Ik ben Nederlands. Je kunt het gewoon zéggen

Welkom in Nederland woonde vijf jaar in Schotland. Deel drie van een korte serie over wat haar opvalt nu ze weer terug in Nederland is.

De illustratie bij dit artikel komt uit het boek 'Polderpolonaise, Nederland getekend', dat is verschenen bij uitgeverij Atlas Contact. 'Polderpolonaise' is een prentenboek voor alle leeftijden: het is een illustratieve ontdekkingstocht door woonwijken, natuurgebieden en weilanden, langs campingbarbecues, kringverjaardagen en festiviteiten.
De illustratie bij dit artikel komt uit het boek 'Polderpolonaise, Nederland getekend', dat is verschenen bij uitgeverij Atlas Contact. 'Polderpolonaise' is een prentenboek voor alle leeftijden: het is een illustratieve ontdekkingstocht door woonwijken, natuurgebieden en weilanden, langs campingbarbecues, kringverjaardagen en festiviteiten. Illustratie Merel Corduwener

‘Mayo is vijftig cent extra.” Ik sta in Amsterdam, naast de Westerkerk, met mijn fiets in de ene hand en mijn portemonnee in de andere en ik bestel een frietje. De zon schijnt, de trams ratelen langs. Hollandser wordt het niet.

„Als je het niet hebt, krijg je de mayo cadeau”, zegt de man van de frietkraam joviaal als ik in mijn portemonnee sta te zoeken. „Maar jij ziet eruit of je wel een goeie baan hebt.”

„Nou, nog niet, ik kom net van een sollicitatie.”

„Oh, maar dat lukt wel, met zo’n glimlach kom je overal binnen.”

Ik weet niet of ik tijdens het sollicitatiegesprek zo’n glimlach had, maar nu heb ik een grijns van oor tot oor. Het sappigste Amsterdams rolt naar me toe bij een frietkraam in de zon, wat kan je dan anders? De man die naast me staat te wachten heeft in het Engels besteld en kijkt nu neutraal voor zich uit. De afgelopen vijf jaar was ik die buitenlander die niet alles meekreeg, maar nu sta ik weer aan mijn eigen kant van de oceaan.

En de frietkraamman is über-Hollands. Hij heeft een hippe rode bril, gemillimeterd haar, zit strak in zijn vel en draagt een wit schort. Vanaf zijn hoge positie in de kraam kijkt hij gelijkmoedig neer op zijn klanten.

Ik wacht en geniet van het kijken naar de fietsers die langskomen en de mensen die naast de kraam op een bankje in de zon zitten. De rode bakstenen van de kerk gloeien warm in de zon.

„Is het een leuke baan?”

„Dat lijkt van wel, maar het is nogal ver, we wonen nu in Zeeland.”

„Waarom Zeeland?” vraagt hij argwanend.

„Nou, we hebben vijf jaar in Schotland gewoond, vrij landelijk, en de Randstad leek ons voor onze zonen een beetje een te grote overgang. En toen kwamen we op Zeeland.”

Hij zet zijn handen op zijn heupen en zegt streng: „Dat moet je nooit doen, je moet je kinderen nooit te beschermd opvoeden. Je moet ze klaarmaken voor de wereld.”

En de wereld, dat is Amsterdam, is de onuitgesproken conclusie. Ik ben het met hem eens.

„Heb jij kinderen?” vraag ik. Gewoon, openlijk nieuwsgierig, niks geen Brits diplomatieke benadering zoals ik die vijf jaar heb moeten beoefenen.

„Nee”, zegt hij, „en ik wil ze ook niet.”

„Ik zei tegen mijn vriendin: als je kinderen wilt dan moet je nú weggaan want je krijgt ze niet van mij. En daarna heb ik me meteen laten steriliseren. Je kunt niet zeggen dat je geen kinderen wilt en dan je vriendin eeuwig de pil laten slikken. Dat is geen stijl. Nee, als je dat niet wilt moet je daar ook duidelijk over zijn én je verantwoording nemen. En niet je vriendin ervoor op laten draaien.”

„En, is ze gebleven?” vraag ik.

„Ja!” Ze hebben het vast leuk samen, aan de lach die doorbreekt te zien. „Zij is er oké mee. Maar daar moet je wel van het begin af aan eerlijk in zijn, vind ik. Eerlijk en open.”

