‘Ontzamelen’ van musea is te duur

Musea De commissie die toetst welke stukken Rotterdamse musea mogen afstoten werd opgeheven. Er is te weinig geld voor het proces.

Historisch schip De Buffel is het enige grote museumstuk dat de gemeente de afgelopen jaren afstootte. Een stichting in Hellevoetsluis nam het ‘om niet’ over.
Historisch schip De Buffel is het enige grote museumstuk dat de gemeente de afgelopen jaren afstootte. Een stichting in Hellevoetsluis nam het ‘om niet’ over. Foto Roel van Deursen/Flickr

Nee, rouwig is Jan Laan (83) er niet om. Om de opheffing van de commissie die toetst welke stukken er kunnen worden afgestoten, van de gemeentelijke collectie van Rotterdamse musea. Hij was voorzitter, het was zijn eigen voorstel. Tijdens de gemeenteraad vorige week werd het voorstel in een vloek en een zucht afgehamerd. Conclusie: ontzamelen leeft niet.

De reden dat de commissie werd opgericht in 2014 was de rel die ontstond toen voormalig directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum Rotterdam aankondigde dat hij de gehele Afrika-collectie wilde verkopen. 60 miljoen euro wilde hij ervoor hebben. Het geld, zo verklaarde hij destijds, wilde hij steken in het voortbestaan van het Wereldmuseum dat door teruglopende subsidie onder druk kwam te staan.

Werk uit allerlei musea te koop

„Bremer heeft het sfeertje toen aardig verpest voor de andere museumdirecteuren”, zegt Laan. „Onze commissie moest toen gaan beoordelen of de verkoop een goed idee was. Maar we kwamen erachter dat het bestuur niet klopte. Dat is toen eerst aan de orde gekomen. Daarna moest Bremer weg. Uiteindelijk hebben we toen nooit meer over de verkoop van die collectie gepraat.”

Dat zegt ook raadslid Ruud van der Velden (Partij voor de Dieren) die kunsthandelaar van beroep is en de kwestie destijds aankaartte in de gemeenteraad. „Bremer wilde het in zijn horecaplannen steken. Terwijl hij als museumdirecteur over de Rotterdamse kunstcollectie had moeten waken.”

Probleem bij de verkoop van kunst door Rotterdamse musea is dat dit geen eigendom is van de musea maar van de gemeente, zegt Laans medecommissielid Marijke Brouwer. „Die kunst is geschonken door Rotterdammers of betaald van belastinggeld. Die mag je niet zomaar verkopen.” De Afrika-collectie van het Wereldmuseum is belangrijk Rotterdams erfgoed, zegt Van der Velden. „Meegenomen door kooplui, geschonken aan de stad.”

Uitpuilende depots

Maar tegelijkertijd is er ook een probleem, erkent Brouwer. „Collecties groeien, depots puilen uit en vergen periodiek onderhoud. Dat is duur.” Dat geldt ook voor het Rotterdamse verzameldepot aan de Metaalhof, blijkt uit een brief van de gemeente. „Vroeger namen musea vaak alle aangeboden stukken aan, ook als ze niet in de collectie pasten. Die kan je ontzamelen.”

Dat zegt ook hoofd documentatie Hanna Leijen bij Museum Boijmans van Beuningen. Op de lijst van af te stoten stukken stonden sinds 2014 bijvoorbeeld 400 potscherven en antieke meubels zonder hoge artistieke of erfgoedwaarde, vaak afkomstig van nalatenschappen. De potscherven zijn eind 2018 ‘om niet’ overgeheveld naar de archeologische dienst van Zaanstad. „De scherven komen uit die streek.” Het antiek gaat naar Vereniging Hendrick de Keyser, dat huizen door heel Nederland heen historisch inricht. „Daar zijn ze goed op hun plek.”

Probleem bij het ontzamelen is dat het proces veel tijd kost omdat musea verplicht zijn de herkomst van de stukken te onderzoeken. Zo moet duidelijk zijn dat de schenker geen bezwaar heeft tegen afstoting. Dan moet je wel weten wie die schenker was en of er nabestaanden zijn. Ook moeten musea uitzoeken of de stukken niet bij een deelcollectie in het museum horen, wat het belang van behoud verhoogt. „Musea hebben daar meer geld voor nodig”, zegt oud-voorzitter van de Rotterdamse toetsingscommissie Jan Laan. Maar dat geld is er nu niet. „Toen ik dat begreep, heb ik het laten zitten.”

Ontzamelen is te veel werk

Vandaar dus dat het jaren duurt voordat de weinige stukken waar musea vanaf kunnen en willen, ook daadwerkelijk over gaan naar een nieuwe eigenaar. Er is gewoon te weinig menskracht bij musea omdat allemaal snel te regelen. Laan: „Als je registratie en herkomstonderzoek landelijk wilt aanpakken, heb je zo een paar honderd miljoen euro nodig.”

Ondanks het opheffen van de Rotterdamse toetsingscommissie is de uitgebreide ontzamelprocedure voor Rotterdamse musea gebleven. Sinds de inwerkingtreding van de landelijke erfgoedwet in 2016 moeten musea een speciale procedure volgen. Objecten kunnen niet verkocht worden op de particuliere markt zonder dat ze eerst aan musea in Nederland aangeboden zijn. Voor Rotterdam geldt de extra regel dat ze eerst aan Rotterdamse musea aangeboden moeten worden. Ook moet het stadsbestuur instemmen met het afstoten van de stukken, omdat de gemeente eigenaar is.

Dat ook deze regeling een procedurele draak is erkent iederéén die er mee te maken heeft, zegt Laan. „Toch verzetten musea zich niet. Ze willen zorgvuldig ontzamelen en accepteren dat dit veel tijd kost. Als er geen geld is om snel te ontzamelen, dan maar langzaam.”