Opinie

    • Japke-d. Bouma

Even bellen met Wierd Duk over ‘blanke mannelijkheid’

zag afgelopen week dat Wierd Duk in een podcast voor de Telegraaf had gezegd dat „een blanke man zijn mannelijkheid moet kunnen vieren”. Ze vroeg hem wat hij bedoelde.

Ik zeg het maar eerlijk: ik dacht dat het zwaaien met je piemel was. Of kijken wie de langste heeft, pissen op straat of vrouwen lastigvallen. Daar dacht ik aan, toen ik afgelopen week op Telegraaf.nl zag staan dat „de blanke man zijn mannelijkheid moet kunnen vieren”.

Het stond boven een podcast van Telegraaf-coryfee Wierd Duk maar ik durfde er niet op te klikken. Een beetje hetzelfde gevoel als me in het centrum van Amsterdam een groepje dronken Britten tegemoet komt en ik liever even een blokje om ga in plaats van hun mannelijkheid te vieren.

Tegelijkertijd bleef ik maar aan Wierd Duk denken. Ik dacht: als je over masturberende vrouwen in de Libelle schrijft, moet je ook de witte mannelijkheid bij de horens durven vatten. En dus belde ik Wierd Duk en bleek ik, goddank, van alles verkeerd begrepen te hebben.

Want natuurlijk bedoelt hij met blanke mannelijkheid niet zuipen, scheten of vrouwen nafluiten, kom op zeg, wat heb ik voor achterlijk beeld van blanke mannen!? Als Duk het over die groep heeft bedoelt hij „sterke mannen, die hoffelijk zijn voor vrouwen”. „Ik vind het juist mannelijk als mannen zich kunnen beheersen”, zegt hij.

Lees ook Sunny Bergman: ‘Ik vind een man met spieren wel sexy’

Van hem mogen mannen trouwens ook best ‘zwak’ zijn, huisman worden of op yoga. Maar ga hen niet dwingen „soft” te zijn zoals hij laatst ook weer zag in de documentaire Man Made waarin Sunny Bergman mannen ondervroeg over hun emoties. „Weet je wel hoeveel energie dat slurpt, over gevoelens praten”, zegt Duk. „Alsof dat je relatie ook zoveel beter maakt.”

Maar wat hem pas écht steekt, is alle kritiek die de blanke Nederlandse man tegenwoordig krijgt. „Dat hij een racist is, een imperialist, een seksist. Terwijl we tot de meest geëmancipeerde mannen ter wereld behoren!”

Weet ik bovendien wel dat „onze westerse cultuur volledig wordt overlopen door ‘allochtone import’” als westerse mannen maar ‘doorfeminiseren’? „In macho-culturen worden die softe mannen totaal niet serieus genomen”, zegt Duk.

Dat is ook meteen de reden waarom hij het over een ‘blank’ feest heeft. Zwarte mannen hoeven geen feest, zegt hij, die krijgen nooit de kritiek dat ze te weinig geëmancipeerd zijn. En dat ‘vieren’, daarmee bedoelt hij dat witte mannen gewoon zichzelf mogen zijn, zonder „voortdurend ondermijnd te worden”.

Zelf vind ik het stuitend om allochtonen „import” te noemen. Ik denk ook niet dat ons land als een breekbaar vaasje aan de afgrond staat. Bovendien denk ik dat de witte man best een stootje kan hebben. Maar het type man dat Duk beschrijft, dat spreekt me best aan.

Mannen „die vrouwen respecteren, goed gekleed gaan, bereid zijn onze cultuur te verdedigen, die opkomen voor hun gezin” – met dát soort mannen wil ik best een feestje vieren. Sterker nog, ik krijg er zelfs een beetje een Bouquet-reeks gevoel van. Een sprookje om bij weg te dromen.

Maar als ik dan weer hoor welke blanke mannen Duk in gedachten heeft, namelijk ‘de Italiaanse man’, ‘sommige Russische mannen’ en Thierry Baudet, ga ik toch weer twijfelen.

Zo ben ik vroeger behoorlijk lastiggevallen door „hoffelijke Italiaanse mannen”; van ‘sommige Russische mannen’ weet ik dat ze behoorlijk drinken en niet bepaald enthousiast zijn over homo’s, linkse journalisten en activisten en Baudet, euh, ja. Dus of ik me nou écht in dat blanke mannelijke feest wil storten, hm.

Misschien toch maar weer even een blokje om.

Tips via @Japked op Twitter.