OVV: onvoldoende zicht op risico’s zware psychiatrische patiënten

Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid hebben zorgverleners „onvoldoende zicht op de veiligheidsrisico’s” voor de patiënt en zijn omgeving.

De gang van een ggz-instelling.
De gang van een ggz-instelling. Foto Lex van Lieshout/ANP

De veiligheidsrisico’s rond patiënten met een ernstige psychische aandoening zijn onvoldoende bekend. Dat geldt zowel voor de patiënten zelf als voor hun omgeving. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een donderdag verschenen rapport.

Zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) hebben volgens de OVV „onvoldoende zicht op de veiligheidsrisico’s” voor deze patiënten en hun omgeving. Nederland telt ongeveer 250.000 tot 300.000 mensen met een ernstige psychische aandoening. Zo’n 20.000 van hen verkeren in „acute zorgnood”. Het is onduidelijk hoeveel van deze mensen een eventueel veiligheidsrisico vormen.

Een „compleet beeld” van zowel de patiënt als de veiligheidsrisico’s ontbreekt, onder meer doordat zorgverleners en andere instanties niet vanzelfsprekend samenwerken, terughoudend zijn in het delen van informatie, die bovendien versnipperd is over verschillende systemen.

Vorige maand publiceerde de OVV een rapport over de inschatting van de veiligheidsrisico’s omtrent Michael P.

Problematiek verergeren

De OVV heeft zeven gevallen onderzocht waarbij de veiligheid van patiënten met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving in het geding was. De onderzoekers concluderen dat het veel tijd kostte om in kaart te brengen welke hulp deze patiënten nodig hadden, en die vervolgens ook te regelen.

Dit komt onder meer door wachttijden in de ggz en de terughoudendheid van zorgaanbieders vanwege de hoge kosten van de zorg. De raad waarschuwt dat het huidige systeem ertoe kan leiden dat de patiënt niet goed geholpen wordt. Dit kan „hun problematiek verergeren” en tot onveilige situaties leiden, schrijft de OVV.

Vorige maand verscheen ook al een OVV-rapport over de relatie tussen veiligheid en psychische zorg. Dat onderzoek ging specifiek over de casus van Michael P., de man die Anne Faber in 2017 om het leven bracht. Ook uit dit onderzoek bleek dat er te weinig zicht was op het gevaar dat P. betekende voor zijn omgeving, onder meer omdat informatie niet goed werd gedeeld.