Gods huis is nu voor de yup

Religie Veel leegstaande kerken in Rotterdam krijgen een andere functie. Zo is de Christus Koningkerk net omgebouwd tot appartementencomplex – wat in de buurt tot gemengde gevoelens leidt.

Rob van Dullemen

Jarenlang was het er donker, maar nu straalt er ’s avonds weer licht door de glas-in-loodramen van de Christus Koningkerk. Het monumentale gebouw aan het Statenplein in Hillegersberg is na een ingrijpende verbouwing weer in gebruik genomen. Maar waar eens de zware kerkdeuren openzwaaiden om de gelovigen te ontvangen, rijden nu auto’s de parkeergarage in- en uit.

Onlangs namen de eerste huurders hun intrek in de 24 luxe appartementen die boven de garage zijn gebouwd. Leuk voor woningzoekenden die eens wat anders willen dan een rijtjeshuis en zich de vaak forse kale huur kunnen permitteren. Ide bedraagt in de Christus Koningkerk tussen 1.200 tot 1.600 euro per maand.

Buurtbewoners en kerkgangers zien het met gemengde gevoelens aan.

„Niet mooi, die felle groene en rode stoplichten van de garage, zo vlak onder de afbeelding van de Heiland”, zegt een wijkbewoner die er dagelijks met zijn hondje langs wandelt. „In het donker is het net de hellepoort.”

Voor het Kleiwegkwartier in Hillegersberg is de Christus Koningkerk een icoon. Katholieke wijkbewoners gingen er ter kerke en zaten op een van de twee lagere scholen die deel uitmaakten van het complex: de Tarcisius voor jongens en de Theresia voor meisjes.

Joke Snijders zat in de jaren vijftig als meisje op de Theresia. De kortste weg van haar woning op de Stadhouderslaan was rechtsaf de hoek om naar de Johan de Wittlaan, voor de jongensschool langs. Maar dat was strikt verboden, ze moest een omweg om het kerkcomplex heen nemen. „Eénmaal, toen ik wat vroeger uit was, heb ik het aangedurfd om er stiekem voorbij te hollen.”

Jongens en meisjes mochten niet voor elkaars school langslopen, gezamenlijk op het speelterrein was al helemaal taboe. Ook in de kerk was er een scheiding. Snijders: „Ik herinner mij nog dat de mannen rechts zaten en de vrouwen links. Sommige mensen hadden vaste plaatsen met een naambordje. Dan was je verzekerd van een plaats als het erg druk was, met Kerstmis bijvoorbeeld. Ik geloof dat je daarvoor moest betalen.”

Druk was het er, voordat de ontkerkelijking toesloeg. Ans Lops en Rob Beek zijn jarenlang actief geweest in de parochieraad en het kerkbestuur van de Christus Koningkerk. „Met elfhonderd zitplaatsen toch geen kleine kerk, maar de drie missen op zondag zaten vol, zo vol dat er achterin mensen moesten staan”, zegt Beek.

Al twee keer verkleind

Die tijden zijn al lang voorbij. Omdat er steeds minder mensen kwamen, werd de kerk twee keer verkleind door er afscheidingswanden te plaatsen. Op 4 november 1991 sloeg de bliksem in. De torenspits raakte zwaar beschadigd en moest worden ontmanteld. Het leek een voorbode van volledige sloop. Bisdom en gemeente sloten een overeenkomst om het gebouw neer te halen en er een klein kerkje en woningen voor terug te bouwen.

Maar dat was buiten wijkbewoners gerekend die het verlies van dit erfgoed aan het hart ging. Met succes bepleitten zij het behoud van het in de jaren twintig ontworpen Christus Koningcomplex: het kreeg de status van gemeentelijk monument. Een patstelling was het gevolg: het bisdom trok zijn handen er vanaf, wilde het gebouw verkopen en voegde de parochie samen met die van de Liduinakerk, verderop in Hillegersberg.

Het kerkbestuur zat tussen twee vuren. „Die discussie over verkoop heeft zeventien jaar geduurd”, zegt Beek. „Onderwijl verloederde het gebouw. Van het bisdom mochten we er geen geld meer in steken. Maar we zijn kerkelijk ongehoorzaam geweest en hebben ervoor gezorgd dat het toch in stand bleef.”

Omgekeerde wereld

Voor buitenstaanders lijkt het de omgekeerde wereld: de gemeente wilde de kerk behouden door haar de monumentenstatus toe te kennen, terwijl het bisdom aandrong op sloop. Maar dat is een misvatting, legt Beek uit: „Volgens het katholicisme is in een ingezegende kerk God permanent aanwezig. Dat is ook de reden dat er altijd een Godslampje brandt. Dat verklaart de houding van het bisdom: als een parochie een kerk verlaat, is het niet goed dat anderen er komen wonen. Dan liever slopen.”

De Rooms-Katholieke Allerheiligste Verlosserkerk uit 1882 aan de Goudse Rijweg die in 1984 tot studentenflats is omgebouwd.Foto Rob van Dullemen

De praktijk is soms sterker dan de leer, en uiteindelijk heeft de Christus Koningkerk een woonbestemming gekregen. Maar niet zonder discussie over de inrichting; waar de katholieke kerk het liefst alle heilige attributen verwijderd ziet, is het uit cultuurhistorisch oogpunt juist te verdedigen om die te bewaren. In de Christus Koningkerk zijn altaar, doopvont, enkele heiligenbeelden en natuurlijk het glas-in-lood nu de ‘mooie details’ die het appartementencomplex voor de projectontwikkelaar en de nieuwe bewoners bijzonder maakt.

Is de ombouw tot woningcomplex met respect uitgevoerd? Absoluut, zeggen beide kerkbestuurders. Ze hebben vrede met de afloop. „Voor ons is de kerk niet alleen een gebouw. Het gaat ons vooral om de parochie, gemeenschap van mensen”, zegt Beek.

Ook Ans Lops berust: „Ik heb met de laatste viering wel een traantje gelaten. Ik heb me toch veertig jaar ingezet om de kerk te behouden. Maar als ik er nu langs loop denk ik: het is toch gewoon de Christus Koning.”

Ook Joke Snijders koestert de herinneringen: de eerste communie, het vormsel, de paas- en kerstvieringen, de maandelijkse processies, het jaarlijkse Christus Koningfeest op 2 oktober. Ze is gaan kijken hoe het geworden is, op de open dag in februari. „Ik had er geen moeite mee, ben eerder blij dat het voor de buurt behouden is gebleven. Het leek me zelfs een aardig idee er zelf te gaan wonen. Maar nu ik het heb gezien; het is knap uitgevoerd, maar niet zo praktisch met al die trappen. Het is misschien meer iets voor yuppen.”