. In het Zuid-Engelse graafschap Wiltshire ging na 176 jaar de brouwerij Ushers of Trowbridge failliet en kwam een brouwinstallatie te koop staan. Dit gebeurde ten tijde van de Noord-Koreaanse Zonneschijnpolitiek, die een periode van internationale ontspanning rond het noorden betekende. Voor 1,5 miljoen pond nam een communistisch staatsbedrijf de installatie over. De brouwerij werd afgebroken, verscheept en net buiten de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang opnieuw opgebouwd.

Daar staat zij nu aan de oevers van de Taedong. Die rivier, die Pyongyang doorkruist, is naamgever van de brouwerij Taedonggang – en letterlijk de bron van het bier. In april 2002 was de officiële opening, enkele weken later gevolgd door een bezoek van wijlen dictator Kim Jong-il, de ‘Geliefde Leider’ die zelf liever dure wijnen en cognac dronk. Misschien wel het belangrijkste brouwsel van Noord-Korea is Taedonggang 2, een licht bier dat bedoeld is om de dorst te lessen. Dit is meestal ook wat de circa zesduizend westerse toeristen die het land jaarlijks bezoeken, krijgen als ze lokaal bier willen drinken.

De in Nederland wonende Canadees Derek Walsh heeft als internationaal jurylid en prominent brouwreceptadviseur over de hele wereld bier geproefd, maar Taedonggang nog nooit. Aan hem leggen we de vraag voor of het waar is wat men in het zuiden zegt: is Noord-Korea beter in bier brouwen dan het zuiden?

Staatsbier, meegenomen door toerist

Psstjt, klinkt het als de kroonkurk van het staatsbier gaat – zeker in dit geval een goed begin. Taedonggang drinken wordt in Noord-Korea ook wel ‘maekju roulette’, ofwel bierroulette genoemd. Geregeld blijkt het bier bij het openen van de fles doodgeslagen omdat er iets is misgegaan met het bottelen. Net Russisch roulette, maar dan met een teleurstellend glas bier als worstcasescenario.

„Karton”, stelt Walsh al snel vast met zijn neus boven het glas. Het bier blijkt geoxideerd – te warm bewaard, te veel verplaatst of te oud. In dit geval waarschijnlijk een combinatie van al deze dingen.

Onze fles werd door een toerist meegenomen uit de schappen van een winkel in Pyongyang. Een 24 uur durende treinreis naar Beijing volgde en daarna een lange vlucht naar Nederland. In de zeventien maanden die het bier erover heeft gedaan om uit de communistische dictatuur op tafel in een café in Nederland te belanden, heeft het veel aan smaak en geur ingeboet, zegt Walsh. Maar, zo moet hij ook vaststellen, hij proeft dat het bier met zorg is gebrouwen en ongetwijfeld veel lekkerder is geweest. „Hij is wel op een zuivere manier overleden.”

Lees ook: Een korte cursus voor wie door de bieren het bos niet ziet

Taedonggang speelt een belangrijke rol in de Noord-Koreaanse biercultuur. De brouwerij opende bijvoorbeeld een terras met plek voor ruim zevenhonderd bezoekers, ook wel het Noord-Koreaanse Oktoberfest genoemd. Dirndls met diepe decolletés zijn daar overigens taboe. Serveersters gaan gekleed als een soort stewardessen. Bier is een luxeproduct voor feesten en speciale gelegenheden. Drinken doet men meestal om dronken te worden, en de dronkaard drinkt meestal soju.

In zeker opzicht geldt voor Zuid-Korea hetzelfde, vertelt de in Seoul gevestigde Brit Daniel Tudor aan de telefoon. Hij was het die in 2012 voor veel reuring zorgde door als correspondent voor The Economist te schrijven dat brouwen „nog altijd zo ongeveer de enige zinvolle activiteit [is] waarin het noorden het zuiden verslaat”.

Grossiers in het slappe bier

In Zuid-Korea wordt inmiddels meer bier gedronken dan soju, maar de grote brouwers is het om smaak niet per se te doen. Omdat dit land een open, kapitalistische vrijemarkteconomie kent, komt hier veel meer importbier binnen, vaak Heineken of het Chinese Tsingtao. De binnenlandse biermarkt kent steeds meer kleine brouwerijtjes, maar wordt nog altijd gedomineerd door twee reuzen: Oriental Brewery (met de merken OB en Cass) en Hite. Zij zijn grossiers in het slappe bier waarmee men zich volgiet – vaak aangesterkt met een shot soju.

