De kust is perfect voor kunst

Landschapskunst Het gebied rond de Waddenzee is perfect voor een stoet kunstwerken, vindt Oerol-oprichter Joop Mulder.

Drie Streken in de Westhoek.
Drie Streken in de Westhoek. Foto Catrinus van der Veen

Een met gras bedekt, liggend ‘Dijk van een Wijf’, tachtig meter lang, vijftien meter hoog. Een ‘terp van de toekomst’ boven Blije, een beleefpier bij Wierum, driehonderd meter de zee in. Als het aan Joop Mulder ligt, komen er tientallen van zulke landschapskunstprojecten langs de Waddenkust, in een lint van Den Helder tot de Dollard. Eerst Friesland, dan de Groningse kust, en als die klaar is de grens over, het Duitse Wad op, naar Denemarken.

Mulder is de oprichter van Oerol, en zodoende gewend om dingen voor elkaar te krijgen. En om in het groot te denken: locatietheater op héél Terschelling (‘oerol’ is Fries voor ‘overal’). Nu is het noorden aan de beurt, Sense of Place heet de onderneming. Mulder wil met beelden en installaties de schoonheid laten zien van het land aan de Waddenzee, de verhalen ervan vertellen, het landschap laten ervaren. Het woord ‘beleven’ komt steeds terug.

Maar het ligt niet alleen aan Mulder. Tussen hem en wat de meest kunstintensieve kust ter wereld moet worden, liggen dijken van regels, ter beheer en bescherming van kust en Wad. Hij vindt provinciebestuurders op zijn weg, dijkgraven, ambtenaren en kandidaat-financiers bij wie hij in elk geval veel aanvangsenthousiasme ontmoet.

Bij een proefmodel van de ‘Mondriaankwelder’, een met palen gemaakte kwelder aan de Waddenkant van Terschelling, in een patroon naar het schilderij Pier en Oceaan van Mondriaan, kwamen vogelbeschermers in verzet. Toeristen zouden de rust van de vogels verstoren, vreesden ze. Bovendien konden wadvogels niet over de palen heen kijken, zodat ze de slechtvalk niet zagen aankomen.

Mooie sier gemaakt met de plannen

Bij de kandidatuur van Leeuwarden-Fryslân voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa was Sense of Place een belangrijk onderdeel. Ze hebben mooie sier gemaakt met zijn plannen, zegt Mulder. Maar er waren vorig jaar alleen proefmodellen te zien. Op de dijk bij Holwerd is de helft van de sculptuur ‘Wachten op hoog water’ gerealiseerd, één van twee vijf meter hoge vrouwenbeelden van roestmetaal.

„De gedachte was: in 2018 doen we Friesland, in 2019 Groningen, en maken we een begin met Duitsland en Denemarken.” Maar dat bleek te optimistisch. Mulder was een onalledaagse gast aan overlegtafels, een eilander met de energie van buiten. Misschien soms een al te frisse wind voor de ontvangende partij.

Op een natte dag in februari rijden we in een terreinwagen met Sense of Place-logo door Noord-Friesland. We zien wat is en nog moet komen door natte ramen en bewegende ruitenwissers heen. Hallum, Ferwert, Holwerd. Het is veronachtzaamd land. De Waddenzee is Unesco Werelderfgoed, maar bij oppervlakkige beschouwing zie je alleen water, kwelders en een grijsgroene dijk. Een laatste drempel saai polderland voor de boot naar de eilanden.

Het landschap gaat kapot, vinden velen, door de biljartlakenlandbouw, algemeen in de strook Nederland onder het Wad. Maar bij Joop Mulder prevaleert de liefde voor wat hij ziet. Eigenlijk is alles een soort van kunst en cultuur, door mensenhanden gemaakt. Ooit was hier de Middelzee, vanaf 1100 dichtgeslibd en ingepolderd. Uitgestrektheid, leegte en lucht, en kerktorentjes alle kanten op. Er zijn nergens zoveel middeleeuwse kerkjes als hier.

In de dijk bij Hallum is een nieuw, futuristisch ogend gemaal gebouwd, met een vispassage zout-zoet en een geavanceerde viswachtruimte halverwege. Buitendijks steken ringvormige heuveltjes uit de kwelder omhoog: de dobbes, zoetwaterbassins. Functionele landschapskunst van honderd jaar geleden.

Van één ervan werden in november 2006 tweehonderd door de zee ingesloten paarden gered door Friese amazones, beelden die ‘de wereld overgingen’. In een Sense of Place-project lopen bezoekers straks de reddingsroute, en zien de paarden 3D in de dobbediepte.

