Last van rugklachten op het werk? Je bent lang niet de enige

Gezondheid Rugpijn is een belangrijke én onderbelichte reden voor verzuim. Hoewel de precieze oorzaak meestal niet te achterhalen is, kun je wel wat doen om klachten te voorkomen.

Illustratie Roland Blokhuizen

Een opgejaagd gevoel, stress, vermoeidheid, een slechte slaap – soms lijken het dé problemen van een ogenschijnlijk oververmoeide 21ste eeuw. Regelmatig blijkt uit cijfers dat het aantal burn-outklachten onder werknemers toeneemt, en altijd worden we er dan weer even aan herinnerd: neem voldoende rust.

Des te opvallender is het daarom dat uit de vorige week verschenen Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018 blijkt dat rugklachten nog steeds váker genoemd worden als reden voor verzuim, dan klachten van overspannenheid. Het voorkomen van zulke klachten is op de werkvloer niet altijd een prioriteit, terwijl ook rugpijn een gevolg kan zijn van een hoge werkdruk en ongezonde levensstijl: te lang, verkeerd stilzitten of juist te veel zwaar, fysiek werk doen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksinstituut TNO, die de enquête jaarlijks onder ruim 60.000 werknemers tussen de 15 en 75 jaar uitvoeren, stelden vast dat 5,4 procent van de werknemers rugklachten als reden van de laatste ziekmelding noemt, terwijl 5,1 procent aangeeft dat psychische klachten, overspannenheid of een burn-out de oorzaak was. Wél is er een lichte daling in het aantal rugklachten te zien: tien jaar geleden, in 2008, werd rugpijn nog in 9,4 procent van de gevallen als reden van een ziekmelding genoemd. Burn-outklachten waren toen in 4 procent van de gevallen de oorzaak.

Zo’n percentage van 5,4 lijkt misschien weinig, maar daarmee worden rugklachten – op een griep of verkoudheid (35,2 procent) en buikklachten (5,9 procent) na – relatief vaak genoemd als reden voor verzuim. En dat leidt tot hoge kosten voor werkgevers.

In Nederland hebben op dit moment zo’n twee miljoen mensen last van lage rugpijn, de meest voorkomende vorm van pijn in de rug, blijkt uit een schatting van onderzoeksinstituut Nivel. Uit cijfers die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu afgelopen november naar buiten bracht, blijkt dat in 2018 1,1 miljoen vrouwen en 858.600 mannen met rug- of nekklachten bij de huisarts bekend waren.

Oorzaak onbekend

Dát er relatief veel aandacht is voor het voorkomen van een burn-out, is voor het grootste deel te verklaren vanuit de jaarlijkse stijging van het aantal klachten en het verloop van de ziekte. Komt een werknemer overspannen thuis te zitten, dan duurt dat vaak veel langer dan wanneer iemand last heeft van zijn rug. Zo was in 2017 een kwart van het verzuim het gevolg van overspannenheid, terwijl 6,7 procent was toe te schrijven aan rugklachten, blijkt uit cijfers van het CBS.

Veel moeten, weinig mogen:Nederlanders ervaren steeds meer werkdruk

Maar ook belangrijk is dat anders dan bij overspannenheid, de oorzaak van rugpijn in verreweg de meeste gevallen onbekend blijft. En dat heeft consequenties voor de preventie ervan.

Ja, het kan die slechte bureaustoel geweest zijn. Het was misschien dat rondje hardlopen, de verhuizing, het onkruid wieden in de tuin of een combinatie van dat alles. Maar wat er precies aan de hand is, valt bijna nooit hard te maken, vertelt bewegingswetenschapper Jan Willem Elkhuizen. „In 95 procent van de gevallen is onbekend wat de pijn veroorzaakt.”

Dat gebrek aan wetenschappelijke overeenstemming zorgt vervolgens ook voor een „versnippering” van de zorg, zegt Maurits van Tulder, gezondheidswetenschapper aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Als niemand het erover eens is waar de pijn vandaan komt, dan zijn de meningen over de beste behandeling ook verdeeld. „En dat maakt het voor ons heel moeilijk een vuist te maken naar beleidsmakers: investeer in het voorkomen van rugklachten. Want de vraag is dan: hoe? Er is geen blauwdruk.” Elkhuizen: „Het gebrek aan aandacht voor de preventie van rugklachten komt vooral doordat de oorzaak in veel gevallen onduidelijk is.”

Illustratie Roland Blokhuizen

Afwisselen

Maar heb je het over de risicofactoren voor rugpijn, dan zijn die volgens Elkhuizen en Van Tulder helemaal niet zo onbekend: onvoldoende afwisseling tussen bewegen en zitten, een ongezonde levensstijl en overgewicht.

Orthopedisch chirurg Menno Iprenburg, die samen met Elkhuizen in het boek Rugpijn, hernia en spit op zoek ging naar de oorzaak van rugpijn, vat het bondig samen: „We zitten te veel, bewegen te weinig en velen van ons zijn te zwaar.” Tel daar het aantal mensen dat zwaar fysiek werk doet bij op, en je hebt een redelijk goed beeld van de mensen die het meeste risico lopen.

Elkhuizen: „Vroeger liepen we veel meer dan tegenwoordig. Naar de bakker, naar de groenteboer – iedereen was de hele dag behoorlijk in touw. Tegenwoordig gaan we met de auto naar de supermarkt en we zijn met één ritje klaar.” Langdurig in verkeerde houdingen zitten kan met name een risico zijn wanneer je de rug daarna weer belast. Zelfs als dat niet zwaar is.

Het advies is dus: bewegen en zitten voldoende afwisselen, regelmatig van houding verwisselen en gezond leven. En dan ligt het misschien wat voor de hand, maar zulk gedrag kunnen werkgevers vrij gemakkelijk stimuleren door gezond eten in de kantine aan te bieden, lopend vergaderen in te voeren of verstelbare zit- en stabureaus aan te schaffen. Al zijn zulke aanpassingen moeilijker te realiseren in fysiek zware beroepen.

Van Tulder, die zich in 2018 samen met een aantal andere internationale onderzoekers kritisch uitliet over de zorg voor lage rugpijn, is van mening dat blijven bewegen ook voor mensen mét rugpijn helpt. Geen zware fysieke inspanningen, maar wel „gewoon blijven fietsen naar je werk en voldoende lopen.”

De cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO ondersteunen dat: in het onderwijs, waar mensen voor de klas staan vaak afwisselen met zitten, worden rugklachten het minst genoemd als reden voor verzuim: in slechts 3,5 procent van de gevallen. In de sector vervoer, waarin met name vrachtwagen-, taxi- en buschauffeurs veel te lang stilzitten, is het percentage het hoogst: 8 procent. Gevolgd door de bouw (7,9 procent), waarin juist weer veel fysiek, zwaar werk gedaan wordt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.