Vergeleken met de geraffineerde Zuid- Koreaanse keuken is aan het bier in het land weinig eer te behalen, schreef Tudor. Hij was dan ook verbaasd enkele jaren later zijn landgenoot Gordon Ramsay in een reclame voor Cass te zien. De Britse topkok noemde het bier „geweldig” en „verdomde fris”, terwijl sommige twitteraars het juist omschreven als „misschien wel het slechtste bier ter wereld”. Tudor, die inmiddels zelf bier was gaan brouwen, zei er wat van. Ramsay reageerde dat het oordeel van Tudor hem gestolen kon worden, en beloofde hem „een schop onder zijn kont” te geven als hij hem ooit tegen het lijf liep – iets wat er overigens volgens Tudor zelf nog altijd niet van is gekomen.

Ironisch genoeg had je veel meer concurrentie op de biermarkt in Noord-Korea dan in het zuiden

Daniel Tudor

„Zuid-Korea heeft de naam kapitalistisch en innovatief te zijn, maar juist hier golden allerlei regels waardoor er nog maar twee bedrijven bier konden brouwen en distribueren”, vertelt Tudor. Hij noemt onder meer de belastingwetgeving, die de prijs van bier met duurdere ingrediënten onevenredig opstuwde. Kleinere brouwerijen maakten daardoor op de Zuid-Koreaanse markt lange tijd nagenoeg geen kans. In het noorden is echter al jaren een veel groter aantal kleinere brouwerijen actief. „Dat was eigenlijk het probleem: ironisch genoeg had je veel meer concurrentie op de biermarkt in Noord-Korea dan in het zuiden.”

De brouwer onderscheidt zich daardoor in het noorden vooral op smaak, in het zuiden op prijs.

We proeven een van de beruchte massabieren uit Zuid-Korea: OB. En inderdaad, concludeert Walsh, goed is het niet te noemen. Zwavel en tannines, smaken van de zuinige brouwer. Dan nog liever Amstel-pils, of Warsteiner „of andere dingen die ik nooit drink”.

Triomfantelijk antwoord van ‘Zuid’

De meeste Zuid-Koreanen zullen de verschillen tussen hun OB, Cass of Hite en een Taedonggang-biertje waarschijnlijk nooit geproefd hebben. Toch stuitte de veronderstelde Noord-Koreaanse superioriteit bierdrinkers tegen de borst. Zo ook The Booth Brewing, een van de kleine brouwerijen uit Zuid-Korea, de brouwerij waarvan Daniel Tudor mede-oprichter is: de wetten die eerder tot een duopolie hadden geleid, worden langzaam maar zeker aangepast.

The Booth brouwde Taegang, het zelfverklaarde „triomfantelijke antwoord van Zuid-Korea op het Noord-Koreaanse bier Taedonggang”. Dit bier (het derde in onze proeverij) droeg in eerste instantie dezelfde naam als het Noord-Koreaanse brouwsel dat het bekritiseerde, maar het ‘dong’-gedeelte werd op last van de Zuid-Koreaanse warenautoriteit uit de naam geschrapt. Nee, niet omdat Noord-Koreaanse merkenrechtadvocaten bezwaar hadden gemaakt, zegt Tudor. „Dat was wel grappig geweest.”

Lees ook: Hop hop hoera! De wederopstanding van de Nederlandse biercultuur

„Dit is een compleet ander beest”, zegt Walsh bij het proeven. „Een verschil van dag en nacht. Een andere wereld, een andere planeet.” We proeven perzik en roze grapefruit. Soms ook de witte randjes rond het vruchtvlees – dat heeft iets onaangenaams. Beter dan zijn Noord-Koreaanse inspiratiebron? „Ik kan me geen bieren voorstellen die verder uit elkaar liggen dan die twee.” Interessanter en véél moderner, vindt hij.

Het bier was natuurlijk nooit bedoeld als een imitatie van Taedonggang, zegt Tudor. „Het was eerlijk gezegd een bijdehand marketingtrucje.” Eigenlijk is het niet eens een zuiver voorbeeld van Koreaans bier. The Booth heeft het samen met het Deense Mikkeller laten maken in de Belgische Proefbrouwerij. Het strookt met de verschillende economische en ideologische wegen die de landen zijn ingeslagen. Waar in Noord-Korea een traditionele staatsbrouwerij de toon zet, zoeken nieuwe, kleine ondernemers uit het zuiden juist de samenwerking met brouwerijen in het buitenland om de biercultuur naar de moderne tijd te brengen.

Dat de wetten in Zuid-Korea worden aangepast, heeft effect: in enkele jaren tijd kwamen er volgens Tudor zo’n 120 brouwerijen bij, die elkaar allemaal proberen af te troeven. „Het is een soort wapenwedloop geworden.”

Benijdt Tudor Noord-Korea als brouwersland nog altijd?

„Nee.”