Ik krijg nu ook mijn zak friet en een joviale zwaai. Ik fiets verder en voor het Amsterdamse decor schuift opeens het beeld van de personeelszitkamer in het kasteel waar ik zes weken geleden nog werkte als de personal assistant van de eigenaar. Ik zie mezelf weer aan de telefoon zitten met de estate manager om de laatste details te bespreken van het personeel dat ik heb aangenomen. Ik heb via een bureau twee koks uit Londen gehuurd en het nichtje van mijn man met haar vriendje gestrikt om ons team te komen versterken voor de zomer.

Ik heb die stiltes van Britten leren lezen

„De koks slapen in het kasteel”, licht ik hem in, „dus ik wilde mijn nichtje in het appartement in het bijgebouw herbergen.”

Een korte stilte aan de andere kant van de lijn.

„Hoe oud is je nichtje?”

„Zeventien.”

„And her friend?” Het Engelse friend vertelt niets over de sekse, maar mijn antwoord deed dat wel. En naar die informatie was de estate manager waarschijnlijk op zoek:

„Hij is achttien.”

Weer een korte stilte. Ik heb die stiltes leren lezen. Er stond vaak meer in dan in de lopende tekst.

„Do you think her parents are aware of the nature of the arrangement of the accommodation?”

Zoals zo vaak verstond ik de aparte woorden wel, maar zei de hele zin me niets: „Denk je dat de ouders zich bewust zijn van de aard van de regeling van de accommodatie.”

„The arrangement of the accommodation?”, herhaalde ik een beetje suffig.

De estate manager probeerde het nog een keer:

„Dat de ouders begrijpen dat ze wel onder de supervisie van jou werken binnen het team maar dat de accommodatie een meer private aard heeft.”

Nu liet ik een stilte vallen. Omdat ik moest grinniken. Ten eerste om mijn eigen zeer trage begrip en ten tweede om de bochten waarin de arme Schotse estate manager zich moest wringen. Hij dacht door het uitblijven van mijn reactie waarschijnlijk dat ik nóg niet doorhad wat hij wilde zeggen want hij vervolgde nauwgezet:

„Waar wij de volle verantwoording nemen voor hun welbevinden en veiligheid overdag, moeten ze weten dat de slaapverblijven waar we hen onderbrengen niet gedeeld worden met ander personeel.”

Ik dacht aan mijn nuchtere schoonzus. Ik kon het haar natuurlijk nog even vragen, gewoon, op de man af, maar ik nam aan dat ze haar eigen plan had getrokken toen ze haar zeventienjarige dochter met haar vriendje op vakantie liet gaan.

„Weet je, Ian”, zei ik, „ik ben Nederlands. Je kunt het gewoon zéggen.”

Wéér een stilte en toen een zacht gelach. Nu was het mijn beurt om verbluft te zijn. Ian die hardop lachte? En nog wel om een delicate kwestie? Het was de eerste keer in de twee jaar dat ik voor het landgoed werkte dat hij een spontane reactie had gegeven. Hij maakte verder geen gebruik van mijn uitnodiging om direct te zijn maar antwoordde:

„Goed, Josephine, ik reken erop dat jij het regelt met de ouders!”

Ik vroeg me af hoe een gesprek tussen de Nederlandse frietkraamman en de Britse estate manager zou verlopen. Als de laatste een frietje kwam halen. Stel dat ze aan de praat zouden raken over tienerzwangerschappen, kinderwens, sterilisatie of de pil.

„Gewoon een kwestie van duidelijk zijn.”

„Do you mean you would have to enter into the more delicate details of the nature of the arrangement?”

Maar het zou waarschijnlijk helemaal niet grappig worden. Ten eerste zou het gesprek nooit ontstaan als het aan de estate manager lag en ten tweede waren beiden niet goed vertaalbaar; zonder het sappige Amsterdamse accent zouden de rechttoe rechtaan boodschappen enkel cru klinken en in vertaling zouden de gecompliceerde formele zinnen in zacht Schots ook veel aan charme inboeten. Het was alleen in mijn hoofd dat nog in twee werelden leefde dat er een ontmoeting tussen Britten en Nederlanders was.

Ik fietste verder met mijn frietje. Langs de Amsterdamse grachten.

Josephine Rombouts is de auteur van Cliffrock Castle, Werken op een kasteel in Schotland, een boek over haar belevenissen als huishoudster op een Schots kasteel. Ze woont nu weer in Nederland. Josephine Rombouts is een schrijverspseudoniem.