De laatste bloemist vertrekt van de Amsterdamse Bloemenmarkt

Toerisme Nu houdt ook de laatste echte bloemist op de Bloemenmarkt ermee op. „Het is hier alleen nog maar gericht op toeristen.”

De Bloemenmarkt in Amsterdam.
De Bloemenmarkt in Amsterdam. Foto Lya Cattel

Kijken, kijken, maar niet kopen. Op de Amsterdamse Bloemenmarkt aan het Singel trekt de gemiddelde toerist bij de bloemenstand van Michaël Saarloos (65) eerder zijn fototoestel dan zijn portemonnee. Dagelijks slenteren duizenden toeristen langs zijn drijvende zaak. Af en toe word je er stapelgek van, zegt Saarloos, „het lijkt hier wel een kermis.”

Onlangs nam Saarloos zijn besluit: hij stopt ermee op de beroemde bloemen- en plantenmarkt. Hij gaat een pand huren elders in het centrum. De laatste florist, aldus Saarloos zelf, verlaat na 45 jaar de Bloemenmarkt. Het is allemaal gekomen door die goedkope budgetvluchten tien à vijftien jaar geleden, zegt hij – toen overstroomde de markt met toeristen. De klandizie veranderde: de toerist verving de Amsterdammer. „Vrrreselijk.”

Gevoelige snaar

Begin deze week uitte Saarloos zijn ongenoegen in dagblad Trouw. Zijn boodschap raakte een gevoelige snaar en werd bovendien opgepikt door buitenlandse media. De Engelse krant The Guardian kopte: „Amsterdam’s last floating florist closes, blaming tourists”.

Al jaren worstelt de gemeente met het almaar stijgende aantal toeristen in de stad. In 2018 waren er 17 miljoen hotelovernachtingen, een aantal dat de komende jaren sterk zal groeien. Plus nog de verschraling van het winkelaanbod: authentieke zaken, zegt Saarloos, maken plaats voor kaaswinkels, Nutellashops, badeendenwinkels.

Lees ook: Waar komen de toeristen vandaan en wat zien ze eigenlijk?

Op de Bloemenmarkt zie je dat terug. Borden, bekers, canvas tasjes, magneten, klompen, sloffen, aanstekers; het assortiment van deze ondernemer op de Bloemenmarkt is volledig toegespitst op de toerist, maar de bloemstukken zelf ontbreken. Logisch, zegt een ondernemer die niet met zijn naam in de krant wil, zo werkt handel. Zijn punt: als je niet meegaat met de tijd, zoals Saarloos, „help je je eigen tent naar de klote”.

Saarloos is het daar niet mee eens. Het klopt inderdaad dat hij geen magneten verkoopt, maar daar heeft hij ook helemaal geen tijd voor. Het bloemenvak is tijdrovend. Bovendien mag niet meer dan 25 procent van het assortiment van de ondernemers op de markt, volgens regels van de gemeente, bestaan uit ‘aanverwante zaken’ zoals bekers en magneten, zegt Saarloos. Veel ondernemers houden zich daar niet aan, zegt hij, en de gemeente handhaaft niet.

Minimumloon

Vijf jaar geleden meldden buitenlandse werknemers op de markt bovendien dat zij minder dan het minimumloon betaald kregen en meer uren maakten dan toegestaan. Aan die situatie is, volgens ondernemers, sindsdien nog weinig veranderd.

Foto iStock

Als er signalen van onderbetaling bij het stadsdeel binnenkomen worden die uiteraard gedeeld met deskundigen op dat gebied binnen de gemeente, zegt een woordvoerder van de gemeente. Ze geeft aan „niet gelukkig te zijn” met de huidige Bloemenmarkt. „Het is geen aantrekkelijke plek meer voor Amsterdammers, dat willen we veranderen.” Dit jaar zullen handhavers controleren of de ondernemers zich aan de milieuregels en brandveiligheidseisen houden en of hun stands niet groter zijn dan toegestaan. Ook zal gekeken worden naar de verhouding bloemen, planten, bloembollen en souvenirs, volgens de woordvoerder.

Voor Saarloos en zijn personeel komt die controle te laat. Begin mei bestrijkt hij zijn nieuwe plek, in de Gasthuismolensteeg in De Negen Straatjes. René Plantinga (56), al meer dan dertig jaar een vaste werknemer van Saarloos, is daar blij mee. „Hier moet je tachtig keer per dag toeristen waarschuwen dat ze met hun tas in je boeketten hangen”, zegt Plantinga. „Daar ben ik helemaal klaar mee.”