Boven Blije is de aanleg van een nieuwe terp voorzien, de ‘Terp fan de Takomst’, een initiatief van het dorp, het Terpencentrum van de universiteit in Groningen, natuurorganisatie It Fryske Gea en Sense of Place. Blije wil ‘het gezicht weer naar zee draaien’. De terp, een ontwerp van studio Observatorium uit Rotterdam, wordt in fases gebouwd in een spiraal van palen, met van elders aan te voeren klei.

Juist vanwege die vruchtbare klei zijn de meeste Friese terpen verdwenen. Mulder wil het allemaal vertellen, alles laten zien. Hij praat over de streek als over een totaalkunstwerk, door generaties Friezen gemaakt. Veel verschil tussen kunstwerken en door boeren of ingenieurs gemaakte landmarks is er niet, vindt hij.

Fotograaf Linette Raven portretteerde pootaardappelboeren – doorgaans ongezien blijvende hoofdrolspelers van de streek – voor haar serie Bildtstars en Eigenheimers. Ze hangen in gestileerd zwart-wit en sepia groot op muren en schuren, in een fotoroute van Hallum naar Anjum. Mooie boerenkoppen, robuuste types in de klei. Via een bijbehorende app zijn hun verhalen te horen.

Geen kunstkermis, ook geen Giethoorn

Sense of Place wil de kwaliteitstoerist lokken, het soort dat zijn afval niet in de berm gooit. Wat men liefheeft, beschermt men. Het moet geen Giethoorn worden en ook geen kunstkermis. Je kunt je afvragen waarom één man het karakter van onze kust zou moeten veranderen. Maar hij praat met alle dorpen, zegt hij. Bovendien is het wad wijds, de zeedijk lang. De projecten veranderen het landschap niet zoveel.

Als je niets doet, verloedert het vanzelf. Het noorden, zegt hij, is een handig perifere plek voor groene energiewinning. Als je het aan de markt overlaat, krijg je vakantieparken als Esonstad aan het Lauwersmeer, een schilderachtig bedoelde mislukking. „Mensen zeggen: handen af van de Waddenkust, het is al mooi genoeg. Maar ondertussen verloedert het landschap, omdat niemand erop let.”

De mensen willen wel, volgens hem. „Je moet ze alleen een duwtje in de goede richting geven. De schoonheid is er al. Je hebt iets nodig om het te laten zien, een nieuwe bril om mee naar het gebied te kijken. Iedereen vindt Oerol prachtig. Je moet ze even bij de hand nemen, dan ontdekken ze het verder zelf.” Ambtenaren moet je juist niet duwen, dan duw je ze nog strakker tegen hun regels aan.

Wierum, met dat beroemde kerkje net achter de zeedijk. Hier komt een pier, wijst Mulder, een kromme, houten. Hij gaat straks driehonderd meter de zee in, naar een cirkelvormige wandel- en kijkhut waar je eb en vloed ervaart. ‘De Kromme Horne’, opnieuw een ontwerp van Observatorium, wordt publiekstrekker en kustbescherming ineen: wat wil je nog meer. „Als Rijkswaterstaat het had bedacht, had de pier er al gelegen.”

In februari kwam Ruud Gullit namens de Postcodeloterij in het dorpshuis van Holwerd een cheque overhandigen van 15 miljoen euro, ten bate van het plan Holwerd aan Zee. Dat behelst het doorsteken van de zeedijk en de aanleg van een brak meer en een jachthaven. Zo wordt Holwerd, waaraan mensen voorbijrijden van en naar de boot naar Ameland, gerevitaliseerd. De provincie zegde 10 miljoen euro toe, de gemeente en het Rijk elk 5 miljoen.

In dezelfde maand sprak een gedeputeerde in de Leeuwarder Courant haar spijt uit over het vastlopen van Sense of Place. Ze beloofde een investering van bijna vier ton, een voorbeeld van ‘provinciale stootkracht’.

Buiten Holwerd staat wat lijkt op een vogelkijkhuisje. Door een kijkgat zie je ‘Dijk van een Wijf’ tegen de dijk liggen, op een maquette met mensjes en schaapjes eromheen. „Moeder de vrouw, de Hollandse deerne, dikke billen, volle borsten, melk en echte boter, schapen en boterbloemen, mals en sappig!”, aldus het plan. Landschapskunstenaar Nienke Brokke studeerde er in 1997 mee af aan de Rietveld Academie. Sindsdien wacht de vrouw van sappig gras op realisatie. Mulder hoopt dat ze dit jaar kunnen beginnen, of misschien volgend jaar. Of anders in 2021.