Recensie

Recensie

De nieuwe Corolla is merkwaardig vormgegeven maar een briljant voertuig

Autotest Toyota gaf de nieuwe Corolla ‘smoel’. Is dat wel iets voor de Corolla-rijder, vraagt zich af.

De Toyota Corolla bij Louwman in Purmerend.
De Toyota Corolla bij Louwman in Purmerend. Foto Merlijn Doomernik

Mijn enige duurzame herinnering aan een Toyota Corolla is een gesprek met Harold C. Schonberg, muziekcriticus van The New York Times en biograaf van Vladimir Horowitz. Die zit naast me, in een Toyota Corolla, en zegt over zijn hartoperatie: „Ik heb de hartklep van een varken, wat best verdrietig is voor een Jood.” De enige manier om een Corolla te onthouden is een onvergetelijke lifter meenemen.

Schonberg is dood, de Corolla rijdt vast nog ergens rond. Corolla’s sterven niet, hoewel leven ook een te groot woord is. Ze leiden een onzichtbaar schaduwbestaan in het parallelle universum van de stille deugd. Het design kwam altijd regelrecht uit het vergeetboek; het ene oog in, het andere uit. Zo kon die auto, waar er nota bene ruim 46 miljoen van zijn gebouwd, het best bewaarde geheim van de geschiedenis worden. Vraag je vrienden of ze vrienden of familie met Corolla’s hebben en het antwoord zal altijd nee zijn.

Maar de nieuwe Corolla, sinds 1966 de twaalfde in successie, wordt volgens Toyota een onvergetelijke experience. De bestverkochte auto ter wereld heeft volgens de maker smoel gekregen. Op de Corolla-billboards prijkt het woord electrifying en zo te zien is het Toyota menens met die krachttaal. Boven- en onderzijde van de grille onder de lepe led-spleetogen, gepenetreerd door een esthetisch onverklaarbaar stuk designplastic, grijpen als monsterkaken in elkaar. Bij de sedan wordt de groteske grijns in vorm gehouden met verchroomde accolades. Die lust er wel pap van.

Hoe ziet Toyota hem voor zich, de Corolla-rijder met de kolder in de kop? Zijn bestaan draait op dienstbaarheid, onzichtbaarheid en overlevingskunst. Het spirituele hoogtepunt is een auto van de zaak, een Corolla. De stoute schoenen zijn voor anderen. Maar laten wij hem vooral zo nuchter bekijken als de klant hem blieft.

Klopt, de Corolla was hier even uit de lucht. In zijn plaats trad de bescheiden Auris, waarvan een hybride-versie met de techniek van de Toyota Prius een zekere populariteit verwierf onder leaserijders. Uitgerekend die grijze muis was vernoemd naar het goud, aurum, dat de Toyota-dienstklopper voor zijn baas mocht verdienen, tactische misser. Toch had hij het in huis. Het nieuwe goud is hybride. De ene turbomotor in de twaalfde Corolla zal het afleggen tegen de twee hybride-varianten, de van de Prius bekende met 122 en een nieuwe met 180 pk. Vooruit, de formule van benzine- plus elektromotor is er inderdaad electrifying aan. Toyota speculeert erop dat een marktconform vormgegeven hybride voor een nette prijs het gat kan vullen tussen het diesel- en het stroomtijdperk. De calculatie stoelt op twee overwegingen. Diesels zijn uit, hybrides schoon en even zuinig. De elektrische auto komt eraan, ook bij Toyota, maar die is voor Corolla-rijders nu nog te begrotelijk. In de praktijk is de Corolla bovenal plan B voor de hier slecht lopende Prius, een verdrietig lot voor een merkwaardig vormgegeven maar briljant voertuig dat het met zijn extreem lage verbruik ook zonder lage bijtelling had moeten redden. Na het hippe Prius-alternatief, de C-HR, is de Corolla vluchtweg twee voor het conservatieve smaldeel. Want afgezien van die neus is hij keurig.

Zo goed als waterpas

Ik krijg de Corolla Touring Sports mee, krasse taal voor een oerdegelijke stationcar met een bagageruim van net geen 600 liter en het rustgevende levenstempo van de Prius. Hoe dan ook is hij een aan te raden keus voor gezinnen. De verlengde wielbasis komt de bij de hatchback-Corolla krappe beenruimte achterin danig ten goede. Het zit daar goed en de in delen neer te klappen rugleuning ligt plat zo goed als waterpas, tegenwoordig een zeldzaamheid. Het kloofje tussen bagagevloer en rugleuning wordt handig overbrugd met twee afdekklepjes. Klinken doet hij als een Prius; bij optrekken brommerig, op kruissnelheid doodstil.

Toyota mag hoog opgeven van de led-verlichting, de stuurdynamiek van een onderstel met onafhankelijke achterwielophanging en de actieve veiligheidssystemen (veel, en altijd standaard), op de vertegenwoordigersbalans draait het uiteindelijk maar om één ding; zijn verbruik. Ik heb er heuglijk nieuws over te melden; 1 op 20 haalt hij altijd, 1 op 23 is doenlijk. Daar draagt het verbeterde weggedrag overigens wel aan bij. Het helpt de geoefende ecofiel in bochten en op verkeerspleinen het tempo hoog te houden en onnodige acceleraties te verhinderen. Voor vanaf iets onder de 27.000 euro koopt hij geen betere familiespaarder die geen diesel is. Electrifying.